EU dwingt landen tot toepassen Gemeenschapsrecht

Brussel – De Europese Commissie heeft besloten Italië voor het Europees Hof van Justitie te dagen vanwege bepaalde in dat land geldende regelingen inzake overheidsopdrachten. Tegen Nederland zal een zaak worden aangespannen in verband met de opdracht tot renovatie van het stadscentrum van Hoogezand-Sappemeer. De Commissie heeft Italië ook formeel verzocht bepaalde inbreuken op de Europese wetgeving n.a.v. de gunning van contracten voor afvalstoffenbeheer in Sicilië te corrigeren. Spanje, Nederland en Finland werd verzocht om, overeenkomstig de richtlijn betreffende beroepsprocedures inzake overheidsopdrachten, doeltreffende procedures in te stellen om inschrijvers de gelegenheid te bieden de gunningsbesluiten van de aanbestedende diensten aan te vechten voor het daartoe te laat is. Denemarken is verzocht ministeriële richtsnoeren aan te passen die een verkeerde interpretatie zijn van Richtlijn 92/50/EEG betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening, aangezien zij geen concurrentie-eisen stellen bij de gunning van contracten voor boekhoudkundige en auditdiensten in fraudezaken. De verzoeken van de Commissie hebben de vorm van een met redenen omkleed advies, het tweede stadium in de aanhangigmakingsprocedure volgens artikel 226 van het EG-Verdrag. Indien op het met redenen omkleed advies geen bevredigend antwoord komt, kan de betrokken lidstaat door de Commissie voor het Europees Hof van Justitie worden gedaagd.

De EU-wetgeving inzake overheidsopdrachten beoogt voor alle Europese bedrijven gelijke kansen bij overheidsopdrachten te waarborgen. Open en transparante inschrijfprocedures zorgen voor meer concurrentie, grotere garanties tegen corruptie, een betere dienstverlening, een goede besteding van belastinggelden en ten slotte ook een concurrerender Europa. De EU-markt voor overheidsopdrachten staat voor 1500 miljard euro, dat is 16% van het totale BBP in de EU.

De bestaande EU-richtlijnen inzake overheidsopdrachten hebben voor meer grensoverschrijdende concurrentie op het gebied van overheidsopdrachten gezorgd, waardoor volgens een werkdocument van de Commissie (zie IP/04/149) de prijzen die door de overheden voor goederen en diensten worden betaald, met ongeveer 30% zijn teruggelopen. In februari hebben het Europees Parlement en de Raad van ministers hun goedkeuring gehecht aan een nieuw wetgevingspakket waarmee de gunningsprocedures worden gemoderniseerd en vereenvoudigd. Hierdoor moet de grensoverschrijdende concurrentie nog worden aangemoedigd.

Italië – Raamwet voor openbare werken

De Commissie heeft besloten tegen Italië bij het Europees Hof van Justitie een zaak aanhangig te maken in verband met bepaalde regelingen in de Raamwet nr. 109/94 voor openbare werken, laatstelijk gewijzigd bij Wet nr. 166/2002. In oktober 2003 werd een met redenen omkleed advies naar de Italiaanse overheid gezonden.

Met deze procedure wil de Commissie de nodige wettelijke wijzigingen aangebracht zien om deze raamwet in overeenstemming te brengen met het communautaire recht inzake overheidsopdrachten en zodoende de concurrentie op de EU-markt voor overheidsopdrachten te bevorderen. De Commissie beoogt in het bijzonder:

– te vermijden dat de niet met het Gemeenschaprecht overeenstemmende nationale regelgeving op het door de richtlijn inzake overheidsopdrachten bestreken gebied tot gevolg heeft dat overheidsopdrachten in strijd met de richtlijnen “Leveringen” en “Diensten” (die veel minder snel moeten worden toegepast dan de richtlijn “Werken”) niet op communautair niveau worden gepubliceerd;
– er in alle gevallen voor te zorgen dat de concurrentieregels uit de diverse communautaire richtlijnen voor overheidsopdrachten worden toegepast, of, indien deze niet toepasbaar zijn, een voldoende bekendmaking te garanderen in het kader van het algemene transparantiebeginsel. Dit geldt bijvoorbeeld in het geval van werkzaamheden ter compensatie van de stedenbouwkundige kosten en de ingenieurs-, architecten- en projectvalidatiekosten beneden de toepassingsdrempel van de communautaire richtlijnen, en van toezichts- en technische-controlediensten (collaudo) voor de werken;
– te vermijden dat bepaalde nationale voorschriften, zoals i.v.m. het afnamerecht (‘prelazione’) van de aannemer in het kader van de procedures voor de projectfinanciering, tot discriminatie leiden van niet-nationale dienstverleners indien die zich voor een overheidsopdracht inschrijven.

