EIB Infrastructuurmonitor MIRT 2008

ÉÉN OP DE VIJF INFRASTRUCTUURPROJECTEN VERTRAAGD

Van de ruim 160 projecten die in de landelijke infrastructuurplannen van het rijk staan, hebben er 35 vertraging opgelopen in vergelijking met vorig jaar. In de planstudiefase is één op de drie projecten vertraagd.

Dit blijkt uit de Infrastructuurmonitor MIRT 2008 die het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) in opdracht van Bouwend Nederland heeft opgesteld. De Infrastructuurmonitor is een jaarlijkse analyse van de voortgang van de projecten in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT).

In het MIRT wordt onderscheid gemaakt in een aantal fasen die de projecten moeten doorlopen. In de planstudiefase zijn vooral wegenprojecten vertraagd, onder meer vanwege de luchtkwaliteitsproblematiek. Ruim 40 procent van de wegenprojecten in de planstudiefase zal later worden opgeleverd. Vertraagde planstudieprojecten liggen met name in het oosten en zuiden van het land. In de realisatiefase gaat het met name om spoorprojecten rond HSL-stations en om vaarwegen. Het aantal vertragingen bij spoorprojecten neemt de laatste jaren toe.

In de komende jaren neemt het voor infrastructuur beschikbare budget geleidelijk toe. In 2010 is ongeveer € 8 miljard beschikbaar. Het hoofdwegennet krijg ongeveer 40 procent van het budget. Megaprojecten hebben hun aandeel de laatste jaren zien afnemen.

In de Infrastructuurmonitor wordt ook aandacht besteed aan de regionale invalshoek. Circa de helft van de totale kosten van infrastructuurprojecten betreft projecten van bovenregionaal belang. De andere helft van de infrastructuurbudgetten betreft projecten die in specifieke regio’s worden uitgevoerd. Hiervan gaat ongeveer een even groot deel naar Oost, Randstad Noord, Randstad Zuid en Zuid (10 tot 15 procent). De regio Noord krijgt een kleine 5 procent van het infrastructuurbudget. Dit is inclusief de alternatieve projecten voor de Zuiderzeelijn.

In het infrastructuurbeleid krijgen beheer en onderhoud meer aandacht. In 2008 is hiervoor ruim € 2,9 miljard beschikbaar, vooral voor hoofdwegen en spoorwegen. Na 2010 nemen de onderhoudsbudgetten in het MIRT echter weer af tot circa € 2,5 miljard.