Kamervragen over de N61 in Zeeland

Op 11 april beantwoordde minister Peijs de vragen van het kamerlid Mastwijk over de N61 in Zeeland. U treft de volledige kamerbrief hieronder.

Den Haag-

Geachte voorzitter,

Hierbij treft u de antwoorden op de vragen van het lid Mastwijk aan over de N61 in Zeeland.

1. Bent u op de hoogte van het verschil van mening over de vraag wat het juiste tracé zou moeten zijn voor de verdubbeling van de N61 ter hoogte van ‘De Braakman’?
1. Het is mij bekend dat een aantal eigenaren van bungalows op het campingterrein voorstander zijn van uitbreiding van de weg aan de zuidzijde in plaats van aan de noordzijde.

2. Is het waar dat technisch gezien uitbreiding aan de noordkant én aan de zuidkant van de bestaande weg mogelijk is? Zo neen, waarom niet? Zo ja, is voor beide varianten een berekening gemaakt van alle relevante kosten, zoals aankopen, aanpassing en nieuwbouw van kunstwerken, schadeloosstellingen, kosten van verleggen van leidingen etc.? Wat is het financiële verschil tussen beide berekeningen? Bent u bereid deze berekeningen naar de Kamer te sturen?
2. Technisch is zowel uitbreiding aan de noord- als de zuidzijde mogelijk. De beschermingsformule van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) schrijft echter voor dat zoveel als mogelijk voorkomen moet worden dat EHS verloren gaat. Omdat verbreding van de N61 aan de noordzijde mogelijk is en omdat daarmee minder EHS wordt geraakt dan als de N61 aan de zuidzijde zou worden verbreed, is gekozen voor uitbreiding van de weg aan de noordzijde. En daarom is alleen een raming gemaakt van de kosten van verbreding aan de noordzijde. De kosten voor grondaankoop en nadeelcompensatie ter hoogte van De Braakman bedragen tussen één en enkele miljoenen euro’s. Deze marge hangt samen met onzekerheid over de mogelijkheden om een alternatief campingterrein aan te bieden, waardoor minder onteigend hoeft te worden.

3. Is de (voorlopige) keus voor de uitbreiding aan de noordzijde uitsluitend gebaseerd op financiële overwegingen? Zo neen, welke andere argumenten hebben een rol gespeeld?
3. Zie het antwoord op vraag 2.

4. Is het waar dat zowel aan de noordzijde als aan de zuidzijde van de huidige N61 ter plekke sprake is van EHS en dat voor de EHS aan de zuidzijde door het provinciaal bestuur van Zeeland de bestemming ‘intensieve recreatie’ is aangewezen?
4. Zie voor het eerste deel van de vraag het antwoord op vraag 2. De provincie Zeeland heeft een Natuurontwikkelingsplan vastgesteld voor de noordzijde van ‘De Braakman’. Aan de noordzijde is de bestemming direct langs de N61 ‘recreatie’. Verder naar het noorden wordt de bestemming ‘natuur’. Voor de zuidzijde zal ook een Natuurontwikkelingsplan worden vastgesteld. De bestemming aan de zuidzijde zal ‘natuur’ zijn.

5. Wat is de actuele planning rond deze verdubbeling van de N61 (tracébesluit, beschikbaarstelling bijdragen etc.)?
5. Het tracebesluit zal in 2006 worden genomen. De uitvoering vindt plaats in de periode 2007/2008-2010.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

Karla Peijs