Belijning weg

Groot onderhoud A6 moet zo duurzaam mogelijk

Door allerlei innovatieve en duurzame oplossingen in te zetten, wil Rijkswaterstaat met het groot onderhoud aan de A6 een flinke stap vooruit zetten in klimaatneutraal en circulair werken. Zo worden er duurzame grondstoffen gebruikt en is hergebruik van materialen een speerpunt.

Het werk wordt uitgevoerd door Heijmans. Door het onderhoud moet de doorstroming op de weg verbeteren. Ook zal het verkeer straks stiller en veiliger plaatsvinden, zo is de bedoeling. De fundering wordt deels vernieuwd en  het asfalt wordt vervangen door een geluidreducerende deklaag. Daarnaast worden de duikers vervangen en de vluchtstroken verbreed.

Bij het aanbesteden van het onderhoud aan de snelweg tussen Lelystad-Noord en de Ketelbrug daagde Rijkswaterstaat inschrijvers uit om met duurzame oplossingen te komen. “Zowel in de beoordeling van de oplossingen, als nu in de uitvoering, vormt minimale milieu-impact steeds het uitgangspunt. We realiseren dat op diverse manieren, zoals met duurzaam zoab, elektrische en hybride machines en biobased wegmarkeringen.”

Voertuigen op biodiesel

De aan- en afvoer van grondstoffen gebeurt zo milieubewust mogelijk. Het merendeel van het transport rijdt zowel heen als terug met een volle vracht en bovendien rijden de voertuigen op biodiesel. Ook staat hergebruik hoog op de agenda, zoals van verkeersborden die nog langer meekunnen. Maar daarbij blijft het niet.

“Zand en stenen die tijdens de werkzaamheden vrijkomen, recyclen we zoveel mogelijk ter plaatse. Daarnaast gebruiken we duurzaam zoab. Dit asfalt bestaat gedeeltelijk uit oud asfalt dat wordt hergebruikt. Mede hierdoor heeft het totale project zo’n 50 procent minder milieu-impact dan de eerder afgegeven referentiewaarde”, aldus Rijkswaterstaat.

Lees ook: Nieuw programma voor circulair ontwerpen infrastructuur

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is de vaste redacteur van Infrasite. Daarnaast is hij hoofdredacteur Personenvervoer & Verkeer bij online vakbladuitgeverij ProMedia.