Van Brienenoordbrug en windmolen

Zo wordt de staat van 192 beweegbare stalen bruggen onderzocht

Foto: Dylan Metselaar / ProMedia

Welke van de 192 beweegbare stalen Rijksbruggen in Nederland zijn het hardst aan vervanging of renovatie toe? Movares, Iv-Infra en ProClass ontwikkelen in opdracht van Rijkswaterstaat quickscans om te helpen die keuze te maken. De scans gaan de globale constructieve staat en verwachte levensduur van de bruggen in kaart brengen. Infrasite sprak met de betrokken partijen over dit bijzondere project.

De combinatie Movares, Iv-Infra en ProClass begon enkele jaren geleden ook al in opdracht van RWS met een soortgelijk project om de globale constructieve staat van vaste stalen Rijksbruggen in kaart te brengen. De kennis en ervaring daarvan worden in dit nieuwe project waar mogelijk meegenomen, met name om zo efficiënt mogelijk te werken.

Maar er moet ook nog een hoop onderzocht en uitgevonden worden. Neem de berekeningen die ooit, vaak vele tientallen jaren terug, zijn gebruikt voor het ontwerpen van de bruggen en de belasting ervan. Die zijn vaak achterhaald, niet in de laatste plaats omdat door meer en zwaarder verkeer de belasting van de bruggen sterk is toegenomen. Ook is door aanpassingen in wet- en regelgeving de normering veranderd. En zo zijn er nog allerlei zaken die de projectpartijen eerst op een rijtje moeten krijgen voordat ze de quicksans kunnen gaan uitvoeren.

Eerste fase met 21 bruggen

Omgevingsmanager Max van Oers van Rijkwaterstaat licht dat toe. “Het grootschalig onderzoeken van beweegbare bruggen is een nieuw onderwerp waarmee we nu ervaring opdoen. Met name als het gaat om informatiebehoefte zijn er uitdagingen die we willen oplossen voordat we alle bruggen gaan onderzoeken.” In deze fase worden op basis van 21 bruggen alle werkprocessen ingeregeld, van documentatie via digitalisering tot de daadwerkelijke quickscan en het rangschikken van de bruggen ten opzichte van elkaar. In zekere zin wordt nu onderzocht op welke manier er straks naar alle 192 bruggen onderzoek moet worden gedaan.

“De deskundigheid van partijen als Iv-Infra en Movares is in dit project heel belangrijk”, vertelt Bruce Jadi. Hij is als technisch manager van RWS bij het project betrokken. “De quickscan die wij ontwikkelen, is geen instrument waarmee elke leek uit de voeten kan. Je hebt experts nodig die snappen wat er allemaal nodig is om de quickscan uit te voeren én die de informatie die dat oplevert ook op waarde kunnen schatten, zodat ze er een goed advies op kunnen baseren over de brug in kwestie. Dat hele proces zijn we nu met de eerste 21 bruggen aan het inregelen.”

De juiste gegevens digitaliseren

Die expertise is ook terug te zien in de werkverdeling, waarbinnen ProClass de rol van documentalist vervult. “ProClass zorgt ervoor dat de informatie uit archieven en andere bronnen wordt gehaald en wij ondersteunen hen daarin met onze kennis op het gebied van beweegbare bruggen”, legt Michel Koop van Iv-Infra uit. Hij is bij dat bedrijf sectorhoofd Stalen en Beweegbare Kunstwerken. “Zo zorgen we er samen voor dat de juiste informatie wordt gedigitaliseerd en dat de documenten die wij nodig hebben voor de quickscans goed leesbaar en bruikbaar zijn.”

Het artikel gaat verder onder de foto

Botlekbrug. Foto: Ivo Ketelaar Fotografie

Jadi onderstreept het belang van deze integrale samenwerking. “Een documentalist heeft een andere mindset dan een constructeur. Door van aannames uit te gaan, kun je elkaar in de communicatie heel makkelijk mislopen. Daarom is het hele proces zo ingericht dat constructeur en documentalist elkaar altijd goed weten te vinden.”