Nederland – Renovatie van Hoogezand-Sappemeer

De Commissie heeft besloten bij het Europees Hof van Justitie tegen Nederland een zaak aanhangig te maken in verband met de overheidsopdracht voor de renovatie van het stadscentrum van Hoogezand-Sappemeer. In december 2003 verzond de Commissie een met redenen omkleed advies, waarop door de Nederlandse overheden geen bevredigend antwoord is gegeven (zie IP/03/1763). De gemeente Hoogezand-Sappemeer ondertekende een contract dat een bepaald bedrijf het exclusieve recht gaf diverse werkzaamheden uit te voeren en op grond waarvan dit bedrijf zonder concurrentie diverse contracten werden gegund. De Commissie is van oordeel dat dit soort onderhandse gunningen in strijd is met de EU-wetgeving inzake overheidsopdrachten, ook in die gevallen waarin de waarde van het contract beneden de toepassingsdrempel van Richtlijn 93/37/EEG inzake openbare werken (5 miljoen euro) blijft. Ook wanneer deze drempel niet wordt bereikt, eist het EG-Verdrag dat de overheidsopdracht voldoende wordt bekendgemaakt om verschillende bedrijven de gelegenheid tot inschrijven te bieden.

Italië – afvalstoffenbeheer op Sicilië

De Commissie heeft beslist Italië een met redenen omkleed advies te sturen over de manier waarop de bevoegde Italiaanse autoriteiten bedrijven hebben geselecteerd voor het beheer van stadsafval op Sicilië gedurende de volgende twintig jaar.

De president van de regio Sicilië heeft als regeringscommissaris in 2002 een aanbesteding laten publiceren voor de selectie van bedrijven. Hij heeft echter de bekendmakingsverplichtingen voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor diensten (zie Richtlijn 92/50/EEG) niet nageleefd. De aanbestedende dienst heeft weliswaar een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie laten publiceren, maar het bericht bevatte niet de door de communautaire richtlijnen vereiste gegevens om potentieel geïnteresseerde bedrijven de mogelijkheid te bieden aan de aanbesteding deel te nemen.

Spanje, Nederland en Finland – beroepsprocedures voor inschrijvers

De Commissie heeft met redenen omklede adviezen naar Spanje, Nederland en Finland gestuurd met het verzoek de verplichtingen van Richtlijn 89/665/EEG (beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten) na te leven. In het Alcatel-arrest (zaak C-81/98) stelt het Europees Hof van Justitie dat de lidstaten voor beroepsprocedures moeten zorgen waardoor gunningsbesluiten kunnen worden opgeschort en vernietigd in een stadium waarin de inbreuk nog kan worden rechtgezet. Verongelijkte inschrijvers kunnen zo de beslissingen van de aanbestedende dienst tijdelijk laten opschorten en vernietigen, niettegenstaande het feit dat ze na het sluiten van het contract een schadevergoeding kunnen krijgen. De Commissie vindt dat de Spaanse, Nederlandse en Finse wetgeving momenteel niet aan deze vereisten voldoet. In Nederland en Finland vereist de wet geen duidelijke scheiding tussen de beslissing een overheidsopdracht te gunnen en het sluiten van het contract. De Spaanse wetgeving voorziet niet in een verplichte status-quoperiode tussen het gunnen en het sluiten van het contract. Er wordt bijgevolg in geen van de drie landen voldoende tussentijd tussen het gunnen en het sluiten van het contract gewaarborgd om een beslissing tijdig recht te zetten.

Denemarken – boekhoudkundige diensten

Uit ministeriële richtsnoeren blijkt dat Denemarken Richtlijn 92/50/EEG (het plaatsen van overheidsopdrachten voor diensten) zo interpreteert dat geen aanbestedingen hoeven te worden georganiseerd voor het gunnen van contracten voor boekhoudkundige en auditdiensten in verband met financiêle fraudezaken. De Commissie vindt de ministeriële richtsnoeren onevenredig. Er kunnen (afhankelijk van geval tot geval) minder restrictieve maatregelen worden genomen om de nodige vertrouwelijkheid en geheimhouding te waarborgen. Het is niet nodig deze diensten volledig aan de werkingssfeer van de richtlijn te onttrekken. De Commissie vindt daarom dat de Deense richtsnoeren niet met het Gemeenschapsrecht stroken. Ze heeft de Deense regering een met redenen omkleed advies gestuurd met het verzoek de richtsnoeren te wijzigen.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Europese Commissie