Voorkeurstracé RijnlandRoute gekozen

Tracé RijnlandRoute teruggebracht naar voorkeurstracé

Den Haag – Op 31 oktober 2007 heeft de stuurgroep RijnlandRoute gekozen voor een voorkeurstracé voor de RijnlandRoute, dat vervolgens verder zal worden bestudeerd. Het voorkeurstracé loopt van de A4 via de gemeente Voorschoten ten zuiden van de bebouwde kom van Leiden, zoveel mogelijk gebundeld met de A44 en de N 206, naar Katwijk.

De stuurgroep vindt dat het hele tracé, dat immers langs en door woonwijken gaat, uiterst zorgvuldig moet worden ingepast. In Voorschoten kan dat betekenen dat er een geboorde tunnel wordt gerealiseerd. Bijzondere aandacht vraagt ook de aansluiting op de A44. Zeker gelet op het belang van de groene bufferzone bij Maaldrift. De stuurgroep laat hiermee het alternatieve Korte Vliettracé door Leiden als mogelijkheid vallen, omdat dit substantieel duurder is en technisch riskant. De vertegenwoordiger in de stuurgroep van de gemeente Voorschoten kon zich bij die laatste conclusie nog niet aansluiten. In de stuurgroep hebben vertegenwoordigers van de provincie, regio Holland Rijnland en betrokken gemeenten zitting.

MKBA

In de Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA) zijn acht mogelijke tracés onderzocht. In dit onderzoek zijn de meest recente cijfers meegenomen. Denk bijvoorbeeld aan actuele bevolkings- en mobiliteitscijfers (in verband met de te verwachten drukte in de spits) en het aantal te bouwen woningen ten westen van Leiden, waaronder Valkenburg.

Verder onderzoek

Op basis van dit onderzoek heeft de stuurgroep het aantal mogelijke tracés nu teruggebracht naar één. Dit is echter in feite alleen nog maar een dikke viltstiftstreep op een kaart. Vanaf nu gaat een nieuw onderzoek beginnen om te kijken hoe de RijnlandRoute het meest optimaal kan worden ingepast. Dit onderzoek heet de projectMER. Hierbij wordt in detail gekeken naar de milieueffecten van verschillende uitvoeringsvarianten van het voorkeurstracé. Naar verwachting zal dit onderzoek in de loop van 2009 klaar zijn.

De regio heeft te lijden onder toenemende verkeersdrukte. Om dit nu en vooral in de toekomst (denk aan de ruimtelijke ontwikkelingen in de Leidse regio) op te vangen, biedt de RijnlandRoute een oplossing.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht provincie Zuid-Holland

Voorkeurstracé RijnlandRoute gekozen | Infrasite

Voorkeurstracé RijnlandRoute gekozen

Tracé RijnlandRoute teruggebracht naar voorkeurstracé

Den Haag – Op 31 oktober 2007 heeft de stuurgroep RijnlandRoute gekozen voor een voorkeurstracé voor de RijnlandRoute, dat vervolgens verder zal worden bestudeerd. Het voorkeurstracé loopt van de A4 via de gemeente Voorschoten ten zuiden van de bebouwde kom van Leiden, zoveel mogelijk gebundeld met de A44 en de N 206, naar Katwijk.

De stuurgroep vindt dat het hele tracé, dat immers langs en door woonwijken gaat, uiterst zorgvuldig moet worden ingepast. In Voorschoten kan dat betekenen dat er een geboorde tunnel wordt gerealiseerd. Bijzondere aandacht vraagt ook de aansluiting op de A44. Zeker gelet op het belang van de groene bufferzone bij Maaldrift. De stuurgroep laat hiermee het alternatieve Korte Vliettracé door Leiden als mogelijkheid vallen, omdat dit substantieel duurder is en technisch riskant. De vertegenwoordiger in de stuurgroep van de gemeente Voorschoten kon zich bij die laatste conclusie nog niet aansluiten. In de stuurgroep hebben vertegenwoordigers van de provincie, regio Holland Rijnland en betrokken gemeenten zitting.

MKBA

In de Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA) zijn acht mogelijke tracés onderzocht. In dit onderzoek zijn de meest recente cijfers meegenomen. Denk bijvoorbeeld aan actuele bevolkings- en mobiliteitscijfers (in verband met de te verwachten drukte in de spits) en het aantal te bouwen woningen ten westen van Leiden, waaronder Valkenburg.

Verder onderzoek

Op basis van dit onderzoek heeft de stuurgroep het aantal mogelijke tracés nu teruggebracht naar één. Dit is echter in feite alleen nog maar een dikke viltstiftstreep op een kaart. Vanaf nu gaat een nieuw onderzoek beginnen om te kijken hoe de RijnlandRoute het meest optimaal kan worden ingepast. Dit onderzoek heet de projectMER. Hierbij wordt in detail gekeken naar de milieueffecten van verschillende uitvoeringsvarianten van het voorkeurstracé. Naar verwachting zal dit onderzoek in de loop van 2009 klaar zijn.

De regio heeft te lijden onder toenemende verkeersdrukte. Om dit nu en vooral in de toekomst (denk aan de ruimtelijke ontwikkelingen in de Leidse regio) op te vangen, biedt de RijnlandRoute een oplossing.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht provincie Zuid-Holland