Rechter, rechtbank. Foto: iStock / Wavebreakmedia
Rechtspraak

Rijkswaterstaat legt abnormaal lage inschrijving infrawerk terecht terzijde

De inschrijvingssom van Combinatie Ostrea op een aanbesteding voor onder meer het in stand houden en monitoren van het Areaal Oosterscheldekering, was 32 procent lager dan Rijkswaterstaat had geraamd. Daarom heeft RWS Ostrea’s inschrijving terzijde gelegd, zo oordeelt de rechter.

In totaal hebben na een selectieprocedure vijf bedrijven ingeschreven op de opdracht, in feite een prestatiecontract met een looptijd van vijf jaar en de optie dit twee keer met telkens twee jaar te verlengen.
De lage som van Ostrea, bestaande uit Van den Herik en Enfie Infra & Mobility, heeft bij Rijkswaterstaat het vermoeden gevoed dat hier sprake was van een abnormaal lage inschrijving. Die leek bovendien in tegenspraak te zijn de de aanbestedingsleidraad, waarin staat dat de bedragen van een inschrijving realistisch dienen te zijn en in redelijke verhouding moeten staan tot de aard en omvang het te verrichten werk.

Vermoeden van onrealistische inschrijving

RWS heeft in de gunningsbeslissing ook de terzijdelegging van Ostrea’s inschrijving aan de orde gesteld en aangekondigd een onderzoek in te stellen. Ostrea vindt dat RWS dat in elk geval een strengere toets heeft aangelegd dan de aanbestedingsrichtlijn voorschrijft. De Haagse voorzieningenrechter heeft eind februari in het kort geding van Ostrea tegen Rijkswaterstaat en tussenkomende bedrijven gezegd deze bewering niet te volgen.

Lees ook: Amsterdam wil voor infra geen werk maar partnerschappen aanbesteden

Het vermoeden van een onrealistische inschrijving is terecht als bij vijf inschrijvingen een daarvan meer dan 50 procent lager is dan het gemiddelde of meer dan 20 procent lager dan de opvolgende inschrijvingssom. Rijkswaterstaat heeft echter ook in andere situaties het recht onderzoek te doen bij een dergelijk vermoeden. Met de procentuele afwijking van de eigen raming (32 procent), vindt de rechter het niet onbegrijpelijk dat Rijkswaterstaat deze keer ook heeft gekozen voor onderzoek.

Geen intrekking gunning

De voorzieningenrechter heeft de vordering van Combinatie Ostrea afgewezen en zal Rijkswaterstaat daarom niet gebieden de gunningsbeslissing en de terzijdelegging van Ostrea’s inschrijving in te trekken. RWS hoeft ook niet de beoordeling van de inschrijvingen te hervatten en (wederom) in gesprek te gaan over de door Ostrea aangeboden prijs, waarna de inschrijving op kwaliteit dient te worden beoordeeld. Ostrea is het met name niet eens met het feit dat zij tijdens het debat de mogelijkheid niet heeft gekregen te reageren op de bronaanpak van zandverstuivingen, terwijl zij daarvoor wel 75.000 euro had opgenomen in haar begroting.

Lees ook: Abnormaal lage inschrijving op onderhoudsaanbesteding terecht afgewezen

Het contradictoire debat is echter ook op dit punt volgens de rechter voldoende geweest. Letterlijk luidt de conclusie van de voorzieningenrechter: “Gelet op het voorgaande zullen de primaire vorderingen van Combinatie Ostrea worden afgewezen. Niet is gebleken dat er een grond is voor intrekking van de beslissing om de inschrijving van Combinatie Ostrea terzijde te leggen en Rijkswaterstaat te gebieden de beoordeling van de inschrijving en het contradictoir debat te hervatten.”

Verlenging niet automatisch

RWS mag de overeenkomst twee maal met twee jaar  verlengen, maar is daartoe niet verplicht. Rijkswaterstaat heeft gesteld dat de kans op contractverlenging en het door Combinatie Ostrea ingeschatte financiële voordeel daaruit gering is. Ostrea had er bij het opstellen van haar offerte niet op voorhand van mogen uitgaan dat die sowieso zou plaatsvinden, maar dat de opdracht niet is gewijzigd. Met deze uitleg, die zij redelijk vindt, acht de voorzieningenrechter aannemelijk dat op dit punt geen verboden wijziging van de voorwaarden en het toepassingsgebied van de opdracht heeft plaatsgevonden.

Lees ook: Klacht over aanbestedingsvorm Prinses Marijkesluis kwam te laat

Ten aanzien van het aspect zand heeft Ostrea niet aannemelijk gemaakt dat een verboden wijziging van de voorwaarden en scope van de opdracht heeft plaatsgehad. Dat in de aanbestedingsstukken is vermeld dat niet kan worden aangegeven hoeveel zand in het verleden is verwijderd en gegevens uit het verleden in verband met de invloed van weersomstandigheden niets zeggen over de toekomstige hoeveelheden te verwijderen zand, wil natuurlijk niet zeggen dat Rijkswaterstaat geen enkele raming zou mogen hebben van de kosten voor de werkzaamheden. Dit nog los van het gegeven dat ook de bronaanpak onderdeel van die raming is, aldus de rechter.

Combinatie Ostrea is, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van dit geding.

