Duurzaam asfalt BAM

Miljarden begrote euro’s infrastructuur niet uitgegeven

Van de 11 miljard euro die het Rijk heeft uitgetrokken voor de aanleg van infrastructuur in de periode tussen 2018 en 2020, is een derde niet uitgegeven en doorgeschoven naar latere jaren. Tot die conclusie komt het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in de jaarlijkse voortgangsrapportage van infrastructuurprojecten.

Bij het opstellen van de jaarlijkse Infrastructuurmonitor maakt het EIB gebruik van bronnen als het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) en de begrotingen van het Infrastructuurfonds en Deltafonds. In de rapportage analyseert het EIB niet alleen de begrotingen en de uitgaven, maar wordt er ook gekeken naar de voortgang van infraprojecten.

Capaciteit, complexiteit en stikstof

De geconstateerde aan onderbesteding heeft volgens de onderzoekers meerdere oorzaken. Zowel capaciteitsproblemen en complexiteit van projecten als de stikstofbelemmeringen leidden ertoe dat de uitgaven naar beneden werden bijgesteld. In omvang is de onderbesteding het grootst bij de aanleg van hoofdwegen. Er is in de periode tussen 2018 en 2020 1,8 miljard euro minder uitgegeven dan begroot, bijna 35 procent. Verhoudingsgewijs was de onderbesteding bij de aanleg van spoorwegen en vaarwegen het grootst, respectievelijk 40 en 45 procent.

Megaprojecten als Zuidasdok, Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) en European Rail Traffic Management System (ERTMS) laten eveneens een sterke terugval zien in 2021. Vergeleken met 2020 nemen de uitgaven met bijna 45 procent af.

Vertraging in plannen

Het EIB signaleert ook een toenemende vertraging bij projecten in de verkennings- en planuitwerking. Het aandeel vertraagde projecten steeg van 15 procent in 2019 tot bijna 30 procent in 2021. De vertraging is in meer dan de helft van de gevallen te wijten aan de stikstofproblemen. De vertraging bij projecten in de realisatiefase blijft daarentegen redelijk constant met zo’n 16 procent. Wegenbouwprojecten lopen het vaakst vertraging op in het voortraject, terwijl projecten die te maken hebben met het hoofdvaarwegennet juist in de realisatiefase stagneren.

Om knelpunten op te lossen zijn in het Infrastructuurfonds en Deltafonds budgetten voor beheer, onderhoud en vervangen naar voren gehaald, waar vooral spoor- en vaarwegen van profiteren. Dat effect is de komende jaren het grootst in 2022 en 2023.

Budgetten nemen toe

Hoewel projecten stageren, nemen de beschikbare budgetten uit beide fondsen de komende jaren toe, constateert het EIB. Dat geldt zowel voor aanleg als voor beheer, onderhoud en vervanging. Op de begrotingen van het Infrastructuurfonds en Deltafonds in 2021 staan enkele honderden projecten. De kosten daarvan vanaf 2020 bedragen bijna 50 miljard euro. Bijna de helft daarvan betreft wegenbouwprojecten. Water- en spoorgerelateerde projecten zijn goed voor elk een kwart.

Auteur: Redactie Infrasite