Invaren eerste sluisdeur zeesluis IJmuiden foto: Rijkswaterstaat

Infraprojecten met DBFM-contract presteren beter; riscoverdeling nog niet optimaal

Infraprojecten die op basis van DBFM-contracten (Design, Build, Finance and Maintenance) uitgevoerd zijn, presteren gemiddeld beter dan projecten met meer traditionele contracten. Dan gaat het vooral om aspecten als tijd, beschikbaarheid, meerkosten, kwaliteit en innovatie. Tot die conclusie komt de Erasmus Universiteit, die in opdracht van Rijkswaterstaat en Bouwend Nederland onderzoek deed naar de ervaringen van Rijkswaterstaat met DBFM-contracten.

Rijkswaterstaat heeft nu zo’n vijftien jaar ervaring met DBFM-contracten, waarbij de opdrachtnemer zowel verantwoordelijk is voor het ontwerp en de bouw van het project, als voor de financiering en het totale onderhoud. Aannemers krijgen hierbij meer ruimte om zelf met een creatieve oplossing te komen. De opdrachtgever koopt geen product in, maar een dienst.

Lessen

Het zijn de grote en complexe infraprojecten die op deze manier worden aanbesteed en vervolgens uitgevoerd door een consortium van bouwbedrijven en investeerders, zoals de uitbreiding van de sluis bij Eefde (Lock to Twente), de versterking van de Afsluitdijk (Levvel), de aanleg van de Blankenburgverbinding (BAAK Blankenburg-Verbinding), de bouw van een nieuwe zeesluis in IJmuiden (OpenIJ) en de aanleg van een nieuw stuk A16 aan de noordoostrand van Rotterdam (Groene Boog).

Het onderzoek van de Erasmus Universiteit, getiteld ‘Leren van 15 jaar werken met DBFM-contracten bij Rijkswaterstaat’,draaide vooral om de vraag welke lessen er geleerd kunnen worden en in hoeverre dit contracttype voldoet in de praktijk. De onderzoekers benoemen daarin de sterke en minder sterke kanten van de contracten in vergelijking met andere contractvormen.

Betrouwbaar

Positieve aspecten zijn vooral tijd, beschikbaarheid, beperkte meerwerkkosten, kwaliteit, optimalisaties en levenscyclus. “De financiële performance voor investeerders, banken en andere financiers is uiterst betrouwbaar. Ook biedt de DBFM-praktijk de overheid stabiliteit en voorspelbaarheid wanneer het gaat over langetermijnbestedingen”, zo schrijven de onderzoekers in hun rapport. DBFM leent zich vooral voor contracten met een omvang tussen de 200 en 400 miljoen euro met een beperkte complexiteit.

De onderzoekers signaleren echter ook een aantal problemen, zoals de sterke nadruk op tijdige oplevering van het werk en de forse bedragen die aan beschikbaarheid verbonden zijn. Ook is de risicoverdeling tussen opdrachtgever en opdrachtnemer is nog steeds niet ideaal, al is die verdeling volgens de onderzoekers wel verbeterd. In de beginperiode werden de hoge risico’s te veel op de aannemers afgewenteld. Hoewel de verdeling evenwichtiger is geworden, ziet de Erasmus Universiteit nog mogelijkheden voor verbetering. De onderzoekers constateren dat sommige bedrijven vanwege de hoge risico’s en de hoge transactiekosten op voorhand besluiten om niet mee te doen aan een DBFM-aanbesteding.

Beeldvorming

Over de kwaliteit van de samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer lopen de opvattingen nogal uiteen, maar die is wel in de loop van de tijd geleidelijk beter geworden.

De lange looptijd van de projecten – waardoor geregeld personele wisselingen plaatsvinden – stelt volgens de onderzoekers extra eisen aan een goede overdracht van afspraken om de continuïteit niet in gevaar te brengen.

Verschillende respondenten die voor het onderzoek gesproken zijn, gaven aan dat ze de negatieve beeldvorming over DBFM niet terecht vonden. Dat beeld zou vooral gebaseerd zijn op een klein aantal projecten waarbij zich problemen voordeden, zoals de zeesluis IJmuiden en A15 Maasvlakte-Vaanplein. Ze sluiten niet uit dat de problemen zich ook voorgedaan zouden hebben als er een andere contractvorm was gekozen en dat ze dan mogelijk zelfs groter waren geweest.

Juiste keuze

Voor voorzitter Maxime Verhagen van Bouwend Nederland wegen de positieve aspecten van DBFM op tegen de nadelen. “Met de juiste keuze van projecten blijft de DBFM-contractvorm veel voordelen bieden voor eindgebruikers, Rijkswaterstaat en bouwers om aansprekende projecten te realiseren. Het zou ontzettend jammer zijn als deze contractvorm verdwijnt en de ‘lessons learned’ verloren gaan.”

Zeker in deze periode, waarin bouwers niet alleen geconfronteerd worden met de beperkingen van corona maar ook nog steeds last hebben van de stikstofregels, zag Verhagen dat Rijkswaterstaat werk naar voren schoof, waardoor de sector aan het werk kan blijven. Net als voor de onderzoekers blijft ook voor Verhagen de risicoverdeling in de publiek-private samenwerking een punt van aandacht.

Directeur-generaal Michèle Blom van Rijkswaterstaat zegt dat haar dienst al rekening houdt met de omvang van de projecten. DBFM wordt ingezet voor projecten van maximaal 400 miljoen euro, zoals de onderzoekers adviseren.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Redactie Infrasite