RPB pleit voor ruimtelijke aanpak overstromingsrisico

Houd bij ruimtelijke plannen meer rekening met risico’s van een eventuele overstroming

Den Haag – Het beleid moet niet alleen gericht zijn op het voorkómen van overstromingen, maar ook op het verkleinen van de schade mocht er toch ooit sprake zijn van een overstroming. In ruimtelijke plannen en bij de keuze van woningbouwlocaties moet het overstromingsrisico dan ook zwaarder meewegen dan tot nu toe het geval is. Dit kan vérgaande consequenties hebben voor het ruimtegebruik. Zo zijn diepe polders nabij een primaire waterkering minder geschikt als woningbouwlocaties; het is beter deze te reserveren voor waterberging. En voor gebieden met een hoge economische waarde moet de veiligheidsnorm voor overstromingsrisico worden verhoogd. In geval van overstroming zal de schade hier onacceptabel groot zijn.

Dat zijn enkele bevindingen van het Ruimtelijk Planbureau in de studie ‘Overstromingsrisico als ruimtelijke opgave’, die op 2 mei 2007 is verschenen. In deze studie pleit het RPB voor een ruimtelijke aanpak van het overstromingsrisico naast het huidige preventieve beleid gericht op het versterken van de zeewering en van dijken binnenslands. Overstroombaar Nederland is weliswaar veiliger dan ooit, maar de verwachte zeespiegelstijging – die het gevolg is van de klimaatverandering – zal de kans op overstromingen in de toekomst doen toenemen. Doordat de overstroombare gebieden bovendien de plaatsen zijn waar juist veel wordt geïnvesteerd, neemt ook de schade van een potentiële overstroming toe. Dit vraagt om een andere opvatting van veiligheid: geen veiligheid zonder, maar veiligheid met het water. Een opvatting van veiligheid waarbij onder ogen wordt gezien dat het water wel degelijk eens bij de huizen kan komen. En dat vraagt een andere manier van omgaan met water.

Een ruimtelijke waterstrategie onderscheidt risicozones binnen de dijkringen
Een belangrijke stap naar een overstromingsveilige ruimtelijke ordening is de erkenning dat het huidige onderscheid tussen binnendijkse en buitendijkse gebieden niet voldoende is. Ook binnen een dijkring zijn er grote verschillen in overstromingsrisico. De verschillen zijn zo groot dat daarmee rekening dient te worden gehouden bij de keuze voor woningbouwlocaties. Er kunnen vier risicozones worden onderscheiden, afhankelijk van hoe diep en hoe snel een gebied overstroomt: diep/snel, ondiep/snel, diep/laat en ondiep/laat.

Een ruimtelijke waterstrategie begint dus met een adequate risicozonering van een dijkringgebied. Het verdient in dit kader aanbeveling te komen tot een nationale risicokaart, waarop voor ieder gebied in Nederland wordt nagegaan hoe diep en hoe snel een gebied kan overstromen, en hoe groot de kans op zo’n overstroming is.

Heroverweeg het bouwen in diepe gebieden die snel overstromen
Het moet worden overwogen of in de risicozone waar het water snel en met grote hoogte komt wel moet worden gebouwd. Hier zijn zeer grote aanpassingen nodig om het wonen echt veilig te maken, en evacuatie tijdens een ramp is er moeilijk tot onmogelijk. Beter is het om dergelijke gebieden te beschouwen als buitendijks gebied, waar alleen op eigen risico mag worden gewoond en gewerkt. Soms kunnen deze diepste gebieden die dicht bij de primaire waterkeringen liggen, beter worden gereserveerd voor waterberging.

In de andere risicozones, waar het minder diep of minder snel onderstroomt, zijn evacuatiestrategieën en fysieke maatregelen denkbaar om de schade aan de bebouwing te beperken. Te denken valt aan het verhogen van het bouwpeil of het aanpassen van individuele gebouwen, bijvoorbeeld door het plaatsen van vloedbalken in de deurposten.

Bestuurlijke maatregelen om het overstromingsrisico te beperken
Een ruimtelijke waterstrategie kent ook bestuurlijke maatregelen die de fysieke ingrepen ondersteunen en aanvullen. Door gebiedsspecifieke voorschriften over bouwwijze en gebruik, goede evacuatiestrategieën en risicocommunicatie kunnen in tijden van nood schade en slachtoffers worden voorkomen. Daarnaast kunnen bestuurlijke maatregelen bijdragen aan het risicobewustzijn bij zowel burgers als overheidsinstanties, niet alleen door voorlichting, bijvoorbeeld in de vorm van risicokaarten, maar ook via een waterverzekering.

Veilig én mooi leven met water
Een ruimtelijke waterstrategie kan een overstroming niet voorkomen, maar wél het schaderisico beperken. De meeste winst is te behalen door het op preventie van overstromingen gerichte beleid te combineren met een flexibele en robuuste inrichting van de ruimte. Door zowel de kans op een overstroming als de potentiële schade te verminderen, wordt de veiligheid maximaal vergroot. Dit betekent dat bij de stedenbouwkundige inrichting van een gebied, de bouwwijze en het gebruik van gebouwen veel meer rekening moet worden gehouden met een mogelijk overstromingsrisico. De ruimte moet dan zo worden ingericht dat water in bebouwd gebied minder schade kan aanrichten. Tot nu toe wordt hiermee nauwelijks rekening gehouden. En dat terwijl de vraag naar woonmilieus aan de rand van het water, dus aan de rand van het gevaar, toeneemt.

Door het overstromingsrisico niet als beperking maar als een ruimtelijke opgave te beschouwen, ontstaan er bovendien kansen om wonen, werken en recreëren in en aan het water te realiseren. Buitenlandse en binnenlandse voorbeelden van aangepast bouwen in gebieden met een grote kans op overstromen tonen dit aan. Zo worden bij de Overdiepse polder in de buurt van de Biesbosch de dijken niet verhoogd, maar juist verlaagd; dit voor een project dat de waterberging in het rivierengebied moet vergroten. Bij een hoog rivierpeil stroomt de polder vol, waardoor het peil in de rivier zal dalen. Een deel van de in de polder aanwezige boerderijen zal verdwijnen, de rest wordt nieuw gebouwd op terpen langs de teruggelegde, nieuwe hoofdwaterkering. De dijk met de terpen blijft op deltahoogte en stroomt dus niet onder.

De spanning tussen veiligheid en leefbaarheid kan zo inspireren tot een programma voor het ontwerp. Een ruimtelijke aanpak van overstromingsrisico’s kan niet alleen bijdragen aan een veiliger maar ook aan een mooier Nederland.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Ruimtelijk Planbureau