Brinkman: Zevenpijlers om te investeren in Nederland

Gouda – Ter wille van de versterking van de economische groei en daarmee de werkgelegenheid moet de politiek ervoor kiezen te investeren in het land. Aldus AVBB-voorzitter Brinkman in een artikel dat gisteren gepubliceerd werd in het Financieele Dagblad. Hij onderscheid daarin zeven aandachtspunten: klimaatbeleid, water, breedband, windenergie, transportcapaciteit, railvervoer en de ontwikkeling van nieuw land.

Hieronder de integrale tekst van zijn artikel.

“We moeten (weer) trots kunnen zijn op Nederland, zaken op orde brengen en ervoor zorgen dat we het land goed achterlaten voor een volgende generatie. Dat is de opdracht voor politiek, overheid en maatschappelijke organisaties. Bouwen aan de toekomst vergt investeren. Geld uitgeven waar we decennia lang plezier van hebben. Dat is bevordering van economische groei en scheppen van werkgelegenheid. Dat betekent ook keuzes maken, besluiten nemen en daadwerkelijk tot uitvoering komen.
Zeven investeringspijlers kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling van het land.
1. Klimaatbeleid
Nederland wil een actieve bijdrage leveren aan het klimaatbeleid en daartoe uitvoering geven aan de zogeheten Kyoto-normering. Gebouwen vormen daarbij een onderbelichte invalshoek. In de bestaande Nederlandse gebouwenvoorraad gaat nog heel wat energie ten onrechte de lucht in. Duurzamer materiaal, betere installaties en meer geïsoleerde gevels, vloeren en daken kunnen het energieverbruik van nu (geschat 410 tot 440 PetaJoule, afhankelijk van de strengheid van de winters) via maatregelen terugbrengen met 10% in het jaar 2012. Deze 10% heeft een nog veel grotere bijdrage tot gevolg dan de in januari 2000 aangescherpte energieprestatienorm voor nieuwbouwwoningen (reductie met 20%) vanwege de veel grotere omvang van de woningvoorraad. De kosten van dit alles zouden zeker niet (volledig) voor rekening behoeven te komen van de gemeenschap. Voorzien zou kunnen worden in een verplichting voor burgers en bedrijven om per genoemde datum op zelf te bepalen wijze te voldoen aan bedoelde nieuwe energieprestatienorm.
2. Water
Een belangrijk (en wellicht toenemend) punt van zorg in ons land is het water. Aanvoer, afvoer, opslag, zuivering en bescherming behoeven meer aandacht. Er zou in termen van beperking van ruimtebeslag en betere coördinatie een wereld te winnen zijn indien de nu nogal versnipperde bevoegdheden meer in één hand zouden worden gelegd in het kader van het streven naar een “Andere Overheid”. Daar waar nieuwe waterberging moet worden gevonden – bijvoorbeeld in het gebied tussen Alphen aan de Rijn en Leiden, waar Nederland zeer laag is, de recreatiebehoefte groot en de woningnood voortduurt – zou een nieuwe herinrichting van dit deel van het Groene Hart mogelijkheden bieden. Een herinrichting die gebaseerd is op een creatievere verkaveling met groen en water, werk en woningen in plaats van een met zand volgespoten polder.
Ruimtelijke plannen zijn er genoeg, maar de uitvoering stokt. Ten onrechte. Duidelijk is dat voor betere riolering grote investeringen nodig zijn waartegenover hogere zuiveringslasten moeten komen te staan.
3. Breedband
Filevorming en vertraging is er niet alleen op de weg, op de rails en bij het luchtverkeer. Ook bij de communicatiemogelijkheden dreigt verstopping. Wil Nederland niet achterblijven bij de rest van de moderne wereld, dan moet op korte termijn aansluiting op breedbandcapaciteit worden geforceerd. Met visie en durf is ons land destijds in betrekkelijk korte tijd op het aardgas aangesloten. Nu zou een vergelijkbare gezamenlijke inspanning van betalende burgers en bedrijven, onder dwingende en concrete leiding van het kabinet, een doorbraak en grootschalige implementatie van deze technologie kunnen regelen.
