Gelderland: Stedelijke netwerken & kwaliteit landschap

Arnhem РGedeputeerde Staten van Gelderland hebben de hoofdlijnen voor het nieuwe streekplan vastgesteld. De provincie hanteert daarin de ruimtelijke hoofdstructuur, gericht op het stimuleren van krachtige stedelijke netwerken ̬n kwaliteitsverbetering van het Gelders landschap. Gebieden die belangrijk zijn voor natuur, water (kwaliteit ̩n veiligheid) en cultuurhistorie krijgen bijzondere aandacht.

Regio’s en gemeenten kunnen in grotere vrijheid bepalen hoe zij de ruimte voor wonen en werken in hun gebied willen verdelen. Zelf wil de provincie een aantal projecten van provinciale betekenis oppakken, die gemeenten vanwege de aard en omvang niet alleen uit kunnen voeren.

Aanloop
De hoofdlijnennota is een tussenproduct in de aanloop naar het nieuwe streekplan. Het beleid komt van meet af aan in nauwe samenspraak met de samenwerkende gemeenten tot stand. De regionale samenwerkingsverbanden stelden voor hun gebieden – in de vorm van regionale structuurvisies – bouwstenen op voor het gebiedsspecifieke deel van het nieuwe streekplan. Ook belangenorganisaties, marktpartijen en inwoners van Gelderland worden bij de ontwikkeling van het ruimtelijk beleid betrokken. Nog voor de zomervakantie stellen GS het ontwerpplan vast. Daarna wordt het ter visie gelegd. Het Gelders parlement (Provinciale Staten) stelt het nieuwe streekplan eind dit jaar definitief vast.

Veranderende rol
De rol van de provincie in het ruimtelijk beleid verandert. Zij legt zich meer toe op de grote lijnen, herkenbaar in de ruimtelijke hoofdstructuur. Deze hoofdstructuur bestaat uit:

– de aanduiding van gebieden die belangrijk zijn voor natuur, water, cultuurhistorie en landschap. De kwaliteit ervan moet verbeterd worden en verstedelijking moet worden tegengegaan;
– de “rode functies”: de ruimte voor wonen, werken en voorzieningen in stedelijke netwerken en regionale centra.
De provincie wil de ruimte voor wonen en werken zo efficiënt mogelijk verdelen. Dit gebeurt door middel van “bundeling”: concentratie van woningen, bedrijventerreinen en voorzieningen. Deze ruimte moet in de eerste plaats gezocht worden in bestaand gebouwd gebied. Daar kan “inbreiding” plaatsvinden en biedt bijvoorbeeld sloop van oude gebouwen ruimte voor nieuwbouw. De provincie wil deze mogelijkheid optimaal benutten. Daarnaast zijnkwaliteit en capaciteit van infrastructuur (wegen, spoorlijnen en water) belangrijk bij de vraag waar gebouwd kan worden.

Economie
Knooppunt Arnhem-Nijmegen vormt de economische motor van Gelderland. Dit stedelijk netwerk is van (inter)nationale betekenis. Daarnaast zijn de Stedendriehoek (Apeldoorn, Zutphen en Deventer) en WERV (Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal) – in relatie tot de Vallei – netwerken met een interprovinciaal belang. De economische ontwikkeling in Gelderland moet met name in deze netwerken gestimuleerd worden. Harderwijk (en omstreken), Tiel (en omstreken) en Doetinchem (en omstreken) zijn centra met een regionale betekenis, die zich tot netwerken kunnen ontwikkelen.
De bedrijventerreinen in deze gebieden voorzien vooral in een regionale behoefte. Elders in de regio worden bij voorkeur intergemeentelijke bedrijventerreinen gestimuleerd voor lokale bedrijvigheid.

Netwerken
Anders dan in het huidige streekplan (1996) volgt de provincie bij de bundeling van wonen en werken niet meer de “kernenhiërarchie”: de strikte verdeling in kernen met een bovenregionale, regionale, subregionale en lokale functie. Achterliggende gedachte is dat het functioneren van steden tegenwoordig niet meer op zichzelf staat. Het gaat veel meer om de onderlinge verbanden die er tussen steden en overige kernen bestaan: de “netwerken”. Daar moet de ruimte voor wonen, werken en voorzieningen worden gezocht en verdeeld.

