EIB: Bouwbedrijven blijven negatief over conjunctuur

Net als in de eerste helft van 2003 zijn de bouwbedrijven in augustus negatief in hun oordeel over de conjunctuur.
Bijna een kwart van de bedrijven verwacht een afname van de personeelsbezetting, slechts 4% verwacht een toename. In de grond-, water- en wegenbouw verwacht zelfs ruim de helft van de bedrijven in te krimpen.
Per saldo verwachten meer bedrijven een daling van de afzetprijzen dan een prijsstijging. Alleen de woningbouw vormt hierop een uitzondering; hier verwacht 6% van de bedrijven een stijging van de prijzen en 3% een daling. Evenals voorgaande maanden overtreft het aandeel bedrijven dat het onderhanden werk als klein beoordeelt het aandeel bedrijven dat dit als groot beoordeelt. In de wegenbouw meldt zelfs geen enkel bedrijf het onderhanden werk als groot te beoordelen.

Eén vijfde van de bedrijven ondervindt stagnatie van het onderhanden werk. Ook deze maand is de belangrijkste stagnatieoorzaak gebrek aan orders. In de gww meldt ruim 20% van de bedrijven dit als belangrijkste stagnatieoorzaak.
Zoals vermeld is er in het oordeel van de bouwbedrijven weinig veranderd na de vakantieperiode. Opvallend is echter dat het oordeel in de gww-sector op een aantal punten minder negatief is dan in juni. Zo is het percentage gww-bedrijven dat een prijsdaling verwacht in de periode juli/augustus gehalveerd. Ook beoordelen de gww-bedrijven het onderhanden werk nu iets minder negatief.

De omvang van de orderportefeuille in de bouwnijverheid is in augustus 2003 gedaald met 1,5% (0,1 maand) tot 6,6 maanden. Deze daling komt geheel voor rekening van de burgerlijke- en utiliteitsbouw. Figuur 1 laat zien dat in deze sector de orderportefeuille is gedaald met 0,2 maand tot 7,2 maanden.
In de subsector wegenbouw is de orderportefeuille gestegen met 0,2 maand tot 4,3 maanden. Voor de subsector grond- en waterbouw geldt juist dat de orderportefeuille is gedaald met 0,2 maand en wel tot 4,5 maanden. Hieruit volgt dat de omvang van de orderportefeuille in de gww gelijk is gebleven aan het niveau van vorige maand, namelijk 4,4 maanden (figuur 2).

Deze gegevens blijken uit de conjunctuurmeting in de bouwnijverheid van juli/augustus 2003 van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid. Zoals ieder jaar is de meting over juli en augustus samengevoegd in verband met de in die maanden vallende (bouwvak-)vakantie. Deze meting wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Aan de conjunctuurmeting verlenen ruim 400 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien personeelsleden hun medewerking.

EIB: Bouwbedrijven blijven negatief over conjunctuur | Infrasite

EIB: Bouwbedrijven blijven negatief over conjunctuur

Net als in de eerste helft van 2003 zijn de bouwbedrijven in augustus negatief in hun oordeel over de conjunctuur.
Bijna een kwart van de bedrijven verwacht een afname van de personeelsbezetting, slechts 4% verwacht een toename. In de grond-, water- en wegenbouw verwacht zelfs ruim de helft van de bedrijven in te krimpen.
Per saldo verwachten meer bedrijven een daling van de afzetprijzen dan een prijsstijging. Alleen de woningbouw vormt hierop een uitzondering; hier verwacht 6% van de bedrijven een stijging van de prijzen en 3% een daling. Evenals voorgaande maanden overtreft het aandeel bedrijven dat het onderhanden werk als klein beoordeelt het aandeel bedrijven dat dit als groot beoordeelt. In de wegenbouw meldt zelfs geen enkel bedrijf het onderhanden werk als groot te beoordelen.

Eén vijfde van de bedrijven ondervindt stagnatie van het onderhanden werk. Ook deze maand is de belangrijkste stagnatieoorzaak gebrek aan orders. In de gww meldt ruim 20% van de bedrijven dit als belangrijkste stagnatieoorzaak.
Zoals vermeld is er in het oordeel van de bouwbedrijven weinig veranderd na de vakantieperiode. Opvallend is echter dat het oordeel in de gww-sector op een aantal punten minder negatief is dan in juni. Zo is het percentage gww-bedrijven dat een prijsdaling verwacht in de periode juli/augustus gehalveerd. Ook beoordelen de gww-bedrijven het onderhanden werk nu iets minder negatief.

De omvang van de orderportefeuille in de bouwnijverheid is in augustus 2003 gedaald met 1,5% (0,1 maand) tot 6,6 maanden. Deze daling komt geheel voor rekening van de burgerlijke- en utiliteitsbouw. Figuur 1 laat zien dat in deze sector de orderportefeuille is gedaald met 0,2 maand tot 7,2 maanden.
In de subsector wegenbouw is de orderportefeuille gestegen met 0,2 maand tot 4,3 maanden. Voor de subsector grond- en waterbouw geldt juist dat de orderportefeuille is gedaald met 0,2 maand en wel tot 4,5 maanden. Hieruit volgt dat de omvang van de orderportefeuille in de gww gelijk is gebleven aan het niveau van vorige maand, namelijk 4,4 maanden (figuur 2).

Deze gegevens blijken uit de conjunctuurmeting in de bouwnijverheid van juli/augustus 2003 van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid. Zoals ieder jaar is de meting over juli en augustus samengevoegd in verband met de in die maanden vallende (bouwvak-)vakantie. Deze meting wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Aan de conjunctuurmeting verlenen ruim 400 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien personeelsleden hun medewerking.