Kamerbrief over de rijksregie over bouwgrondstoffen

Den Haag – Op 12 februari 2008 heeft staatssecretaris mw. J.C. Huizinga-Heringa van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met de antwoorden op de vragen van het lid Neppérus (VVD) over de voortgang van de afbouw van de rijksregie over bouwgrondstoffen.

Hieronder leest u de volledig brief 2008190 Antwoorden op kamervragen lid Neppérus over voortgang afbouw rijksregie over bouwgrondstoffen. Kamerstuk | 2008-02-12.

Geachte voorzitter,

Hierbij doe ik u, mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, toekomen de antwoorden op de vragen van het lid Neppérus (VVD) over de voortgang van de afbouw van de rijksregie over bouwgrondstoffen. (Ingezonden 15 januari 2008)

1

Waarom heeft de Kamer ondanks eerdere toezeggingen om hierover jaarlijks te rapporteren1 na september 2006 geen voortgangsrapportages meer ontvangen over de voortgang van de afbouw van de rijksregie met betrekking tot bouwgrondstoffen?

2

Kunt u overeenkomstig de eerdere toezeggingen hierover de Kamer zo spoedig mogelijk informeren?

1 en 2

De voortgangsrapportages zijn de afgelopen jaren aan de Kamer gezonden als er voldoende te melden was. Ik was reeds voornemens u te informeren naar aanleiding van het Zesde jaarlijkse advies van de Commissie Taakstellingen en flankerend beleid beton- en metselzandvoorziening (Commissie Tommel) dat ik in januari 2008 heb ontvangen. U kunt dit advies en mijn reactie daarop op korte termijn tegemoetzien.

3

Deelt u de mening dat de planning van de realisering van de overgangslocaties Geertjesgolf en Over Maas zoals aangegeven in de brief van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat d.d. 26 september 2005(2), inmiddels volstrekt achterhaald is?

4

Kunt u aangeven wat er concreet zal worden gedaan om deze overgangslocaties alsnog te realiseren?

5

Hoe zal gevolg worden gegeven aan de passage in de laatste voortgangsrapportage d.d. 26 september 2006(3), waarin wordt gesteld dat “indien deze mijlpaal (oktober 2006) niet gehaald wordt, zal de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer beslissen welke meest passende juridische procedure kan worden ingezet om het project Geertjesgolf zo spoedig mogelijk in uitvoering te brengen”?

3, 4 en 5

Beide projecten zijn inderdaad vertraagd ten opzichte van de planning die u in september 2005 heeft ontvangen.

Voor het project ‘Over de Maas’ in de gemeente West Maas en Waal wordt door de provincie Gelderland en de gemeente gewerkt aan de procedures om het project ruimtelijk mogelijk te maken. De partiële streekplanherziening, met daarin een concrete beleidsbeslissing, is op 20 september 2006 vastgesteld door Provinciale Staten van Gelderland. Deze is op dit moment aanhangig bij de Raad van State.

Op 13 september 2007 heeft de gemeenteraad van West Maas en Waal het Partiële Structuurplan Over de Maas vastgesteld. Ondertussen worden besluiten over het bestemmingsplan en de benodigde vergunningen inhoudelijk voorbereid. Ik verwijs hiervoor ook naar de antwoorden op eerdere kamervragen over dit project van de leden Jansen en Polderman(4).

Bij het project ‘Geertjesgolf’ in de gemeente Beuningen heeft de minister van VROM naar aanleiding van het passeren van de mijlpaal in oktober 2006 besloten dat de inzet van het instrumentarium uit de huidige Wet op de Ruimtelijke Ordening (aanwijzing, Nimby) in dit geval niet meer effectief zou zijn, omdat een veel krachtiger instrument op relatief korte termijn beschikbaar komt. Een inpassingsplan onder de nieuwe Wet ruimtelijke ordening is bij uitstek geschikt om te gebruiken in gevallen waarin projecten van nationaal belang gerealiseerd moeten worden. Het project is dan niet meer afhankelijk van ruimtelijke besluitvorming van de gemeente.

Het heeft echter onze sterke voorkeur om er samen met de gemeente uit te komen. Dat is de inzet van het kabinet geweest toen de minister van VROM en ik op 9 juli 2007 een bestuurlijk overleg voerden met de gemeente Beuningen en de provincie Gelderland. Dit heeft eraan bijgedragen dat de gemeente na jaren van aarzelen sinds kort bereid is om met de grondeigenaar te onderhandelen over de voorwaarden voor het herzien van het bestemmingsplan. De minister van VROM heeft de intentie om een unilateraal initiatief van de grondeigenaar ruimtelijk mogelijk te maken indien de onderhandelingen niet tot het gewenste resultaat leiden.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

J.C. Huizinga-Heringa

1 Kamerstuk 28 600 XII, nr. 114

2 Kamerstuk 30 300 XI, nr. 3

3 Kamerstuk 30 800 XII, nr. 4

4 Kamervragen met antwoord 2007-2008, nr. 486.