Aanbesteden provincies en stadsregio’s leidt tot hinderlijke verschillen

Provincies en stadsregio’s die concessies verlenen aan openbaarvervoerbedrijven, moeten bij aanbestedingen betere afspraken maken om grote verschillen per regio tegen te gaan. Veel reizigers ervaren dat per regio de apparatuur (bijvoorbeeld voor in- en uitchecken met de OV-chipkaart) sterk verschilt, evenals de geldigheid van vervoersbewijzen. Ook regels voor het terugvragen van geld dat reizigers onterecht hebben betaald, lopen uiteen. Deze versnippering “is geen teken van kwaliteit”, aldus het OV loket in zijn rapportage over het eerste kwartaal van 2011.

“In de discussie over het onderwerp aanbestedingen raakt de laatste tijd enigszins onderbelicht dat het bij aanbestedingen niet moet gaan om de laagste prijs, maar om de meest optimale verhouding tussen prijs en kwaliteit”, aldus het OV loket, de onafhankelijke ombudsman voor beter openbaar vervoer.

In de nieuwste kwartaalrapportage besteedt het OV loket extra aandacht aan de opdrachtgevers van ov-bedrijven, de provincies en de stadsregio’s. Zij moeten sinds 1998 het openbaar vervoer per regio of per verbinding aanbesteden bij vervoerders. Bij de overheden ligt daarom “een belangrijke sleutel tot verbetering van het openbaar vervoer”, aldus het OV loket.

In de kwartaalrapportage worden verschillende voorbeelden genoemd, waaruit blijkt dat er tussen vervoerders verschillen bestaan die reizigers als hinderlijk en onbegrijpelijk ervaren. Dat komt vooral voor wanneer reizigers door meerdere concessiegebieden reizen.

Zo zijn er – ondanks afspraken over een landelijke standaard – te veel verschillen qua hardware en software. “Wie van incheckapparatuur gebruik maakt, moet maar afwachten wat hij of zij bij in- en uitchecken op het scherm te zien krijgt; dat verschilt per vervoerder (goede reis, het saldo, et cetera). En als in een regio verschillende vervoerders actief zijn, ontbreekt het vaak aan afspraken over eenduidige incheckplekken en –palen.”

Soms lijken vervoerders elkaar zelfs ronduit tegen te werken. RandstadRail bijvoorbeeld rijdt door verschillende concessies en wordt door twee vervoerders geëxploiteerd (HTM en RET). Afhankelijk van waar je reist met RandstadRail gelden de regels van de betreffende vervoerder. Bij het RET-deel is men bijvoorbeeld al vanaf 1 maart 2010 verplicht ‘op saldo’ met de OV-chipkaart te reizen; daar kan dus ook gebruik gemaakt worden van verchipte sterabonnementen. Deze zijn echter niet geldig op het HTM-deel. Op dit deel van het traject wordt het verchipte sterabonnement niet herkend en wordt bij het uitchecken saldo afgeboekt. De kans bestaat dus dat de reiziger dubbel betaalt.

Een ander voorbeeld van slechte afstemming is dat elke vervoerder zijn eigen procedure heeft voor het geld terugvragen door de reiziger als hij niet kon uitchecken met zijn OV-chipkaart.

Het OV loket vindt dat bij de invoering van de OV-chipkaart uniformiteit juist één van de pijlers moet zijn. “Concessieverleners zouden gezamenlijk het voortouw moeten nemen en dit strakker moeten regisseren. Daardoor kan het gebruiksgemak voor de reiziger aanzienlijk verhoogd worden”, aldus het OV loket.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: OV Ombudsman