Platteland
De provincie wil de vitaliteit van het platteland een impuls geven. De mogelijkheden voor wonen en werken worden vergroot. Door de ontwikkeling in de landbouw verliezen veel agrarische gebouwen de komende jaren hun functie. De provincie wil bevorderen dat deze gebouwen worden hergebruikt voor wonen en werken. Voor wat het wonen betreft kan een gebouw in meerdere wooneenheden worden opgedeeld. Ook voor het werken komen meer mogelijkheden. Boeren die grondgebonden landbouw als hoofdtaak hebben kunnen niet-agrarische nevenactiviteiten gaan ontplooien. Het is zelfs mogelijk dat zij, onder voorwaarden, volledig omschakelen naar niet-agrarische activiteiten. Eén van de voorwaarden is dat het om kleinschalige activiteiten gaat. Dit alles moet gepaard gaan met verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het platteland. Dat kan door sloop van overtollige gebouwen, grotere toegankelijkheid en betere publieke voorzieningen. Omdat deze aanpak voor een groot deel in de behoefte aan landelijk wonen voorziet, komen er geen mogelijkheden voor nieuwe, losliggende, bouwlocaties in het buitengebied.

Keuzes voor de regio’s
De regionale samenwerkingsverbanden van gemeenten maakten bouwstenen (“regionale structuurvisies”) voor het gebiedsspecifieke deel van het nieuwe streekplan. De provincie reageert hierop:

– Knooppunt Arnhem-Nijmegen
Het KAN kiest de komende tien jaar voor een kwaliteitsimpuls in het bestaande stedelijk en landelijk gebied. De provincie is het hiermee eens. Wel vraagt zij aandacht voor nieuwe regionale bedrijvigheid. De provincie steunt het onderzoek naar de aanleg van het Rail Service Centre bij Valburg en is bereid om in afwachting van de uitkomst de ruimte te reserveren. De provincie bepaalt in overleg met het KAN de keuze voor de derde Waalverbinding in het ontwerp-Streekplan. Uitwerking van plannen voor een andere invulling van het landelijk gebied moet in samenwerking met de provincie en het waterschap gebeuren. De glastuinbouw wordt geconcentreerd in Bergerden en in de toekomst in Kamervoort.

– Stedendriehoek
De provincie is het eens met verdere uitbouw van het stedelijk netwerk Apeldoorn, Zutphen en Deventer, inclusief IJsselsprongen (en by-passes). Ook ondersteunt zij een regionale positie van Lochem voor bedrijvigheid. Provincie en regio zijn het eens in hun benadering van het Veluwemassief. Het Centraal Veluws Natuurgebied wordt als eenheid beschermd en ontwikkeld. De flanken van de Veluwe mogen niet dichtgroeien met bebouwing. “Groene wiggen” en “ecologische poorten” moeten dit voorkomen. De provincie wil dat de karakteristieke open gebieden in de IJsselvallei behouden blijven.

– WERV/Vallei
In lijn met de, al eerder, ingezette koers wijst de provincie de regio WERV (Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal) aan als stedelijk netwerk. De provincie noemt de situatie van Barneveld “complex”. Enerzijds oriënteert Barneveld zich op Amersfoort. Anderzijds is meer duidelijkheid over de as Barneveld-WERV gewenst. Daarbij moet de capaciteit van de Valleilijn volledig worden benut. De provincie vraagt de regio dit verder uit te werken. In verband daarmee wordt de voorgenomen landbouwontwikkelingsgebieden tussen de A30 en de Valleilijn in discussie gebracht. De provincie wil meer samenhang tussen de regionale ruimtelijke ontwikkelingen en de “dragende” rol van de beken in de Vallei.

– Noord-Veluwe
De provincie wil het Centraal Veluws Natuurgebied (CVN) vrijwaren van verstedelijking. Ook hier zorgen “groene wiggen” en “ecologische poorten” voor de overgangen tussen CVN en de randgebieden. Harderwijk vervult een centrale positie in de regio. Als gevolg van ruimtegebrek gaat Flevoland een overloopfunctie voor regionale bedrijvigheid vervullen. De regio pleit voor ruimtelijke kwaliteit in de “zwermgebieden”: gebieden waar een mengeling van agrarisch gebruik, natuur, landschap, wonen, werken, recreatie en sport ontstaat. Dit wijkt af van het provinciale uitgangspunt “geen nieuw rood in het buitengebied”.
Toch wil de provincie hier op kleine schaal ruimte voor bieden, mits de regio daarvoor de zoekzones begrenst. De provincie gaat niet akkoord met aanpassing van de CVN-grens. Wel wil zij zoeken naar (her)vestigingsmogelijkheden van de recreatiesector. De regio moet meer aandacht besteden aan waterberging, natte natuur en de gevolgen van een hoger waterpeil van het IJsselmeer.