4. Windenergie
Een meer duurzame energievoorziening is in verschillende opzichten van belang voor onze toekomstige generaties. Voor windenergie is veel ruimte nodig. Liefst een beetje uit het zicht. Achter de horizon op zee is die ruimte volop aanwezig. Dat ontsiert het land minder dan overal een plukje windmolens. Ook leidt een grootschalige aanpak veel eerder tot schaalvoordelen en innovatievermeerdering. Wat de financiering betreft is een speciale energie-investeringsheffing voor aanleg van een grootschalig windmolenpark op zee zeer verdedigbaar.
5. Transportcapaciteit boven- en ondergronds
Te vaak bleek strijden voor meer transportcapaciteit vechten tegen de spreekwoordelijke windmolens. We moeten constateren dat mobiliteit zijn eigen weg zoekt, niet zelden door gebieden waar we het eigenlijk liever niet hebben. Daarom is het niet raadzaam het plaatselijk verkeer allemaal terug te duwen van de snelweg naar de dorpskommen. Beter zou het zijn enkele nationale routes verder te verbreden dan nu voorzien, om zo het doorgaande verkeer te kunnen scheiden van het regionale verkeer. Extra verbreding van doorgaande wegen mag wat mij betreft beprijsd worden.
Daarnaast kunnen enkele regionale routes worden opgewaardeerd om zo schaarse groene ruimte zo veel mogelijk te ontzien.
In de grote bevolkingsconcentraties zou ondergronds transport met behulp van minicontainers een uitkomst zijn. De technologie is op laboratoriumschaal in Delft voorhanden en er zijn mogelijkheden om een ondergronds stratennetwerk te combineren met riolering en allerlei buizen en leidingen. Dit voorkomt dat de straat steeds open moet voor telkens weer een andere ingreep. Ook hier kunnen innovatie en verminderd ruimtebeslag hand in hand gaan. Gebruikersheffingen zijn hier op zijn plaats.
6. Railvervoer
De bevolkingsopeenhoping tussen het Schipholgebied, Amsterdam en Almere vereist geen lange studies over het railvervoer. Het moet nu gaan over de daadwerkelijke aanleg ervan. Voor de bereikbaarheid en (inter)nationale aantrekkelijkheid van deze regio is dit niet minder dan een bestaansvoorwaarde. Gedacht kan worden aan een daadwerkelijke combinatie van publiek-private samenwerking, waarbij vastgoed- en infra-ontwikkelingen elkaar versterken in plaats van in de weg zitten. Een forse rijksbijdrage is onontkoombaar en toekomstvast en behoeft daarom ook niet in de begrotingsdiscipline van een enkel jaar te worden geperst.
7. Nieuw land
Ons land zoekt dringend (nieuwe) ruimte. Ons bedrijfsleven scoort hoog met het aanleggen van nieuw land in Azië en het Midden Oosten. Die mogelijkheden moeten we ook in eigen land benutten. Een creatieve benutting en aanpassing van de voorzieningen kan de ruimtedruk doen afnemen. Ten Noorden van de waterweg lag eeuwenlang land in zee voor de kust van het Westland. En wie nog wat noordelijker durft te kijken weet dat de kustverdediging ter hoogte van de oude Rijnmond ook te wensen overlaat terwijl de recreatiedruk er toeneemt. Vroeger werden ten onrechte bunkers in de duinen gebouwd. Nu zouden we er wel parkeervoorzieningen onder kunnen bouwen en de tramlijnen naar de mooie kustplaatsen herstellen.
Vertier mag best wat kosten en nieuwe ruimte betaalt zichzelf (door woningen en een florerende tuinbouw bijvoorbeeld).

