Satelliet houdt voor ILT bouwprojecten in de gaten

Een satelliet die het verplaatsen van grote hoeveelheden grond op aarde in de gaten houdt of beoordeelt welke grondstoffen gebruikt worden in bouwprojecten. Op deze innovatieve manier probeert de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) haar informatiepositie op het gebied van bodemwerken te versterken.

Er zijn naar schatting zo’n 350.000 grondverplaatsingen per jaar, maar niet al het transport en de verwerking van de grond en bouwstoffen worden elders gemeld. Vanaf de grond is het soms moeilijk te beoordelen of op juiste wijze wordt gewerkt. De papieren (keuringen, certificaten en meldingen) zijn in orde, maar of daadwerkelijk wordt uitgevoerd wat is afgesproken, is voor de ILT-inspecteurs niet altijd direct inzichtelijk.

Via de satelliet wordt nu verkend of het mogelijk is informatie te verkrijgen over het transport en het (her)kennen van bouwstoffen, zoals bodemas, asfaltgranulaat, staalslakken of thermisch gereinigde grond. Deze bouwstoffen worden onder andere gebruikt bij wegenbouw of dijkophogingen.

Milieudelicten opsporen
De satellietbeelden zijn ook te gebruiken bij de opsporing van milieudelicten. Soms is een berg bouwafval of grond niet schoon genoeg om elders te hergebruiken. De kans dat dan illegaal toch vervoer en verwerking plaatsvinden is aanwezig. Om dit soort milieudelicten beter op te sporen en te volgen, kunnen satellietbeelden helpen.

Samenwerking
Samen met de politie probeert de ILT het nieuwe toezicht- en opsporingsmiddel te ontwikkelen. De betrokken partijen hebben sinds 2018 een aantal pilotprojecten uitgevoerd met het Netherlands Space Office (NSO). Het allernieuwste project, Terravisie 2.0, is afgelopen december gestart in opdracht van de politie. Het streven is in de zomer van 2023 een eenvoudig te bedienen toepassing op te leveren, waarmee de eindgebruikers snel en nauwkeurig locaties, (bouw)stoffen en hoeveelheden kunnen herkennen. Tijdens eerdere pilots is al aangetoond dat grondverzet vanaf 50 m³ met satellietbeelden is te detecteren. Met behulp van zowel optische als radargegevens kunnen slimme softwareapplicaties de omvang van grondhopen berekenen. Daarvoor worden beelden, die op een verschillend tijdstip zijn gemaakt, met elkaar vergeleken. Het verschil geeft aan om hoeveel kubieke meter materiaal het gaat.

Deze nieuwe werkwijze staat nog in de kinderschoenen, maar levert in de pilotfases al waardevolle informatie op voor de inspecteurs die dagelijks bodemprojecten moeten inspecteren en controleren.

Auteur: Jacques Geluk