– Achterhoek
De provincie deelt de visie van de regio om tot netwerkvorming rond de A18/N18 te komen, maar dan wel op termijn. Zij vindt dat er vooralsnog voldoende capaciteit aan bedrijventerreinen is. De provincie vraagt voor de kortere termijn meer aandacht voor de positie van Doetinchem in relatie tot de stedenband langs de Oude IJssel. Daar kan een (klein) stedelijk woon- en leefklimaat worden gerealiseerd. Verder ziet de provincie mogelijkheden voor bedrijven in de recreatieve en toeristische hoek en dienstverlenende sector. Mogelijkheden voor wonen in het buitengebied kunnen in zoekzones verder worden uitgewerkt.

– Rivierenland
De provincie verwacht dat de behoefte aan regionale bedrijvigheid – en daarmee aan ruimte – in het Rivierenland toe zal nemen. Daarom wordt de zoekruimte voor bedrijvigheid vergroot tot het gebied vanaf Tiel tot Geldermalsen. Dit sluit aan op de aanwezigheid van de A15. De provincie wil de gebieden langs de A2 tussen Culemborg en Deil en tussen Deil en Zaltbommel zoveel mogelijk open laten. Tiel behoudt zijn regionale functie. Er wordt gezocht naar beperkte mogelijkheden voor nieuwbouw van woningen buiten de kernen. Die gebeurt in zoekzones die de regio reeds heeft begrenst. De glastuinbouw uit de regio wordt geconcentreerd in de Bommelerwaard.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht provincie Gelderland

Gelderland: Stedelijke netwerken & kwaliteit landschap | Infrasite

Gelderland: Stedelijke netwerken & kwaliteit landschap

Arnhem РGedeputeerde Staten van Gelderland hebben de hoofdlijnen voor het nieuwe streekplan vastgesteld. De provincie hanteert daarin de ruimtelijke hoofdstructuur, gericht op het stimuleren van krachtige stedelijke netwerken ̬n kwaliteitsverbetering van het Gelders landschap. Gebieden die belangrijk zijn voor natuur, water (kwaliteit ̩n veiligheid) en cultuurhistorie krijgen bijzondere aandacht.

Regio’s en gemeenten kunnen in grotere vrijheid bepalen hoe zij de ruimte voor wonen en werken in hun gebied willen verdelen. Zelf wil de provincie een aantal projecten van provinciale betekenis oppakken, die gemeenten vanwege de aard en omvang niet alleen uit kunnen voeren.

Aanloop
De hoofdlijnennota is een tussenproduct in de aanloop naar het nieuwe streekplan. Het beleid komt van meet af aan in nauwe samenspraak met de samenwerkende gemeenten tot stand. De regionale samenwerkingsverbanden stelden voor hun gebieden – in de vorm van regionale structuurvisies – bouwstenen op voor het gebiedsspecifieke deel van het nieuwe streekplan. Ook belangenorganisaties, marktpartijen en inwoners van Gelderland worden bij de ontwikkeling van het ruimtelijk beleid betrokken. Nog voor de zomervakantie stellen GS het ontwerpplan vast. Daarna wordt het ter visie gelegd. Het Gelders parlement (Provinciale Staten) stelt het nieuwe streekplan eind dit jaar definitief vast.