Economisch beleid mag aanvangen bij macro-economische bespiegelingen maar daar niet eindigen. Het gaat om investeren. Dat loont en duurzaamheid is zowel een moreel als een handelsproduct. Duizenden en duizenden extra mensjaren kunnen verbonden zijn met bovenbedoelde daadwerkelijke invoering van wat al aan concrete ideeën jarenlang op de plank ligt. De zorgen om de werkgelegenheid vanwege ‘oprukkend China en Polen’ zullen er minder van worden.”
Mr.drs. Elco Brinkman
Voorzitter AVBB

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht AVBB

Brinkman: Zevenpijlers om te investeren in Nederland | Infrasite

Brinkman: Zevenpijlers om te investeren in Nederland

Gouda – Ter wille van de versterking van de economische groei en daarmee de werkgelegenheid moet de politiek ervoor kiezen te investeren in het land. Aldus AVBB-voorzitter Brinkman in een artikel dat gisteren gepubliceerd werd in het Financieele Dagblad. Hij onderscheid daarin zeven aandachtspunten: klimaatbeleid, water, breedband, windenergie, transportcapaciteit, railvervoer en de ontwikkeling van nieuw land.

Hieronder de integrale tekst van zijn artikel.

“We moeten (weer) trots kunnen zijn op Nederland, zaken op orde brengen en ervoor zorgen dat we het land goed achterlaten voor een volgende generatie. Dat is de opdracht voor politiek, overheid en maatschappelijke organisaties. Bouwen aan de toekomst vergt investeren. Geld uitgeven waar we decennia lang plezier van hebben. Dat is bevordering van economische groei en scheppen van werkgelegenheid. Dat betekent ook keuzes maken, besluiten nemen en daadwerkelijk tot uitvoering komen.
Zeven investeringspijlers kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling van het land.
1. Klimaatbeleid
Nederland wil een actieve bijdrage leveren aan het klimaatbeleid en daartoe uitvoering geven aan de zogeheten Kyoto-normering. Gebouwen vormen daarbij een onderbelichte invalshoek. In de bestaande Nederlandse gebouwenvoorraad gaat nog heel wat energie ten onrechte de lucht in. Duurzamer materiaal, betere installaties en meer geïsoleerde gevels, vloeren en daken kunnen het energieverbruik van nu (geschat 410 tot 440 PetaJoule, afhankelijk van de strengheid van de winters) via maatregelen terugbrengen met 10% in het jaar 2012. Deze 10% heeft een nog veel grotere bijdrage tot gevolg dan de in januari 2000 aangescherpte energieprestatienorm voor nieuwbouwwoningen (reductie met 20%) vanwege de veel grotere omvang van de woningvoorraad. De kosten van dit alles zouden zeker niet (volledig) voor rekening behoeven te komen van de gemeenschap. Voorzien zou kunnen worden in een verplichting voor burgers en bedrijven om per genoemde datum op zelf te bepalen wijze te voldoen aan bedoelde nieuwe energieprestatienorm.
2. Water
Een belangrijk (en wellicht toenemend) punt van zorg in ons land is het water. Aanvoer, afvoer, opslag, zuivering en bescherming behoeven meer aandacht. Er zou in termen van beperking van ruimtebeslag en betere coördinatie een wereld te winnen zijn indien de nu nogal versnipperde bevoegdheden meer in één hand zouden worden gelegd in het kader van het streven naar een “Andere Overheid”. Daar waar nieuwe waterberging moet worden gevonden – bijvoorbeeld in het gebied tussen Alphen aan de Rijn en Leiden, waar Nederland zeer laag is, de recreatiebehoefte groot en de woningnood voortduurt – zou een nieuwe herinrichting van dit deel van het Groene Hart mogelijkheden bieden. Een herinrichting die gebaseerd is op een creatievere verkaveling met groen en water, werk en woningen in plaats van een met zand volgespoten polder.
Ruimtelijke plannen zijn er genoeg, maar de uitvoering stokt. Ten onrechte. Duidelijk is dat voor betere riolering grote investeringen nodig zijn waartegenover hogere zuiveringslasten moeten komen te staan.
3. Breedband
Filevorming en vertraging is er niet alleen op de weg, op de rails en bij het luchtverkeer. Ook bij de communicatiemogelijkheden dreigt verstopping. Wil Nederland niet achterblijven bij de rest van de moderne wereld, dan moet op korte termijn aansluiting op breedbandcapaciteit worden geforceerd. Met visie en durf is ons land destijds in betrekkelijk korte tijd op het aardgas aangesloten. Nu zou een vergelijkbare gezamenlijke inspanning van betalende burgers en bedrijven, onder dwingende en concrete leiding van het kabinet, een doorbraak en grootschalige implementatie van deze technologie kunnen regelen.
