Onveilige gasaansluitingen moeten worden aangepakt

Den Haag De Raad voor de Transportveiligheid concludeert na onderzoek explosie Bergschenhoek dat onveilige gasaansluitingen moeten worden aangepakt.

Eneco Netbeheer, het bedrijf dat in een groot deel van West-Nederland het gasdistributienetwerk beheert, moet ervoor zorgen dat voor 75.000 woningen die op een mogelijk onveilige manier zijn aangesloten op het gasdistributienetwerk, maatregelen worden getroffen. Deze woningen zijn met de gasleidingen in de straat verbonden door middel van flexibele koppelingen. Op basis van onderzoek dat is uitgevoerd naar aanleiding van een gasontploffing op 30 augustus 2003 in de gemeente Bergschenhoek concludeert de Raad voor de Transportveiligheid, onder voorzitterschap van mr. Pieter van Vollenhoven, dat Eneco Netbeheer geen adequaat systeem voor veiligheidsmanagement heeft. Daardoor werd pas na een aantal incidenten (Schoonhoven 1999, Bergschenhoek mei en augustus 2003) ontdekt dat de veelvuldig toegepaste flexibele koppelingen niet geschikt zijn voor de situaties waarin zij worden gebruikt, namelijk in gebieden waar veel grondzakking optreedt. Eneco Netbeheer heeft inmiddels in augustus 2004 aangegeven deze koppelingen in een periode van 5 jaar te gaan vervangen.

Intussen stelt de Raad vast dat de in 1988, bij aanleg van de gasaansluiting in Bergschenhoek, geldende KVGN-richtlijn in de gasdistributiesector ook niet duidelijk was. Daarin werd gesteld dat de bevestiging van de koppeling ‘bij voorkeur trekvast’ zou moeten zijn, een eis die feitelijk inhoudsloos is. Sinds 1995 geldt dat de koppeling zonder meer ‘trekvast’ moet zijn, maar die verandering heeft niet geleid tot maatregelen van Eneco Netbeheer om ‘oude’ koppelingen beter te controleren en/of te verbeteren.

Naar het oordeel van de Raad is sprake van een structurele fout in het ontwerp en ook in het beheer van deze flexibele koppelingen, waardoor in totaal 90.000 woningen voorzien zijn van een gasaansluiting die niet veilig kan worden genoemd. Het gaat om 75.000 aansluitingen via Eneco Netbeheer en 15.000 via andere beheerders die volgens de Raad eveneens op korte termijn actie moeten nemen.

De Raad concludeert verder dat de Rijksoverheid geen adequaat toezicht houdt op het veiligheidsmanagement van de gasnetbeheerders. De beheerders zelf werken op basis van door hun brancheorganisatie, de KVGN, vastgestelde richtlijnen. In het onderzochte geval bleek ten eerste dat de richtlijn voor toepassing van de flexibele koppeling onvolledig was. Verder bleek dat Eneco Netbeheer niet werkt conform de KVGN-richtlijn die onder meer voorschrijft dat in het kader van preventief onderhoud de flexibele koppelingen regelmatig moeten worden opgegraven en gecontroleerd. De Raad concludeert dan ook dat Eneco Netbeheer veiligheid niet voldoende prioriteit heeft gegeven.

Tot slot blijkt uit het onderzoek van de Raad dat het eigen ongevalsonderzoek van de gasdistributiesector, hoodzakelijk uitgevoerd door dienstverlenend bedrijf Gastec, onder de maat is. Mede hierdoor beschouwt de gasdistributiesector ongevallen nog te vaak als een ‘eenmalig incident’ en worden structurele oorzaken niet voldoende aangepakt. De Raad vraagt zich dan ook af of de gasdistributiesector ongevallen wel voldoende serieus neemt.

Op basis van dit en eerdere onderzoeken concludeert de Raad dat de veiligheid in de gasdistributiesector niet voldoende wordt gewaarborgd. Vanwege de onduidelijkheden die blijken te bestaan op het gebied van de verantwoordelijkheid voor de regels en de naleving ervan beveelt de Raad voor de Transportveiligheid aan dat de minister van Economische Zaken een publiek debat organiseert over wat nu werkelijk verwacht mag worden van professionele netwerkbeheerders zoals Eneco Netbeheer.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Raad voor Transportveiligheid