Nog maanden verhoogde waakzaamheid veendijken

Waterschappen doen er goed aan hun verhoogde waakzaamheid rond de afgelopen zomer verdroogde veenkaden nog geruime tijd voort te zetten. Het kan nog twee tot zes maanden duren voordat deze regionale waterkeringen weer (nagenoeg) volledig zijn verzadigd met water. De intrede van het natte seizoen betekent niet automatisch dat de stabiliteit van de kaden terugkeert. Stijgingen van het peil in de boezemwateren kunnen zodoende kritieke situaties veroorzaken.
De Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (Stowa) concludeert dit na afronding van enkele (korte termijn) onderzoeken naar de gevolgen van de extreme droogte op de circa 3.500 kilometer veenkaden in ons land. De onderzoeken werden uitgevoerd in opdracht van de Unie van Waterschappen.

De resultaten van deze studies zijn onlangs tijdens een breed deskundigenoverleg besproken. Aan tafel zaten vertegenwoordigers van waterschappen, provincies, Stowa, Unie van Waterschappen (Unie) en een viertal kennisinstituten, die de studies in opdracht van Stowa en Unie uitvoerden.

De onderzoeken naar de specifieke oorzaken van de dijkafschuivingen bij achtereenvolgens Wilnis en langs de Rotte bij Rotterdam zijn niet aan de orde geweest. De resultaten van die studies in opdracht van de betrokken waterschappen kunnen nog geruime tijd op zich laten wachten.

Tijdens het recente deskundigenoverleg is een groot aantal vragen besproken. Waar bevinden zich de door verdroging meest kwetsbare veenkaden? Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten bij de inspecties van veenkaden? Welke technische hulpmiddelen kunnen de inspecties ondersteunen? Welke noodmaatregelen kunnen worden genomen? Hoe zit het met de bomen op de kaden?

Afgesproken is dat de Stowa proeven gaat entameren met maatregelen (middelen) die de verzadiging van het veen met water kunnen versnellen.

Kaarten
Waterschappen kunnen binnen enkele weken beschikken over kaarten en toelichtingen daarbij ten aanzien van locaties waar zich mogelijk kwetsbare veendijken bevinden. Zij kunnen dan nog gerichter inspecteren.
Vrijwel alle in ons land beschikbare gegevens over bodems (zand, klei, veen of combinaties daarvan), grondwater en waterpeilen zijn de afgelopen weken bijeen gebracht. Hieruit blijkt dat veenkaden vooral voorkomen in het Utrechts-Hollandse veenweidegebied, Noord-Holland, Friesland en Groningen. In de overige provincies met uitzondering van Zuidoost-Nederland komen lokaal ook veenkaden voor.
Gecombineerd met specifieke kenmerken op locatie (bijvoorbeeld hoogte en profiel van een kade) verschaffen de kaarten naar verwachting meer inzicht in de mate waarin de stabiliteit van een veenkade kwetsbaar is voor verdroging.

Handleiding
Eerder werd op basis van de Stowa-onderzoeken al bekend waarop dijkcontroleurs tijdens hun visuele inspecties extra kunnen letten. De waterschappen beschikken inmiddels over een ‘handleiding’. Belangrijke aandachtspunten voor de inspecteurs zijn vervormingen van de kruin, het talud en het aangrenzende land.
Scheurvorming, kruinverzakking en het ‘opbollen’ van het veen onder of langs de kaden zijn belangrijke aanwijzingen voor afnemende stabiliteit. Aangeraden wordt om de opmerkingen van burgers en recente werkzaamheden aan of bij veenkaden bij de inspecties te betrekken.

Technische hulpmiddelen
Tijdens de korte-termijn-onderzoeken zijn denkbare technische hulpmiddelen voor kade-inspecties geïnventariseerd. Het betreft, mede op basis van schaalniveau, drie categorieën hulpmiddelen: snelle inspecties vanuit de lucht van lange kadetracés, lokale inspecties van een dijkvak en detailonderzoek van een dijkprofiel.
Uit de onderzoeken kwam naar voren dat waterschappen weinig ervaring hebben met technische hulpmiddelen. In enkele gevallen is wel gebruik gemaakt van techniek maar heeft dit weinig aan de visuele inspectie toegevoegd.

Afgesproken is dat nader onderzoek gaat plaatsvinden naar de snelle inspecties van kadetracés.

Noodmaatregelen
De onderzoekers zijn de afgelopen weken ook nagegaan welke noodmaatregelen getroffen kunnen worden in het geval van een door droogte risicovol geworden dijkvak. Bij een verondersteld naderend bezwijken van een veenkade wordt in de eerste plaats aangeraden het binnentalud te verzwaren, mogelijk in combinatie met het aanbrengen van een stabiliteitsberm.