Veranderende rol
De rol van de provincie in het ruimtelijk beleid verandert. Zij legt zich meer toe op de grote lijnen, herkenbaar in de ruimtelijke hoofdstructuur. Deze hoofdstructuur bestaat uit:

– de aanduiding van gebieden die belangrijk zijn voor natuur, water, cultuurhistorie en landschap. De kwaliteit ervan moet verbeterd worden en verstedelijking moet worden tegengegaan;
– de “rode functies”: de ruimte voor wonen, werken en voorzieningen in stedelijke netwerken en regionale centra.
De provincie wil de ruimte voor wonen en werken zo efficiënt mogelijk verdelen. Dit gebeurt door middel van “bundeling”: concentratie van woningen, bedrijventerreinen en voorzieningen. Deze ruimte moet in de eerste plaats gezocht worden in bestaand gebouwd gebied. Daar kan “inbreiding” plaatsvinden en biedt bijvoorbeeld sloop van oude gebouwen ruimte voor nieuwbouw. De provincie wil deze mogelijkheid optimaal benutten. Daarnaast zijnkwaliteit en capaciteit van infrastructuur (wegen, spoorlijnen en water) belangrijk bij de vraag waar gebouwd kan worden.

Economie
Knooppunt Arnhem-Nijmegen vormt de economische motor van Gelderland. Dit stedelijk netwerk is van (inter)nationale betekenis. Daarnaast zijn de Stedendriehoek (Apeldoorn, Zutphen en Deventer) en WERV (Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal) – in relatie tot de Vallei – netwerken met een interprovinciaal belang. De economische ontwikkeling in Gelderland moet met name in deze netwerken gestimuleerd worden. Harderwijk (en omstreken), Tiel (en omstreken) en Doetinchem (en omstreken) zijn centra met een regionale betekenis, die zich tot netwerken kunnen ontwikkelen.
De bedrijventerreinen in deze gebieden voorzien vooral in een regionale behoefte. Elders in de regio worden bij voorkeur intergemeentelijke bedrijventerreinen gestimuleerd voor lokale bedrijvigheid.

Netwerken
Anders dan in het huidige streekplan (1996) volgt de provincie bij de bundeling van wonen en werken niet meer de “kernenhiërarchie”: de strikte verdeling in kernen met een bovenregionale, regionale, subregionale en lokale functie. Achterliggende gedachte is dat het functioneren van steden tegenwoordig niet meer op zichzelf staat. Het gaat veel meer om de onderlinge verbanden die er tussen steden en overige kernen bestaan: de “netwerken”. Daar moet de ruimte voor wonen, werken en voorzieningen worden gezocht en verdeeld.

Platteland
De provincie wil de vitaliteit van het platteland een impuls geven. De mogelijkheden voor wonen en werken worden vergroot. Door de ontwikkeling in de landbouw verliezen veel agrarische gebouwen de komende jaren hun functie. De provincie wil bevorderen dat deze gebouwen worden hergebruikt voor wonen en werken. Voor wat het wonen betreft kan een gebouw in meerdere wooneenheden worden opgedeeld. Ook voor het werken komen meer mogelijkheden. Boeren die grondgebonden landbouw als hoofdtaak hebben kunnen niet-agrarische nevenactiviteiten gaan ontplooien. Het is zelfs mogelijk dat zij, onder voorwaarden, volledig omschakelen naar niet-agrarische activiteiten. Eén van de voorwaarden is dat het om kleinschalige activiteiten gaat. Dit alles moet gepaard gaan met verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het platteland. Dat kan door sloop van overtollige gebouwen, grotere toegankelijkheid en betere publieke voorzieningen. Omdat deze aanpak voor een groot deel in de behoefte aan landelijk wonen voorziet, komen er geen mogelijkheden voor nieuwe, losliggende, bouwlocaties in het buitengebied.

Keuzes voor de regio’s
De regionale samenwerkingsverbanden van gemeenten maakten bouwstenen (“regionale structuurvisies”) voor het gebiedsspecifieke deel van het nieuwe streekplan. De provincie reageert hierop:

– Knooppunt Arnhem-Nijmegen
Het KAN kiest de komende tien jaar voor een kwaliteitsimpuls in het bestaande stedelijk en landelijk gebied. De provincie is het hiermee eens. Wel vraagt zij aandacht voor nieuwe regionale bedrijvigheid. De provincie steunt het onderzoek naar de aanleg van het Rail Service Centre bij Valburg en is bereid om in afwachting van de uitkomst de ruimte te reserveren. De provincie bepaalt in overleg met het KAN de keuze voor de derde Waalverbinding in het ontwerp-Streekplan. Uitwerking van plannen voor een andere invulling van het landelijk gebied moet in samenwerking met de provincie en het waterschap gebeuren. De glastuinbouw wordt geconcentreerd in Bergerden en in de toekomst in Kamervoort.