Koop licht met een voorbeeld toe hoe belangrijk communicatie tussen de drie partijen onderling en met de opdrachtgever is. “Er zitten bruggen van allerlei leeftijden bij, de oudsten zijn van net na de Tweede Wereldoorlog. Heel veel plannen zijn dus met de hand getekend, geschreven en berekend. En er werden veel termen toegepast die we nu niet meer gebruiken. Voor een documentalist zonder specifieke kennis daarover is het onmogelijk om dat allemaal goed te verwerken en ondersteuning van deskundigen is daarom onmisbaar.” Jadi: “Zo kan de documentalist zorgen dat er in de centrale database duurzame informatie komt te staan, waardoor in de toekomst de fase van bureaustudie wordt geoptimaliseerd.”

Welke bruggen zijn als eerste aan de beurt?

Achter de keuze voor de 21 bruggen waarmee in deze opstartfase wordt gewerkt, zit natuurlijk een idee. De verschillende types en aandrijfsystemen die in het hele werkpakket van 192 bruggen voorkomen, zijn vertegenwoordigd. Er zijn ook overwegingen van urgentie en het niet willen overvragen van archiefbeheerders met informatieverzoeken op losgelaten.

Urgentie is sowieso een drijfveer achter dit project: de bruggen komen uiteindelijke allemaal in aanmerking voor vervanging of renovatie en de quickscans moeten helpen bepalen welke als eerste aan de beurt zijn. Onbeperkt de tijd is er dus zeker niet, maar alle betrokkenen onderstrepen wel dat de opstartfase goed moet verlopen om van de daadwerkelijke onderzoeken een succes te maken. Zo worden de teams samengesteld en gaan de gesprekken bijvoorbeeld over hoe de quickscan-tool er uiteindelijk uit moet gaan zien.

Alles echt goed op orde krijgen

Al deze en andere zaken uit de opstartfase nemen niet weg dat er al bruggen worden bekeken. Michel Koop: “We hebben nu bij twee bruggen de objectopname gedaan. Die is bedoeld om na te gaan of wat er op papier staat overeenkomt met wat we op locatie aantreffen. Als dat niet zo is, vindt er nader onderzoek plaats. Een ander voorbeeld is de al genoemde digitalisering van documentatie. Dat zijn allemaal processen die we nu moeten doorlopen om te zorgen dat we straks efficiënt en goed kunnen werken.”

“Er is altijd vanuit gegaan dat deze eerste fase tijd zou kosten”, vult Van Oers aan. “Die tijd willen we ook nemen om alles echt goed op orde te krijgen. De fase daarna zal een stuk sneller verlopen. Maar omdat de basis goed moet zijn, is er geen tijdspad voor deze opstartfase vastgesteld.” Bob Bijlsma, senior constructeur bij Movares, geeft daar een concreet voorbeeld van. “De documenten die we nu opstellen, proberen we zo generiek mogelijk te maken. Daar winnen we straks bij het onderzoeken van alle andere bruggen veel tijd mee.”

Wel degelijk maatwerk nodig

Een uitdaging bij het stroomlijnen van de processen is dat het gaat om 192 verschillende bruggen. Sommigen daarvan lijken op elkaar, anderen weer totaal niet. “Je kunt een draaibrug moeilijk vergelijken met een hefbrug, een basculebrug of een hydraulisch aangedreven ophaalbrug. Er is dus wel degelijk maatwerk nodig”, erkent Koop. “Maar dat neemt niet weg dat we met goede templates voor de quickscans het hele project veel efficiënter kunnen laten verlopen. Door per fase helder te hebben welke informatie verwerkt moet worden, voorkom je namelijk dat er dubbel werk wordt gedaan. Op dat stroomlijnen van het proces zijn nu de meeste inspanningen gericht.”

Als dat eenmaal is gedaan, kunnen de quickscans van de andere bruggen in het areaal gaan plaatsvinden. Daaronder bevinden zich ook grote namen als de Van Brienenoordbrug en de Botlekbrug. “Van al deze objecten is al een theoretische inschatting gemaakt hoe het er voorstaat met de levensduur. Dit onderzoek moet duidelijk maken hoe de bruggen er echt bijstaan en welke als eerste aangepakt moeten worden”, aldus Van Oers.

Lees ook onze andere artikelen over bruggen, zoals:

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is de vaste redacteur van Infrasite. Daarnaast is hij hoofdredacteur Personenvervoer & Verkeer bij online vakbladuitgeverij ProMedia.