Amsterdam kiest voor bijeenhouden GVB

Amsterdam – Het college van B&W heeft ingestemd met de uitwerking van het voorgenomen besluit om het GVB met ingang van 2007 extern te verzelfstandigen.

Wethouder Maij: ”Amsterdam kiest voor het bijeenhouden van het GVB en voor het creëren van een betere uitgangspositie voor het bedrijf bij de door het Rijk verplichte aanbesteding van het openbaar vervoer. De gemeente Amsterdam blijft 100% aandeelhouder van het GVB en behoudt strategische invloed op het verzelfstandigde GVB. De voorbereiding voor de externe verzelfstandiging ligt op schema.”

De uitwerking van dit besluit richt zich op de ontvlechting, de structuur van de onderneming, het geclausuleerde eigendom van de belangrijkste strategische activa en de personele, financiële en juridische aspecten. In de door het college gekozen uitwerking van de verzelfstandiging krijgt het verzelfstandigde GVB zoveel mogelijk de ruimte om als bedrijf te functioneren. Daarbij krijgt de gemeente strategische invloed en worden meer zekerheden voor de gemeente gecreëerd.

Het verzelfstandigde GVB: een structuur N.V. met vijf dochtermaatschappijen
Het GVB wordt ondergebracht in een naamloze vennootschap die dienst doet als holdingmaatschappij, waarin vijf dochtermaatschappijen worden geplaatst.

De OV-activiteiten
In de GVB Exploitatie B.V. zijn de daadwerkelijke activiteiten van het GVB, waaronder kernactiviteiten als sociale veiligheid, toegankelijkheid en kaartcontrole, ondergebracht. Hierin zit ook het GVB-personeel. In de GVB Activa B.V. zijn de strategische activa, zoals de remises, garages en verkeersgeleidingssystemen, in geclausuleerd eigendom ondergebracht. In de GVB Beheer & Onderhoud Infrastructuur zitten de onderhoudscontracten van de infrastructuur.

De niet OV-activiteiten
De veren worden los van de OV-activiteiten ondergebracht in de GVB Veren B.V. De veerverbindingen over het IJ maken geen onderdeel uit van de Wet Personenvervoer 2000 waarmee aanbesteding niet verplicht is. In de GVB MEA B.V. zijn, zoals nu ook het geval is, alle overige niet OV-activiteiten (Tours en Travel Services en Stadsmobiel) opgenomen.

Strategische invloed en zekerheden van de gemeente
Als enige aandeelhouder houdt de gemeente invloed op het GVB. Zo benoemt de gemeente de Raad van Commissarissen die toezicht houdt op de directie. Daarnaast heeft de directie van het GVB goedkeuring van de gemeente nodig voor enkele (strategische) beslissingen, bijvoorbeeld de strategische visie van de Holding. In de strategische visie wordt de richting voor het bedrijf bepaald. Tot slot zijn ook het nemen van deelnemingen, het aangaan van duurzame samenwerking en het wijzigen van statuten aan goedkeuring van de gemeente onderhevig.

Daarnaast houdt de gemeente de mogelijkheid een goed beheer van de in gebruik zijnde activa en teruglevering daarvan te kunnen afdwingen. Ook heeft de gemeente invloed op Activa B.V.

Uitgangspunt voor nieuwe ondernemings-CAO
De arbeidsvoorwaarden worden vastgelegd in een eigen nieuwe ondernemings-CAO, waarbij een één-op-één overgang het uitgangspunt is.

Vervolgtraject
Dit voorgenomen definitieve besluit is voor advies aan de ondernemingsraad van het GVB voorgelegd. Het advies van de ondernemingsraad en de reactie van het college hierop worden betrokken bij het definitieve besluit zoals dat aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. De gemeenteraad wordt in de gelegenheid gesteld eventuele wensen en bedenkingen over het voorgenomen definitieve besluit ter kennis van het college te brengen. Op basis hiervan neemt het college een definitief besluit. Behandeling in de raadscommissie is eind mei 2006.

Bijlage

Wet Personenvervoer 2000
Sinds januari 2006 verzorgt het Regionaal Orgaan Amsterdam het opdrachtgeverschap voor de concessie. Het Rijk heeft de kaderwetgebieden (voor Amsterdam het ROA) voor de keuze gesteld om in de vier grote gemeenten het busvervoer per 1 januari 2009 verplicht aan te besteden en het railvervoer per 1 januari 2017 óf beide verplicht aan te besteden per 1 januari 2012. Keuze voor de tweede optie betekent wel dat de OV-bedrijven uiterlijk met ingang van 1 januari 2007 verzelfstandigd moeten zijn. Verplichte aanbesteding van het Amsterdamse busvervoer per januari 2009 had kunnen betekenen dat het GVB in 2009 gesplitst moest worden.

Op 1 februari 2006 heeft de gemeenteraad zich voorgenomen het GVB per januari 2007 extern te verzelfstandigen. Hiermee blijft een gelijktijdige aanbesteding per 2012 voor bus, tram en metro mogelijk. En wordt het bedrijf en zijn personeel de meeste zekerheid geboden en kan het bedrijf zich zo optimaal mogelijk voorbereiden op de komende aanbestedingen. Aanbesteding en daarmee de kans op indirecte privatisering (bij een eventueel verlies van de aanbesteding door het GVB) wordt hierdoor met ten minste drie jaar uitgesteld. Ook wordt hiermee het risico op afsplitsing van het busbedrijf per januari 2009 voorkomen.

Referendum
Gedwongen door rijksregelgeving heeft de gemeente niet langer gehoor kunnen geven aan de uitslag van het referendum van 2001. In dit referendum hebben de Amsterdammers te kennen gegeven tegen de externe verzelfstandiging van het GVB te zijn. Gelijktijdig heeft de Amsterdammer ook te kennen gegeven dat het bedrijf niet opgesplitst zou mogen worden. Met externe verzelfstandiging van het GVB wordt dit laatste voorkomen.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Gemeente Amsterdam