Noord-Holland werk aan de weg

GWW-investeringen gaan stijgen, projecten steeds complexer

Hoewel de bouw zware klappen oploopt door de coronacrisis ziet het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) voor de gehele bedrijfstak vanaf 2022 weer een sterk herstel in investeringen. Daar profiteert ook de GWW-sector van. Aannemers moeten er wel rekening mee houden dat de complexiteit van de infraprojecten het komend decennium sterk zal toenemen.

In het meest optimistische scenario neemt de bouwproductie toe van 62 miljard euro in 2021 naar ruim 90 miljard euro in 2030. De GWW-sector is in die prognose goed voor 24,7 miljard euro. In een behoudender scenario stijgt de productie van de hele sector naar bijna 75 miljard euro, met daarin een aandeel van 23 miljard voor GWW. Die 75 miljard euro ligt maar 1 miljard boven het productieniveau van vlak vóór de coronacrisis.

Toekomstverkenning

De cijfers zijn afkomstig uit het EIB-rapport ‘De bouw in 2030’. Het is een economische en demografische toekomstverkenning die gemaakt is in opdracht van Bouwend Nederland aan de hand van thema’s als infrastructuur, energietransitie en arbeidsmarkt.

De verschillen in beide scenario’s zitten vooral bij de woningbouw als onzekere factor. Die onzekerheid heeft te maken met het verschil in de verwachte groei van het aantal huishoudens de komende jaren. In het optimistische scenario zijn er tussen 2018 en 2030 bijna 1 miljoen woningen nodig om te kunnen voldoen aan de behoefte aan uitbreiding en vervanging, terwijl dat er in het voorzichtige scenario maar 400.000 zijn.

Groei of daling beroepsbevolking

Binnen de GWW-sector lopen de inschattingen van het EIB voor nieuwbouw en herstel van infra in 2030 het meest uiteen: 16,8 miljard euro (optimistisch) of 15,3 miljard euro (voorzichtig). Voor onderhoud zijn de verschillen in inschatting minder groot: 7,9 miljard euro of 7,7 miljard euro. De toename is vooral te danken aan de voorlopig nog groeiende beroepsbevolking in delen van de Randstad. Daardoor groeit ook het woon-werkverkeer en dat vraagt om uitbreiding van de infrastructuur. Ook zal de sector profiteren van de investeringen in waterveiligheid en de energietransitie. Als de beroepsbevolking niet toeneemt, maar juist daalt (in het voorzichtige scenario), dan is er minder behoefte aan nieuwe infra en dat heeft zijn weerslag op de productie.

Terwijl de afgelopen decennia het wegen-, energie- en rioleringsnetwerk fors is gegroeid, zal de komende jaren de focus geleidelijk verschuiven van uitbreiding van infrastructuur naar reconstructie en vervanging, voorziet het EIB. Een deel is aan het einde van zijn levensduur gekomen.

Steeds meer randvoorwaarden

Infraprojecten zullen er de komende jaren steeds complexer op worden, stellen de onderzoekers. Aannemers krijgen te maken met steeds meer randvoorwaarden, zoals krappere budgetten, meer wet- en regelgeving, hogere omgevingseisen en toenemende eisen op het gebied van duurzaamheid en circulariteit. Daar komt nog eens bij dat reconstructie en vervanging uitgevoerd moet worden in een bestaande bebouwde omgeving. “Veel aandacht zal de komende periode dan ook moeten uitgaan naar project- en programmabeheersing, waarmee sterke pieken en dalen op de markt kunnen worden voorkomen.”

Het EIB wijdt een apart hoofdstuk aan de energietransitie, die eveneens forse investeringen vraagt vanwege verzwaring van elektriciteitsnetten (door de stijgende vraag naar elektriciteit) en de aanleg van warmtenetten. Ook voor dat thema hanteert het onderzoeksinstituut twee scenario’s: een collectieve, waarbij wijken verduurzamen door overwegend aan te sluiten op warmtenetten. En een individuele, waarbij bewoners vooral kiezen voor hybride warmtepompen en maar een klein deel gebruik gaat maken van een warmtenet.

Aanleg warmtenetten

Voor de aanleg van warmtenetten in bestaande wijken schat het EIB de investeringen in de collectieve variant op 7 miljard euro in de periode tussen 2019 en 2030. In de andere variant zou 2,8 miljard euro nodig zijn. De totale elektriciteitsinvesteringen voor de diezelfde periode raamt het EIB op 37 miljard euro.

Ook de aanleg van dit soort grote netwerken is complex, benadrukt het EIB. Zo is de inpassing van de nieuwe netten in de omgeving niet eenvoudig. Ondergronds moet rekening gehouden worden met bestaande infra en bovengronds moeten alle woningen een aparte aansluiting krijgen. Daar komt bij dat er in bestaande wijken veel meer afstemming nodig is tussen alle betrokken partijen zoals gemeenten, netbeheerders, aannemers en bewoners dan in een nieuwbouwwijk.

Auteur: Redactie Infrasite