Conjunctuurmeting bouwnijverheid augustus en september 2008

Orderportefeuilles bouwnijverheid afgenomen

Eind augustus 2008 is de omvang van de orderportefeuille in de bouwnijverheid met 0,4 maand gekrompen tot 8,1 maanden. Zowel in de burgelijke- en utiliteitsbouw als in de grond-, water- en wegenbouw nam de orderportefeuille af met 0,4 maand. Eind augustus bedroeg de orderportefeuille in de b&u 8,4 maanden en in de gww 6,6 maanden. In de wegenbouw was de daling met 0,6 maand nog iets groter dan in de hele gww.

Dit constateert het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid in de conjunctuurmetingen van augustus en september 2008.

Een afname van de werkvoorraad na de bouwvakantie is niet ongewoon. Toch is al sinds april 2008 zowel in de b&u als in de gww een lichte neerwaartse trend waar te nemen. Dit zou een eerste signaal kunnen zijn dat ook in de bouw de gevolgen van de stagnerende groei van de economie merkbaar zijn. De komende maanden zullen de cijfers duidelijk moeten maken of dit daadwerkelijk het geval is.

Ruim één op de tien woningbouwbedrijven meldt stagnatie als gevolg van procedurele vertragingen al dan niet bij de opdrachtgever. In andere sectoren wordt ofwel personeelsgebrek ofwel tekort aan orders als belangrijkste stagnatieoorzaak gemeld.

Eind augustus 2008 verwacht 15% van de bedrijven in de b&u de komende maanden meer personeel in dienst te zullen nemen. Dit betekent een daling ten opzichte van juni toen dit aandeel nog 27% was. In de gww is het aandeel bedrijven dat aan een uitbreiding van het personeelsbestand denkt juist gestegen van 12 tot 28%. In de wegenbouw is dit aandeel zelfs ruim vijf keer zo hoog (van 6 tot 34%); dit ondanks de scherpe afname van de orderportefeuille in deze subsector. Vijf procent van de bedrijven in de b&u denkt dat het personeelsbestand zal slinken; in de gww geldt dit voor 1% van de bedrijven.

Ongeveer 40% van de bedrijven voorspelt voor de komende maanden een stijging van de afzetprijzen; 1% verwacht de komende periode een prijsdaling.

De werkvoorraad wordt door 68% van de bedrijven als normaal voor de tijd van het jaar beoordeeld. Het percentage bedrijven dat het onderhanden werk als groot beoordeelt (22%) is echter wel groter dan het percentage dat de werkvoorraad klein vindt voor de tijd van het jaar (10%).

Deze gegevens blijken uit de conjunctuurmetingen in de bouwnijverheid van augustus en september 2008 van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid. De metingen van augustus en september zijn samengevoegd in verband met de in die maanden vallende (bouwvak-)vakantie. Deze meting wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Aan de conjunctuurmeting verlenen ruim 400 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien personeelsleden hun medewerking.