Bomen
De deskundigen zijn het niet eens geworden over de kans op en het risico van (omvallende) bomen op de veenkaden. De situatie kan van plaats tot plaats sterk verschillen. De beheerders staan in tijden van droogte voor de keuze tussen veiligheid en landschappelijk belang. Nader onderzoek wordt aanbevolen.
Als wordt besloten tot preventieve bomenkap op dijken is het belangrijk om ‘open kaart’ te spelen naar andere instanties en omwonenden. Alle omstandigheden en ‘onzekerheden’ dienen in dat geval te worden gecommuniceerd.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht STOWA / UWV

Nog maanden verhoogde waakzaamheid veendijken | Infrasite

Nog maanden verhoogde waakzaamheid veendijken

Waterschappen doen er goed aan hun verhoogde waakzaamheid rond de afgelopen zomer verdroogde veenkaden nog geruime tijd voort te zetten. Het kan nog twee tot zes maanden duren voordat deze regionale waterkeringen weer (nagenoeg) volledig zijn verzadigd met water. De intrede van het natte seizoen betekent niet automatisch dat de stabiliteit van de kaden terugkeert. Stijgingen van het peil in de boezemwateren kunnen zodoende kritieke situaties veroorzaken.
De Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (Stowa) concludeert dit na afronding van enkele (korte termijn) onderzoeken naar de gevolgen van de extreme droogte op de circa 3.500 kilometer veenkaden in ons land. De onderzoeken werden uitgevoerd in opdracht van de Unie van Waterschappen.

De resultaten van deze studies zijn onlangs tijdens een breed deskundigenoverleg besproken. Aan tafel zaten vertegenwoordigers van waterschappen, provincies, Stowa, Unie van Waterschappen (Unie) en een viertal kennisinstituten, die de studies in opdracht van Stowa en Unie uitvoerden.

De onderzoeken naar de specifieke oorzaken van de dijkafschuivingen bij achtereenvolgens Wilnis en langs de Rotte bij Rotterdam zijn niet aan de orde geweest. De resultaten van die studies in opdracht van de betrokken waterschappen kunnen nog geruime tijd op zich laten wachten.

Tijdens het recente deskundigenoverleg is een groot aantal vragen besproken. Waar bevinden zich de door verdroging meest kwetsbare veenkaden? Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten bij de inspecties van veenkaden? Welke technische hulpmiddelen kunnen de inspecties ondersteunen? Welke noodmaatregelen kunnen worden genomen? Hoe zit het met de bomen op de kaden?

Afgesproken is dat de Stowa proeven gaat entameren met maatregelen (middelen) die de verzadiging van het veen met water kunnen versnellen.

Kaarten
Waterschappen kunnen binnen enkele weken beschikken over kaarten en toelichtingen daarbij ten aanzien van locaties waar zich mogelijk kwetsbare veendijken bevinden. Zij kunnen dan nog gerichter inspecteren.
Vrijwel alle in ons land beschikbare gegevens over bodems (zand, klei, veen of combinaties daarvan), grondwater en waterpeilen zijn de afgelopen weken bijeen gebracht. Hieruit blijkt dat veenkaden vooral voorkomen in het Utrechts-Hollandse veenweidegebied, Noord-Holland, Friesland en Groningen. In de overige provincies met uitzondering van Zuidoost-Nederland komen lokaal ook veenkaden voor.
Gecombineerd met specifieke kenmerken op locatie (bijvoorbeeld hoogte en profiel van een kade) verschaffen de kaarten naar verwachting meer inzicht in de mate waarin de stabiliteit van een veenkade kwetsbaar is voor verdroging.

Handleiding
Eerder werd op basis van de Stowa-onderzoeken al bekend waarop dijkcontroleurs tijdens hun visuele inspecties extra kunnen letten. De waterschappen beschikken inmiddels over een ‘handleiding’. Belangrijke aandachtspunten voor de inspecteurs zijn vervormingen van de kruin, het talud en het aangrenzende land.
Scheurvorming, kruinverzakking en het ‘opbollen’ van het veen onder of langs de kaden zijn belangrijke aanwijzingen voor afnemende stabiliteit. Aangeraden wordt om de opmerkingen van burgers en recente werkzaamheden aan of bij veenkaden bij de inspecties te betrekken.

Technische hulpmiddelen
Tijdens de korte-termijn-onderzoeken zijn denkbare technische hulpmiddelen voor kade-inspecties geïnventariseerd. Het betreft, mede op basis van schaalniveau, drie categorieën hulpmiddelen: snelle inspecties vanuit de lucht van lange kadetracés, lokale inspecties van een dijkvak en detailonderzoek van een dijkprofiel.
Uit de onderzoeken kwam naar voren dat waterschappen weinig ervaring hebben met technische hulpmiddelen. In enkele gevallen is wel gebruik gemaakt van techniek maar heeft dit weinig aan de visuele inspectie toegevoegd.

Afgesproken is dat nader onderzoek gaat plaatsvinden naar de snelle inspecties van kadetracés.

Noodmaatregelen
De onderzoekers zijn de afgelopen weken ook nagegaan welke noodmaatregelen getroffen kunnen worden in het geval van een door droogte risicovol geworden dijkvak. Bij een verondersteld naderend bezwijken van een veenkade wordt in de eerste plaats aangeraden het binnentalud te verzwaren, mogelijk in combinatie met het aanbrengen van een stabiliteitsberm.

Bomen
De deskundigen zijn het niet eens geworden over de kans op en het risico van (omvallende) bomen op de veenkaden. De situatie kan van plaats tot plaats sterk verschillen. De beheerders staan in tijden van droogte voor de keuze tussen veiligheid en landschappelijk belang. Nader onderzoek wordt aanbevolen.
Als wordt besloten tot preventieve bomenkap op dijken is het belangrijk om ‘open kaart’ te spelen naar andere instanties en omwonenden. Alle omstandigheden en ‘onzekerheden’ dienen in dat geval te worden gecommuniceerd.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht STOWA / UWV