Spoorwerkzaamheden, baanwerkers, rails

Stijgende lijn in ongevallen met elektrisering van baanwerkers

Het aantal elektriseringen van baanwerkers is de afgelopen tien jaar niet zo hoog geweest als in 2019. Twee mensen raakten daarbij zwaargewond en vier liepen licht letsel op. In totaal waren er negen ongevallen met elektrisering. In 2018 waren dat er nog vijf. De cijfers zijn afkomstig uit jaarverslag Spoorveiligheid 2019 van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

Uit de gerapporteerde meldingen blijkt dat de oorzaken divers zijn. Genoemd worden vocht, een beschadigde kabel, een verkeerde of verouderde aanleg, gebrekkige werkoverdracht, verhoogde werkdruk, het niet dragen van beschermingsmiddelen en het niet opvolgen van de voorgeschreven manier van werken. Twee baanwerkers liepen vorig jaar ernstige verwondingen op. Bij de ene gebeurde dat toen hij tijdens het plaatsen van een draagkabel van de bovenleiding waarschijnlijk een retourstroom door zijn arm kreeg. De ander kwam in het onderstation in aanraking met 1500 Volt gelijkspanning.

Spanning van de bovenleiding

Het aantal elektriseringen tijdens werkzaamheden aan het spoor wordt sinds 2010 geregistreerd. Met negen keer springt het vorige jaar er in negatieve zin uit. Daarvoor was zes incidenten het hoogste aantal (in 2017). Er is geen enkel jaar geweest dat elektrisering niet voorkwam, al waren er wel een aantal jaren dat zo’n ongeval zich maar één keer voordeed. Of er sprake is van een stijgende tendens valt volgens het ILT niet te zeggen. Er zou immers ook sprake kunnen zijn van onderrapportage in het verleden. De ernstige ongevallen zijn uitvoerig onderzocht. “Maar het blijft zaak alert te zijn op werkoverdracht, werkdruk, het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en het opvolgen van werkprocedures. Dat zijn immers de meest beïnvloedbare oorzaken”, aldus het ILT.

Om de kans op dit soort ongevallen te verkleinen wordt inmiddels sinds drie jaar bij werkzaamheden de spanning van de bovenleiding gehaald. Spoorbeheerder ProRail voerde de maatregel in na een gezamenlijk programma met spooraannemers BAM Railinfra, StruktonRail en VolkerRail. Voordat dat landelijk gebeurde, hadden de aannemers in hun werkgebieden al ervaring opgedaan met spanningsloos werken. Daardoor kon de nieuwe manier van werken sneller ingevoerd worden dan aanvankelijk de bedoeling was.

Ruim vijftig arbeidsongevallen

In totaal waren er het afgelopen jaar 53 arbeidsongevallen tijdens spoorwerkzaamheden. Dat is inclusief het aantal elektriseringen. Er vielen geen dodelijke slachtoffers, maar wel raakten drie baanwerkers zwaargewond: twee -zoals eerder genoemd – door elektrisering en één door een val. Van de vijftig lichtgewonden werden er twee aangereden door een spoorvoertuig. Twee andere baanwerkers trof hetzelfde lot, alleen liepen ze daarbij geen letsel op.

Het ILT voerde het afgelopen jaar 128 inspecties uit naar de arbeidsomstandigheden. Dat was achttien keer aanleiding voor een maatregelen. Eén keer werd het werk stilgelegd, twaalf keer werd er een waarschuwing gegeven en vijf keer aanvullende informatie.

Overwegen

Behalve de werknemers van de spooraannemers zijn er ook andere groepen die risico lopen op en bij het spoor. In 2019 vonden er in totaal 25 zware ongevallen plaats, waarbij elf mensen stierven. Overwegen blijven de gevaarlijkste locaties binnen het spoornetwerk. Negen van de elf dodelijke slachtoffers kwamen om het leven op een overweg. ProRail is al jaren bezig om de veiligheid op overwegen te verbeteren. Het afgelopen jaar zijn er 29 onbewaakte en dertien bewaakte overwegen opgeheven. Ook zijn er drie onbewaakte overwegen van beveiliging voorzien.

Auteur: Redactie Infrasite