Ontwikkeling BREEAM-NL Infra begint in Utrecht

De Dutch Green Building Council (DGBC), CROW en Rijkswaterstaat zijn begonnen met de ontwikkeling van een nieuw duurzaamheidsinstrument, dit keer voor infrastructuur. Na BREEAM-NL Nieuwbouw (operationeel sinds oktober 2009), BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik (sinds juni 2011) en BREEAM-NL Gebied (sinds afgelopen maandag, 19 september 2011) is nu het startschot gegeven voor de ontwikkeling van BREEAM-NL Infra. De eerste bijeenkomst was vanochtend, 23 september 2011, bij advies- en ingenieursbureau Movares in Utrecht.

Uitgangspunt voor de ontwikkeling van BREEAM-NL Infra is DuboCalc, een softwaretool ontwikkeld door Rijkswaterstaat. DuboCalc is een LCA rekenprogramma voor de Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW-werken). Het berekent de effecten van een GWW-werk op het milieu, uitgedrukt in (milieu)kosten. Rijkswaterstaat brengt het beheer, het onderhoud en de gebruikersondersteuning van DuboCalc onder bij het samenwerkingsverband CROW-DGBC. Annette Augustijn van Rijkswaterstaat zegt: "We geven DuboCalc aan CROW/DGBC zodat er meer effectiever gebruik van gemaakt kan worden. We stellen het gratis beschikbaar en je krijgt in het leven nooit iets gratis!" Gezamenlijk zullen de partijen DuboCalc doorontwikkelen en uitbreiden tot BREEAM-NL Infra, waarbij het rekenprogramma de eerste module vormt. BREEAM-NL Infra moet naast een duurzaamheidstool in de aanbestedingsfase immers een compleet duurzaamheidskeurmerk worden, dat met recht naast de andere BREEAM-NL keurmerken kan staan.

Open-source

De ontwikkeling van BREEAM-NL Infra wordt aangestuurd door een Stuurgroep BREEAM-NL Infra, gevormd binnen de samenwerking CROW-DGBC, met ondersteuning van o.a. Movares. Zoals alle DGBC projecten is ook BREEAM-NL Infra een open-source project, waarbij alle belanghebbenden in de infrastructuur nadrukkelijk worden uitgenodigd om persoonlijk deel te nemen aan de kennisontwikkeling en de te maken inhoudelijke keuzes. De Stuurgroep heeft zichzelf als deadline voor het project september 2012 opgelegd. Dan moeten het schema en de rekensoftware zo ver af zijn dat er een versie 1.0 kan worden vrijgegeven. Hierbij wordt modulair gewerkt. Gezien de breedte van het vakgebied Infrastructuur wordt in overleg met de participanten namelijk bepaald welke infrastructurele werken in Versie 1.0 worden meegenomen en welke typen in latere versies.

Internationale interesse

Verschillende initiatieven en congressen hebben aangetoond dat de markt naast de al bestaande keurmerken voor gebouwen en gebieden ook behoefte heeft aan een instrument om duurzaamheid bij infrastructurele werken te bepalen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit initiatieven van TNO en Dura Vermeer en van de Rijksuniversiteit Groningen. Uit de initiatieven blijkt dat zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers in de GWW sector voordeel zien in een instrument dat inzetbaar is tijdens de aanbestedingsfase (duurzame EMVI criteria), tijdens de ontwerpfase (als toetsings- en referentiedocument) en tijdens realisatie- en onderhoudsfase (borging van duurzaamheid). Daarnaast zijn partijen geïnteresseerd in de mogelijkheden van een keurmerk met certificering.

Ook internationaal is al interesse getoond. Om te beginnen is de BRE, de oorspronkelijke ontwikkelaar van BREEAM, actief betrokken bij de ontwikkeling. In potentie kan het Nederlandse keurmerk namelijk een startpunt zijn voor de ontwikkeling van een internationale BREEAM-Infra. Daarnaast tonen ook Green Building Councils in onder andere Zweden, Maleisië en Nieuw-Zeeland serieuze interesse.

Kritische succesfactoren

Het uiteindelijke succes van BREEAM-NL Infra hangt af van de toegevoegde waarde die het keurmerk en de rekentool weten te bieden. Daaruit moet de bereidheid van de markt om het te gaan gebruiken ontstaan. Kwaliteit is daarbij een bepalende succesfactor. En die wordt op haar beurt sterk bepaald door de complexiteit van BREEAM-NL Infra, oftewel: de eenvoud in het gebruik. Een andere bepalende factor is tijd. Dit hangt samen met de doelstelling om in september 2012 Versie 1.0 af te ronden. De reikwijdte van de eerste versie en mogelijke inhoudelijke keuzes zullen deels afhangen van de beschikbare tijd. De meest kritische succesfactor is echter de bereidheid van de markt om mee te werken aan de ontwikkeling van BREEAM-NL Infra. Vanuit de behoefte aan BREEAM-NL Infra moet de betrokkenheid volgen. Hoe meer betrokkenheid en ter zake doende kennis men bereid is te leveren, hoe beter de reikwijdte en modulariteit van BREEAM-NL Infra Versie 1.0 zal zijn.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Dutch Green Building Council (DGBC)