4. Windenergie
Een meer duurzame energievoorziening is in verschillende opzichten van belang voor onze toekomstige generaties. Voor windenergie is veel ruimte nodig. Liefst een beetje uit het zicht. Achter de horizon op zee is die ruimte volop aanwezig. Dat ontsiert het land minder dan overal een plukje windmolens. Ook leidt een grootschalige aanpak veel eerder tot schaalvoordelen en innovatievermeerdering. Wat de financiering betreft is een speciale energie-investeringsheffing voor aanleg van een grootschalig windmolenpark op zee zeer verdedigbaar.
5. Transportcapaciteit boven- en ondergronds
Te vaak bleek strijden voor meer transportcapaciteit vechten tegen de spreekwoordelijke windmolens. We moeten constateren dat mobiliteit zijn eigen weg zoekt, niet zelden door gebieden waar we het eigenlijk liever niet hebben. Daarom is het niet raadzaam het plaatselijk verkeer allemaal terug te duwen van de snelweg naar de dorpskommen. Beter zou het zijn enkele nationale routes verder te verbreden dan nu voorzien, om zo het doorgaande verkeer te kunnen scheiden van het regionale verkeer. Extra verbreding van doorgaande wegen mag wat mij betreft beprijsd worden.
Daarnaast kunnen enkele regionale routes worden opgewaardeerd om zo schaarse groene ruimte zo veel mogelijk te ontzien.
In de grote bevolkingsconcentraties zou ondergronds transport met behulp van minicontainers een uitkomst zijn. De technologie is op laboratoriumschaal in Delft voorhanden en er zijn mogelijkheden om een ondergronds stratennetwerk te combineren met riolering en allerlei buizen en leidingen. Dit voorkomt dat de straat steeds open moet voor telkens weer een andere ingreep. Ook hier kunnen innovatie en verminderd ruimtebeslag hand in hand gaan. Gebruikersheffingen zijn hier op zijn plaats.
6. Railvervoer
De bevolkingsopeenhoping tussen het Schipholgebied, Amsterdam en Almere vereist geen lange studies over het railvervoer. Het moet nu gaan over de daadwerkelijke aanleg ervan. Voor de bereikbaarheid en (inter)nationale aantrekkelijkheid van deze regio is dit niet minder dan een bestaansvoorwaarde. Gedacht kan worden aan een daadwerkelijke combinatie van publiek-private samenwerking, waarbij vastgoed- en infra-ontwikkelingen elkaar versterken in plaats van in de weg zitten. Een forse rijksbijdrage is onontkoombaar en toekomstvast en behoeft daarom ook niet in de begrotingsdiscipline van een enkel jaar te worden geperst.
7. Nieuw land
Ons land zoekt dringend (nieuwe) ruimte. Ons bedrijfsleven scoort hoog met het aanleggen van nieuw land in Azië en het Midden Oosten. Die mogelijkheden moeten we ook in eigen land benutten. Een creatieve benutting en aanpassing van de voorzieningen kan de ruimtedruk doen afnemen. Ten Noorden van de waterweg lag eeuwenlang land in zee voor de kust van het Westland. En wie nog wat noordelijker durft te kijken weet dat de kustverdediging ter hoogte van de oude Rijnmond ook te wensen overlaat terwijl de recreatiedruk er toeneemt. Vroeger werden ten onrechte bunkers in de duinen gebouwd. Nu zouden we er wel parkeervoorzieningen onder kunnen bouwen en de tramlijnen naar de mooie kustplaatsen herstellen.
Vertier mag best wat kosten en nieuwe ruimte betaalt zichzelf (door woningen en een florerende tuinbouw bijvoorbeeld).

Economisch beleid mag aanvangen bij macro-economische bespiegelingen maar daar niet eindigen. Het gaat om investeren. Dat loont en duurzaamheid is zowel een moreel als een handelsproduct. Duizenden en duizenden extra mensjaren kunnen verbonden zijn met bovenbedoelde daadwerkelijke invoering van wat al aan concrete ideeën jarenlang op de plank ligt. De zorgen om de werkgelegenheid vanwege ‘oprukkend China en Polen’ zullen er minder van worden.”
Mr.drs. Elco Brinkman
Voorzitter AVBB

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht AVBB