Verband wateroverlast en aanleg Noord/Zuidlijn?

Amsterdam – In januari, februari en augustus 2004 hebben omwonenden op enkele plaatsen langs het traject van de Noord/Zuidlijn wateroverlast ondervonden als gevolg van een stijging van het grondwater. Het Adviesbureau Noord/Zuidlijn heeft vanaf juni 2004 jaar in samenwerking met de dienst Waterbeheer en Riolering (DWR) op basis van klachten van bewoners en ondernemers een onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek spitste zich toe op de vraag of er een verband bestaat tussen de wateroverlast en de bouw van de Noord/Zuidlijn.

Tijdens het onderzoek is gebruik gemaakt van peilbuismetingen van DWR binnen een straal van 100 meter aan weerszijden van het Noord/Zuidlijn traject. Het gaat om 335 peilbuizen waarvan de meetgegevens over tientallen jaren zijn verzameld. Daarnaast is gebruik gemaakt van meetgegevens van de aannemer. Per station (Ferdinand Bolstraat, Vijzelgracht en Rokin) zijn namelijk ca. 20 peilbuizen beschikbaar die sinds juni 2003 wekelijks of dagelijks worden gemeten. Ook is gebruik gemaakt van neerslag/verdampingsgegevens in de omgeving van Amsterdam en van het overzicht van de werkzaamheden aan de stations. Het onderzoek is inmiddels afgerond.

Samenvatting Conclusies
Algemeen
Een stroming haaks op of in lijn met de stationslocaties is in de eerste meters beneden straatniveau niet waargenomen.
Rokin
Aan de Oostzijde van Rokin is een lokale invloed waargenomen, ten zuiden van de Wijde Lombardsteeg. Gezien het lokale en verplaatsende karakter van de hoge waterstanden wordt een relatie vermoed tussen het voorboren en de lokaal hoge grondwaterstand. Uitgesloten wordt dat de boorvloeistof in kelders is gestroomd. Overige werkzaamheden geven geen indicatie van tijdelijke dan wel permanente grondwaterbeïnvloeding.
Vijzelgracht
De peilbuizen aan de oostzijde (werkzijde) van de Vijzelgracht reageren naar verhouding heftiger op neerslag in vergelijking met peilbuizen op grotere afstand tot de werkzaamheden. De waterstand daalt wel terug naar het omgevingsgemiddelde. Vermoed wordt dat het verwijderen van de bestrating ten behoeve van de werkzaamheden een grotere inzijging van hemelwater tot gevolg heeft. Een stijging groter dan 0,20 m t.o.v. het oorspronkelijke grondwaterverloop wordt niet aannemelijk geacht. Deze stijging wordt incidenteel waargenomen en is niet voor alle peilbuizen aan werkzijde van toepassing. Peilbuizen buiten het invloedsgebied van de werkzaamheden vertonen eveneens incidentele pieken. Het intensieve meetprogramma beslaat een relatief korte periode. Tevens is sprake van klimatologische records in de jaren 2003 en 2004 en heeft op de project locatie rioolvervanging plaatsgevonden. Een directe relatie tussen de wateroverlast en de werkzaamheden kan op basis van het onderzoek niet worden vastgesteld.
Ceintuurbaan
Het gedrag van nabij de werkzaamheden gelegen peilbuizen wijkt niet af van verafgelegen peilbuizen. Dit kan worden verklaard door de opbouw van de wijk, waarin gebruik is gemaakt van een zand ophoging, welke de doorstroom van grondwater bevordert. De metingen duiden niet op de aanwezigheid van een lokale invloed. Alle peilbuizen volgen dezelfde beweging. Een stijging groter dan 0,20 m t.o.v. het oorspronkelijke grondwaterverloop wordt niet aannemelijk geacht. Deze stijging wordt incidenteel waargenomen en is niet voor alle peilbuizen aan werkzijde van toepassing. Peilbuizen buiten het invloedsgebied van de werkzaamheden vertonen eveneens incidentele pieken. Het intensieve meetprogramma beslaat een relatief korte periode. Tevens is sprake van klimatologische records in de jaren 2003 en 2004 en heeft op de project locatie rioolvervanging plaatsgevonden. Een directe relatie tussen de wateroverlast en de werkzaamheden kan op basis van het onderzoek niet worden vastgesteld.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Noord-Zuidlijn Amsterdam (Noord - WTC)