Groen licht komst OV-chipkaart

Peijs trekt € 34 miljoen extra uit voor de reiziger

Den Haag – Minister Karla Peijs van Verkeer en Waterstaat wil de OV-chipkaart landelijk invoeren op bus, tram, trein en metro als nationaal vervoersbewijs. Dit schrijft ze aan de Tweede Kamer in het GO-besluit OV-chipkaart. In het Go-besluit staat dat het stelsel van nationale vervoerbewijzen (‘de strippenkaart’) in de migratieperiode stapsgewijs wordt afgeschaft. Dit houdt in dat vanaf nu verder wordt gegaan met de landelijke uitrol “de invoering van de chipkaart”. Die is na verwachting afgerond medio 2008 en dan wordt uiterlijk op 1-1-2009 de strippenkaart als vervoerbewijs landelijk afgeschaft. Ook trekt de minister € 14 miljoen uit om de aanschaf van de chipkaart in de migratieperiode voor de reiziger goedkoper te maken, omdat de reiziger in de migratieperiode nog niet alle voordelen van de OV-chipkaart kan genieten. Hierdoor wordt de chipkaart ongeveer de helft goedkoper. Daarnaast trekt de minister € 20 miljoen extra uit voor een uitgebreider distributienetwerk.

De minister heeft afspraken gemaakt met de 12 provincies en 7 kaderwetgebieden over de introductie van de OV-chipkaart in hun concessiegebieden. Die afspraken en de positieve resultaten van de invoering van de OV-chipkaart in de Rotterdamse metro en de bussen in de Hoeksche Waard, geven voldoende vertrouwen om de conclusie te trekken dat invoering van de OV-chipkaart in geheel Nederland verantwoord is. “Cruciaal voor een succesvolle introductie van de OV-chipkaart is de klantacceptatie en daarom wil ik de reiziger daarin tegemoet komen met een reductie op de aanschafprijs van de kaart van € 7,50 naar gemiddeld € 3,75 in de migratieperiode. En voor de klantacceptatie en gewenning wordt de chipkaart stapsgewijs ingevoerd en kan men de strippenkaart langer gebruiken”, aldus Peijs.

Dankzij de inspanningen van provincies, kaderwetgebieden, consumentenorganisaties en de OV-bedrijven is Nederland met de invoering van de OV-chipkaart in trein, metro, tram en bus het eerste land ter wereld met een geïntegreerd nationaal kaartsysteem. De komende periode wordt gebruikt voor de verdere uitrol van het OV-chipkaart in het Nederlandse openbaar vervoer. De voorlopers (Rotterdam, Amsterdam, Zuidvleugel Randstad) zijn naar verwachting medio 2007 gereed. Voor de rest van het land geldt dat er medio 2008 een functionerend OV-chipkaartsysteem zal zijn. De verkoop van de strippenkaarten worden op dat moment afgebouwd en uiterlijk 1-1-2009 wordt de strippenkaart als vervoerbewijs afgeschaft.

Kosten
Het ministerie draagt € 129 miljoen bij aan de invoering van de OV-chipkaart. Dit bedrag bestaat uit eerder toegezegde € 90 miljoen waarvan € 81 miljoen in 2004 verdeeld is, een (extra) bijdrage van € 14 miljoen om alle regionale business cases gezond te houden en € 34 miljoen extra voor reductie kaartprijs en een uitgebreider distributienetwerk. Ook wordt er € 76 miljoen – reeds gereserveerd geld – uit de BDU-gelden naar voren gehaald voor de decentrale overheden. Dit om de investeringspiek in 2007 en 2008 op te vangen. De terugverdientijd van de forse investeringen in 2007 en 2008 zou anders te lang worden. Daarnaast is de minister de decentrale overheden tegemoet gekomen door een budgetreservering van € 15 miljoen. Dit geld komt niet eerder dan 2009 beschikbaar en alleen als er zich ondanks goed management door de decentrale overheden, zich alsnog tegenvallers voordoen.

Van strip naar chip
De invoering van de OV-chipkaart in Rotterdam leert dat de invoering stap voor stap moet gebeuren, met name om de reiziger te vrijwaren van kinderziektes aan het systeem. Daarom kiest Peijs voor een
realistische aanpak en voor de afbouw van de organisatie rond de nationale vervoerbewijzen als einddatum 1-1-2009 hanteert. Zodoende hoeven eventuele tegenvallers geen negatieve consequenties te hebben voor de reiziger. De strippenkaart kan geldig blijven tot het moment dat de laatste concessie is overgegaan op de OV-chipkaart.

Klantoordeel
Een meerderheid van de Rotterdamse OV-reizigers geeft de OV-chipkaart een ruime voldoende. Uit het klantonderzoek blijkt dat de reiziger in Rotterdam van mening is dat de OV-chipkaart een goede ontwikkeling is die het reizen gemakkelijker maakt, vooral als deze landelijk is ingevoerd. Voor het ministerie weegt hierbij zwaar dat ook de groep “mensen met een mobiliteitsbeperking” aangeeft dat het systeem ook voor hen voldoende gebruiksvriendelijk is.
De minister maakt ook bekend dat in overleg met de vervoerbedrijven, de decentrale overheden en de consumentorganisaties in 2007 een evaluatiemoment wordt ingebouwd om de snelheid waarmee de migratie zich ontwikkeld nog eens tegen het licht te houden. Tevens komt er een uitgebreide nationale communicatiecampagne gericht op het gebruik van de OV-chipkaart.

Lees ook het bijbehorende kamerstuk br. 1100 Go-besluit OV-Chipkaart (publicatiedatum 13 juni 2006)

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Ministerie van Verkeer en Waterstaat