EIB Bouwconjunctuur september 2007

Bouwbedrijven onveranderd positief over bouwconjunctuur

Amsterdam – Net als voorgaande maanden zijn de bouwbedrijven eind september 2007 positief in hun oordeel over de bouwconjunctuur. Ruim één op de vijf bedrijven beoordeelt de werkvoorraad als groot voor de tijd van het jaar terwijl 6% deze als klein bestempelt. In de utiliteitsbouw zijn de bedrijven wat minder positief; hier vindt 16% de hoeveelheid werk groot tegenover 9% dat dit als klein beoordeelt.

Dit constateert het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid in de conjunctuurmeting van oktober 2007.

De omvang van de orderportefeuille in de burgerlijke- en utiliteitsbouw is eind september met 0,3 maand gegroeid tot 8,7 maanden. In de grond-, water en wegenbouw bleef de orderportefeuille onveranderd ten opzichte van vorige maand; 6,9 maanden. De omvang van de orderportefeuilles in de twee deelsectoren maakten ieder echter een verschillende ontwikkeling door. In de wegenbouw was sprake van een flinke groei (met 0,5 maand tot 7,3 maanden) terwijl de orderportefeuille in de grond- en waterbouw met 0,4 maand afnam.

In de b&u geeft eind september ongeveer 9% van bedrijven aan dat zij te kampen hebben met een tekort aan personeel. Personeelstekort blijft hiermee de belangrijkste oorzaak van stagnatie van de voortgang van de werkzaamheden in deze sector. In de gww verschilt de mate waarin het personeelstekort voor stagnatie zorgt sterk tussen de subsectoren. In de grond- en waterbouw meldt 9% van de bedrijven dat zij een personeelstekort hebben, in de wegenbouw slechts 4%. In deze subsector is het uitblijven van orders de belangrijkste stagnatieoorzaak.

Ruim 22% van de bedrijven in de b&u verwacht de komende maanden meer personeel in dienst te zullen nemen terwijl 5% denkt dat het personeelsbestand zal krimpen. In de gww is het aandeel bedrijven dat een uitbreiding van het personeelsbestand verwacht opvallend sterk afgenomen en wel van 30% vorige maand tot 6% nu.

Ongeveer 47% van de bedrijven ziet de afzetprijzen de komende maanden stijgen. Dit geldt echter niet voor de grond- en waterbouw; hier voorspelt een kwart van de bedrijven een toename van de prijzen. Slechts 2% van de bedrijven verwacht de komende periode een prijsdaling.

Deze gegevens blijken uit de conjunctuurmeting in de bouwnijverheid van oktober 2007 van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid. Deze meting wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Aan de conjunctuurmeting verlenen ruim 400 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien personeelsleden hun medewerking.

EIB Bouwconjunctuur september 2007 | Infrasite

EIB Bouwconjunctuur september 2007

Bouwbedrijven onveranderd positief over bouwconjunctuur

Amsterdam – Net als voorgaande maanden zijn de bouwbedrijven eind september 2007 positief in hun oordeel over de bouwconjunctuur. Ruim één op de vijf bedrijven beoordeelt de werkvoorraad als groot voor de tijd van het jaar terwijl 6% deze als klein bestempelt. In de utiliteitsbouw zijn de bedrijven wat minder positief; hier vindt 16% de hoeveelheid werk groot tegenover 9% dat dit als klein beoordeelt.

Dit constateert het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid in de conjunctuurmeting van oktober 2007.

De omvang van de orderportefeuille in de burgerlijke- en utiliteitsbouw is eind september met 0,3 maand gegroeid tot 8,7 maanden. In de grond-, water en wegenbouw bleef de orderportefeuille onveranderd ten opzichte van vorige maand; 6,9 maanden. De omvang van de orderportefeuilles in de twee deelsectoren maakten ieder echter een verschillende ontwikkeling door. In de wegenbouw was sprake van een flinke groei (met 0,5 maand tot 7,3 maanden) terwijl de orderportefeuille in de grond- en waterbouw met 0,4 maand afnam.

In de b&u geeft eind september ongeveer 9% van bedrijven aan dat zij te kampen hebben met een tekort aan personeel. Personeelstekort blijft hiermee de belangrijkste oorzaak van stagnatie van de voortgang van de werkzaamheden in deze sector. In de gww verschilt de mate waarin het personeelstekort voor stagnatie zorgt sterk tussen de subsectoren. In de grond- en waterbouw meldt 9% van de bedrijven dat zij een personeelstekort hebben, in de wegenbouw slechts 4%. In deze subsector is het uitblijven van orders de belangrijkste stagnatieoorzaak.

Ruim 22% van de bedrijven in de b&u verwacht de komende maanden meer personeel in dienst te zullen nemen terwijl 5% denkt dat het personeelsbestand zal krimpen. In de gww is het aandeel bedrijven dat een uitbreiding van het personeelsbestand verwacht opvallend sterk afgenomen en wel van 30% vorige maand tot 6% nu.

Ongeveer 47% van de bedrijven ziet de afzetprijzen de komende maanden stijgen. Dit geldt echter niet voor de grond- en waterbouw; hier voorspelt een kwart van de bedrijven een toename van de prijzen. Slechts 2% van de bedrijven verwacht de komende periode een prijsdaling.

Deze gegevens blijken uit de conjunctuurmeting in de bouwnijverheid van oktober 2007 van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid. Deze meting wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Aan de conjunctuurmeting verlenen ruim 400 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien personeelsleden hun medewerking.