Auteur: Jacques Geluk

Rijkswaterstaat legt abnormaal lage inschrijving infrawerk terecht terzijde | Infrasite
Rechter, rechtbank. Foto: iStock / Wavebreakmedia
Rechtspraak

Rijkswaterstaat legt abnormaal lage inschrijving infrawerk terecht terzijde

De inschrijvingssom van Combinatie Ostrea op een aanbesteding voor onder meer het in stand houden en monitoren van het Areaal Oosterscheldekering, was 32 procent lager dan Rijkswaterstaat had geraamd. Daarom heeft RWS Ostrea’s inschrijving terzijde gelegd, zo oordeelt de rechter.

In totaal hebben na een selectieprocedure vijf bedrijven ingeschreven op de opdracht, in feite een prestatiecontract met een looptijd van vijf jaar en de optie dit twee keer met telkens twee jaar te verlengen.
De lage som van Ostrea, bestaande uit Van den Herik en Enfie Infra & Mobility, heeft bij Rijkswaterstaat het vermoeden gevoed dat hier sprake was van een abnormaal lage inschrijving. Die leek bovendien in tegenspraak te zijn de de aanbestedingsleidraad, waarin staat dat de bedragen van een inschrijving realistisch dienen te zijn en in redelijke verhouding moeten staan tot de aard en omvang het te verrichten werk.

Vermoeden van onrealistische inschrijving

RWS heeft in de gunningsbeslissing ook de terzijdelegging van Ostrea’s inschrijving aan de orde gesteld en aangekondigd een onderzoek in te stellen. Ostrea vindt dat RWS dat in elk geval een strengere toets heeft aangelegd dan de aanbestedingsrichtlijn voorschrijft. De Haagse voorzieningenrechter heeft eind februari in het kort geding van Ostrea tegen Rijkswaterstaat en tussenkomende bedrijven gezegd deze bewering niet te volgen.

Lees ook: Amsterdam wil voor infra geen werk maar partnerschappen aanbesteden

Het vermoeden van een onrealistische inschrijving is terecht als bij vijf inschrijvingen een daarvan meer dan 50 procent lager is dan het gemiddelde of meer dan 20 procent lager dan de opvolgende inschrijvingssom. Rijkswaterstaat heeft echter ook in andere situaties het recht onderzoek te doen bij een dergelijk vermoeden. Met de procentuele afwijking van de eigen raming (32 procent), vindt de rechter het niet onbegrijpelijk dat Rijkswaterstaat deze keer ook heeft gekozen voor onderzoek.

Geen intrekking gunning

De voorzieningenrechter heeft de vordering van Combinatie Ostrea afgewezen en zal Rijkswaterstaat daarom niet gebieden de gunningsbeslissing en de terzijdelegging van Ostrea’s inschrijving in te trekken. RWS hoeft ook niet de beoordeling van de inschrijvingen te hervatten en (wederom) in gesprek te gaan over de door Ostrea aangeboden prijs, waarna de inschrijving op kwaliteit dient te worden beoordeeld. Ostrea is het met name niet eens met het feit dat zij tijdens het debat de mogelijkheid niet heeft gekregen te reageren op de bronaanpak van zandverstuivingen, terwijl zij daarvoor wel 75.000 euro had opgenomen in haar begroting.

Lees ook: Abnormaal lage inschrijving op onderhoudsaanbesteding terecht afgewezen

Het contradictoire debat is echter ook op dit punt volgens de rechter voldoende geweest. Letterlijk luidt de conclusie van de voorzieningenrechter: “Gelet op het voorgaande zullen de primaire vorderingen van Combinatie Ostrea worden afgewezen. Niet is gebleken dat er een grond is voor intrekking van de beslissing om de inschrijving van Combinatie Ostrea terzijde te leggen en Rijkswaterstaat te gebieden de beoordeling van de inschrijving en het contradictoir debat te hervatten.”

Verlenging niet automatisch

RWS mag de overeenkomst twee maal met twee jaar  verlengen, maar is daartoe niet verplicht. Rijkswaterstaat heeft gesteld dat de kans op contractverlenging en het door Combinatie Ostrea ingeschatte financiële voordeel daaruit gering is. Ostrea had er bij het opstellen van haar offerte niet op voorhand van mogen uitgaan dat die sowieso zou plaatsvinden, maar dat de opdracht niet is gewijzigd. Met deze uitleg, die zij redelijk vindt, acht de voorzieningenrechter aannemelijk dat op dit punt geen verboden wijziging van de voorwaarden en het toepassingsgebied van de opdracht heeft plaatsgevonden.

Lees ook: Klacht over aanbestedingsvorm Prinses Marijkesluis kwam te laat

Ten aanzien van het aspect zand heeft Ostrea niet aannemelijk gemaakt dat een verboden wijziging van de voorwaarden en scope van de opdracht heeft plaatsgehad. Dat in de aanbestedingsstukken is vermeld dat niet kan worden aangegeven hoeveel zand in het verleden is verwijderd en gegevens uit het verleden in verband met de invloed van weersomstandigheden niets zeggen over de toekomstige hoeveelheden te verwijderen zand, wil natuurlijk niet zeggen dat Rijkswaterstaat geen enkele raming zou mogen hebben van de kosten voor de werkzaamheden. Dit nog los van het gegeven dat ook de bronaanpak onderdeel van die raming is, aldus de rechter.

Combinatie Ostrea is, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van dit geding.

Auteur: Jacques Geluk