A4 richting Delft, snelweg

Een brug of snelweg hergebruiken gaat niet zomaar



Infrastructuur zo ontwerpen dat er hergebruik kan plaatsvinden klinkt mooi, maar er moeten nog wel allerlei technische, juridische en financiële horden genomen worden. Daarvoor is het programma ‘Circulair Ontwerpen voor Gebouwen en Infrastructuur’ opgesteld. Ruben Vrijhoef van de TU Delft legt in gesprek met Infrasite uit welke uitdagingen en mogelijke oplossingen er zijn.

Het Bouw en Techniek Innovatiecentrum (BTIC) timmert nu een kleine twee jaar aan de weg. De organisatie werd opgericht door onder meer diverse ministeries en brancheverenigingen. Het BTIC brengt vragen, wensen en onderzoek op het vlak van innovatie bij elkaar teneinde die ontwikkelingen te versnellen en op te schalen. Recent werd een kennis- en innovatieprogramma voor het circulair ontwerpen van infrastructuur en gebouwen gepubliceerd. Het werd geschreven door medewerkers van TU Delft, Technische Universiteit Eindhoven, University of Twente, Avans Hogeschool, TNO, Koninklijke NLingenieurs en Witteveen+Bos.

Twee grote uitdagingen

Een van de betrokkenen is Ruben Vrijhoef. Hij onderzoekt bouwprocesinnovaties aan de TU Delft en is lector Building Future Cities aan de Hogeschool Utrecht. “Bij het circulair ontwerpen van infrastructuur heb je vooral met twee grote uitdagingen te maken. Het zijn vaak grote oppervlakken met meerdere eigenaren die tamelijk vastliggen. En de doorlooptijden en levensduur zijn over het algemeen langer dan bij vastgoed”, legt Vrijhoef uit. “Daarnaast heb je met andere dynamieken te maken. De levenscyclus en het eigendom zijn bij infrastructuur echt een heel ander verhaal dan bij gebouwen.”

Waarom het programma werd geschreven, mag duidelijk zijn: er liggen ambitieuze overheidsdoelstellingen om de economie circulair te maken en voor de bouw liggen daar grote uitdagingen, waarbij alle hulp welkom is. Vrijhoef spreekt in dat verband van “de noodzakelijkheid van het thema. Het gaat nu vooral over slim hergebruik van materiaal, maar het moet ook gaan over materiaal zo ontwerpen dat het in de toekomst losgemaakt en hergebruikt kan worden. Dat vergt een andere, veel complexere manier van denken.”

Hij betoogt dat dit met name voor infra een interessant uitgangspunt geeft. “Ga er maar aanstaan om een spoorlijn, rotonde of snelweg ‘losmaakbaar’ of uitneembaar te ontwerpen. En wie neemt vervolgens die materialen terug zodat ze hergebruikt kunnen worden? Bij vastgoed gaat het om deuren, gevels, badkamers, daar vind je doorgaans wel een herbestemming voor. Voor een wegvak inclusief vangrails en regeltechniek is dat een ander verhaal. Het is ook nog eens publiek eigendom dus dat vergt een andere benadering dan privaat vastgoed. En dan zijn er nog juridische aspecten die het allemaal wat uitdagender maken. Het kan wel, maar niet alles kan zomaar.“

Nog te kostbaar

Het hergebruik van materialen uit infrastructurele werken gebeurt tot op zekere hoogte al wel, en ook steeds vaker. Een perron dat na tientallen jaren wordt vervangen, kan zelfs met terugwerkende kracht circulair zijn. Maar daar zit nog wel een flinke kanttekening aan, legt Vrijhoef uit. “Er kan van alles, maar de vraag is wel hoe economisch dat kan. In dat opzicht kan circulair namelijk nog niet concurreren met lineair, het is simpelweg nog te kostbaar. En dan is de keuze meestal om toch maar voor nieuwe materialen te kiezen.”

Infra zo ontwerpen dat het per definitie kan worden hergebruikt is weer andere koek. Daar moet het programma ‘Circulair Ontwerpen voor Gebouwen en Infrastructuur’ bij helpen. Het beschrijft welke oplossingen ontwikkeld moeten worden en welke kennisvragen daarvoor beantwoord moeten worden. En hoe dat allemaal kan worden vormgegeven in een breed gedragen innovatieprogramma. Het gaat om ontwikkelingen die anders niet of sterk vertraagd van de grond zouden komen. Er zullen ook diverse (digitale) bijeenkomsten plaatsvinden om de diverse innovatietrajecten verder uit te werken.

‘Losmaakbare’ balk of deklaag

“In technisch opzicht gaat het om ontmantelbare en terugneembare ontwerpen. Neem bijvoorbeeld een viaduct: hoe losmaakbaar is een balk of een deklaag en welke mogelijkheden voor hergebruik zijn er dan?” Naast de technische kant is ook de juridische ‘losmaakbaarheid’ onderzocht, ofwel: waar zit bij de publieke infrastructuur ruimte in aanbestedingen en eigendomsvormen? “En dan is er het financiële aspect. Je kunt bijvoorbeeld het verhandelen van een tweedehands viaduct simuleren om daar inzichten in te krijgen”, aldus Vrijhoef.

Niet al te groot beginnen is bij dat alles raadzaam, zo blijkt uit de opzet van het programma. Dat richt zich namelijk primair op kleinere bruggen, viaducten en andere kunstwerken. “Een klein kunstwerk laat zich ook beter vergelijken met vastgoed, en dat is van belang omdat dit programma voor beide kanten iets wil betekenen. Daarom is de pragmatische keuze gemaakt om vooralsnog uit te gaan van de wat kleinere infra, en aan de vastgoedkant juist objecten groter dan woningen.”

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is de vaste redacteur van Infrasite. Daarnaast is hij hoofdredacteur Personenvervoer & Verkeer bij online vakbladuitgeverij ProMedia.