Kamerbrief over RIONED visie hevige buien en riolering

Den Haag – Op 23 oktober 2007 heeft staatssecretaris mw. J.C. Huizinga-Heringa van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met daarin antwoorden op kamervragen inzake de RIONED visie ‘Klimaatverandering, hevige buien en riolering’.

Hieronder leest u de volledig brief br.20071417. Kamervragen inzake de RIONED visie ‘Klimaatverandering, hevige buien en riolering’. Kamerstuk | 2007-10-23.

Geachte voorzitter,

Hierbij doe ik u mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de antwoorden op de vragen gesteld door de leden Neppérus en De Krom over de visie van RIONED ‘Klimaatverandering, hevige buien en riolering’.

  • 1. Kent u het rapport ‘Klimaatverandering, hevige buien en riolering’ van de Stichting RIONED?

    1. Ja.

  • 2. Wat is uw reactie op de analyse in dit rapport van de problematiek van regenwateroverlast en de inrichting van de openbare ruimte?

    2. Ik ondersteun de visie van RIONED om wateroverlast in het stedelijk gebied zoveel mogelijk te voorkomen en dat de inrichting van de openbare ruimte hier een belangrijke bijdrage aan kan leveren. De visie stimuleert een lokale keuze voor maatregelen waarmee op een zo doelmatig mogelijke manier wateroverlast wordt tegengegaan.

  • 3a. Welke acht u de beste methode om wateroverlast in gemeenten tegen te gaan?

    3a. Door lokale verschillen kan er op voorhand niet van de beste methode worden gesproken. Dit blijkt ook uit de visie, waarin RIONED juist verschillende oplossingen aandraagt, waaruit afhankelijk van de lokale situatie gekozen kan worden. De beste methode zal dus lokaal worden bepaald, in overleg tussen de betrokken overheden. Daarbij heeft wat afvoer van regenwater betreft de gemeente de regierol, gelet op de zorgplicht die ze heeft voor het inzamelen en verder verwerken van afvloeiend hemelwater.

  • 3b. Bestaat daarbij verschil tussen oudere wijken en nieuwe wijken wat betreft de gewenste aanpak?

    3b. In nieuw aan te leggen wijken kan bij de inrichting al rekening worden gehouden met het voorkomen van wateroverlast in de toekomst. In bestaand stedelijk gebied zijn de mogelijkheden over het algemeen beperkter. Een aantal van de door RIONED aangegeven maatregelen kunnen echter ook in bestaand stedelijk gebied goed worden ingepast. Ook hier zijn de lokale omstandigheden bepalend.

  • 4. Heeft u voldoende in beeld welke maatregelen gemeenten van plan zijn te nemen, en op welke termijn?

    4. Op grond van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken, die per 1 januari 2008 inwerking treedt, dienen gemeenten hun maatregelen ter invulling van de zorgplichten vast te leggen in een verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan. Het Rijk houdt geen gedetailleerd overzicht bij van de lokaal gekozen maatregelen, en is ook niet van plan om dat in de toekomst te gaan doen. De wet geeft gemeenten een termijn van 5 jaar om het GRP aan te passen.

    Met de gemeenten is in de december Nota 2006 (Kamerstuk 2006-2007, 27625, nr. 80) afgesproken dat in bestaand stedelijk gebied waar grote wateroverlast optreedt deze voor 2015 wordt aangepakt. Aanpak van de resterende wateropgave kan worden meegekoppeld met de reguliere onderhoudscycli van de riolering en de herstructurering van het stedelijk gebied en zal voor 2027 plaatsvinden.

  • 5a. Deelt u de constatering van RIONED dat gemeenten over onvoldoende financiële middelen beschikken om structurele maatregelen te nemen?

    5a. In de hierboven genoemde visie van RIONED wordt een dergelijke constatering niet gedaan. Daarnaast is een dergelijke bewering overigens ook niet juist, zie mijn antwoord op vraag 5c.

  • 5b. Zo ja, wat gaat u hieraan doen?

    5c. Zo neen, kunt u aangeven waarom u de huidige middelen wél voldoende acht?

    5c. Met de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken hebben de gemeenten een financieringsinstrument in handen voor de financiering van maatregelen om wateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen. RIONED stelt terecht dat de aanpak van regenwateroverlast in het stedelijk gebied tot stijging van de lokale lasten zal leiden. Op de problematiek van de stijging van de lokale lasten in verband met gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater is de regering ingegaan in het kader van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken, dat voor de zomer is aangenomen en per 1 januari 2008 in werking zal treden. Op de verschillende oorzaken van de stijging is uitgebreid ingegaan in de brief van de Staatssecretaris van VROM van 17 maart 2006 aan de Tweede Kamer(1).

    Voor de regering vormt vergroting van doelmatigheid en de transparantie in de waterketen het uitgangspunt van het beleid, dit om de stijging van de lokale lasten zo beperkt mogelijk te houden. Een belangrijk rol is daarbij weggelegd voor het Bestuursakkoord Waterketen, dat op 5 juli jl. is ondertekend en dat de minister van VROM bij brief van 22 augustus aan u heeft toegezonden (Kamerstuk 2006-2007, 27625, nr. 100).

  • 6. Deelt u de overige conclusies uit dit rapport?

    6. In de visie van RIONED wordt terecht aandacht besteed aan samenwerking en de bewustwording van eigenaren en bewoners, net zoals in de landelijke campagne ‘Nederland leeft met Water’.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

J.C. Huizinga-Heringa

(1) Tweede Kamer, 2006-2007, 28966, nr. 6

Achtergrondinformatie (verzorgd door de redactie van Infrasite)
Gemeenten pakken wateroverlast voortvarend aan (24-08-2007)