– Stedendriehoek
De provincie is het eens met verdere uitbouw van het stedelijk netwerk Apeldoorn, Zutphen en Deventer, inclusief IJsselsprongen (en by-passes). Ook ondersteunt zij een regionale positie van Lochem voor bedrijvigheid. Provincie en regio zijn het eens in hun benadering van het Veluwemassief. Het Centraal Veluws Natuurgebied wordt als eenheid beschermd en ontwikkeld. De flanken van de Veluwe mogen niet dichtgroeien met bebouwing. “Groene wiggen” en “ecologische poorten” moeten dit voorkomen. De provincie wil dat de karakteristieke open gebieden in de IJsselvallei behouden blijven.

– WERV/Vallei
In lijn met de, al eerder, ingezette koers wijst de provincie de regio WERV (Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal) aan als stedelijk netwerk. De provincie noemt de situatie van Barneveld “complex”. Enerzijds oriënteert Barneveld zich op Amersfoort. Anderzijds is meer duidelijkheid over de as Barneveld-WERV gewenst. Daarbij moet de capaciteit van de Valleilijn volledig worden benut. De provincie vraagt de regio dit verder uit te werken. In verband daarmee wordt de voorgenomen landbouwontwikkelingsgebieden tussen de A30 en de Valleilijn in discussie gebracht. De provincie wil meer samenhang tussen de regionale ruimtelijke ontwikkelingen en de “dragende” rol van de beken in de Vallei.

– Noord-Veluwe
De provincie wil het Centraal Veluws Natuurgebied (CVN) vrijwaren van verstedelijking. Ook hier zorgen “groene wiggen” en “ecologische poorten” voor de overgangen tussen CVN en de randgebieden. Harderwijk vervult een centrale positie in de regio. Als gevolg van ruimtegebrek gaat Flevoland een overloopfunctie voor regionale bedrijvigheid vervullen. De regio pleit voor ruimtelijke kwaliteit in de “zwermgebieden”: gebieden waar een mengeling van agrarisch gebruik, natuur, landschap, wonen, werken, recreatie en sport ontstaat. Dit wijkt af van het provinciale uitgangspunt “geen nieuw rood in het buitengebied”.
Toch wil de provincie hier op kleine schaal ruimte voor bieden, mits de regio daarvoor de zoekzones begrenst. De provincie gaat niet akkoord met aanpassing van de CVN-grens. Wel wil zij zoeken naar (her)vestigingsmogelijkheden van de recreatiesector. De regio moet meer aandacht besteden aan waterberging, natte natuur en de gevolgen van een hoger waterpeil van het IJsselmeer.

– Achterhoek
De provincie deelt de visie van de regio om tot netwerkvorming rond de A18/N18 te komen, maar dan wel op termijn. Zij vindt dat er vooralsnog voldoende capaciteit aan bedrijventerreinen is. De provincie vraagt voor de kortere termijn meer aandacht voor de positie van Doetinchem in relatie tot de stedenband langs de Oude IJssel. Daar kan een (klein) stedelijk woon- en leefklimaat worden gerealiseerd. Verder ziet de provincie mogelijkheden voor bedrijven in de recreatieve en toeristische hoek en dienstverlenende sector. Mogelijkheden voor wonen in het buitengebied kunnen in zoekzones verder worden uitgewerkt.

– Rivierenland
De provincie verwacht dat de behoefte aan regionale bedrijvigheid – en daarmee aan ruimte – in het Rivierenland toe zal nemen. Daarom wordt de zoekruimte voor bedrijvigheid vergroot tot het gebied vanaf Tiel tot Geldermalsen. Dit sluit aan op de aanwezigheid van de A15. De provincie wil de gebieden langs de A2 tussen Culemborg en Deil en tussen Deil en Zaltbommel zoveel mogelijk open laten. Tiel behoudt zijn regionale functie. Er wordt gezocht naar beperkte mogelijkheden voor nieuwbouw van woningen buiten de kernen. Die gebeurt in zoekzones die de regio reeds heeft begrenst. De glastuinbouw uit de regio wordt geconcentreerd in de Bommelerwaard.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht provincie Gelderland