Forse afname orderportefeuille GWW

Amsterdam – Eind september 2004 is de omvang van de orderportefeuille in de gww met 0,6 maand sterk afgenomen en kwam hierdoor uit op 4,5 maanden. In de wegenbouw is de orderportefeuille zelfs met 0,7 maand ingekrompen. Ook de orderportefeuille in de grond- en waterbouw nam af en wel met 0,3 maand.

Het niveau van de orderportefeuille in de gww ligt nog wel boven dat van een jaar geleden.
In de burgerlijke- en utiliteitsbouw nam de orderportefeuille af met 0,2 maand tot 7,2 maanden. Dit wordt geheel veroorzaakt door de utiliteitsbouw, waar de orderportefeuille met 0,6 maand is verminderd. In de woningbouw is de orderportefeuille daarentegen gegroeid. Deze groei bedroeg 0,3 maand.
Als gevolg van bovenstaande mutaties is ook de omvang van de orderportefeuille in de totale bouwnijverheid geslonken. Deze bedroeg eind september 2004 6,6 maanden; een afname van 0,2 maand. Vergeleken met dezelfde periode vorig jaar bleef de omvang van de orderportefeuille onveranderd.

Uit de overige uitkomsten blijkt dat de bouwbedrijven nog altijd negatief zijn in hun oordeel over de conjunctuur.
Ruim een kwart van de bouwbedrijven beoordeelt het onderhanden werk als klein; slechts 9% beoordeelt het onderhanden werk als groot.
Eén op de vijf bedrijven ondervindt stagnatie van het onderhanden werk. Het uitblijven van orders wordt in beide sectoren als grootste stagnatieoorzaak genoemd.
In de b&u zijn de bedrijven, voor het eerst sinds maart 2004, per saldo positief over de verwachtingen van de ontwikkeling van het personeelsbestand. In de gww is dit niet het geval; hier verwacht slechts 1% van de bedrijven in personeelsomvang toe te nemen, terwijl bijna 16% een daling van het aantal personeelsleden verwacht. In de wegenbouw verwacht zelfs geen enkel bedrijf in personeelsomvang toe te nemen. Wel is het aandeel gww-bedrijven dat een daling van het personeelsbestand verwacht een stuk kleiner dan een maand geleden (16% nu tegenover 35% vorige maand).
Ook voor wat betreft de te verwachten prijsontwikkeling verschillen de uitkomsten per sector. In de b&u verwachten meer bedrijven een prijsstijging (14%) dan een prijsdaling (3%). De gww-bedrijven zijn per saldo negatief over de prijsontwikkeling; slechts 4% verwacht een stijging van de afzetprijzen, terwijl 12% een daling verwacht.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht EIB