Kamervragen over snelweg door Leidsche Rijn

Den Haag – Op 3 april 2008 heeft minister Eurlings van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met daarin antwoorden op de vragen die het lid Duyvendak over de studies naar de aanleg van een snelweg door de Utrechtse wijk Leidsche Rijn.

Hieronder leest u de volledig brief 20083385 Antwoorden op vragen van het lid Duyvendak over de studies naar de aanleg van een snelweg door de Utrechtse wijk Leidsche Rijn. Kamerstuk | 2008-04-03.

Geachte voorzitter,

Hiermee beantwoord ik de vragen die het lid Duyvendak heeft gesteld over de studies naar de aanleg van een snelweg door de Utrechtse wijk Leidsche Rijn.

1. Hebt u kennisgenomen van het nieuwsitem over de onrust bij bewoners van de Utrechtse wijk Leidsche Rijn over de studies naar de aanleg van een snelweg, die Maarssen met de A12 verbindt, dwars door hun wijk?

1. Ja, daar heb ik kennis van genomen

2. Hebt u kennisgenomen van de brief van 22 januari 2008 van acht fracties uit de Utrechtse gemeenteraad, waarin zij hun zorgen uiten over de gevolgen voor de leefbaarheid in Leidsche Rijn in het geval dat dit plan voor nieuwe infrastructuur in de vorm van een doorgetrokken en/of opgewaardeerde Noordelijke Ringweg Utrecht doorgang zou vinden?

2. De brief is behandeld in het Utrechts Verkeer en Vervoerberaad (UVVB). Daar hoort deze brief ook thuis. Eind vorig jaar heeft het UVVB mij aangegeven dat nut en noodzaak van nieuwe infrastructuur in de vorm van een doorgetrokken en/of opgewaardeerde NRU nog niet beoordeeld kan worden. De regio heeft daarbij aangegeven bereid te zijn een doorgetrokken en/of opgewaardeerde NRU naast andere mogelijke oplossingen voor de problematiek op de Ring mee te nemen in het onderzoek naar maatregelen in het kader van de Pakketstudie en Planstudie voor de Ring Utrecht. Dit betekent dat er nu nog geen gegevens beschikbaar zijn om een oordeel te vellen. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe een dergelijke mogelijke variant eruit zou kunnen komen te zien. In de tot nu toe uitgevoerde analyses is een doorgetrokken NRU enkel als “studieverbinding” tussen de A2 en de A12 beschouwd.

3. Deelt u de zorgen van de bewoners van Leidsche Rijn en de meerderheid van de Utrechtse gemeenteraad over de gevolgen van de eventuele aanleg van deze nieuwe snelweg op het gebied van luchtkwaliteit, leefbaarheid en klimaat? Zo neen, waarom niet?

3. De huidige NRU is een regionale weg. Op dit moment worden in het kader van de pakketstudies nog allerlei varianten onderzocht inclusief de effecten op de leefomgeving. Zodra dit bekend is kan, worden gekeken naar de gevolgen.

4. Welke consequenties verbindt u aan het ontbreken van draagvlak voor deze weg bij bewoners en de lokale politiek?

4. Ik verwijs naar het antwoord bij de tweede vraag. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe een dergelijke mogelijke variant eruit zou kunnen komen te zien. Het is daarom te vroeg om daar vervolgens consequenties aan te verbinden.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

Camiel Eurlings