Conjunctuurmeting bouwnijverheid oktober 2004

Amsterdam – Afname orderportefeuille in de wegenbouw; toename in de grond- en waterbouw

De omvang van de orderportefeuille in de wegenbouw is eind oktober 2004 met ruim 14% sterk afgenomen tot 4,1 maanden. In de grond- en waterbouw nam de orderportefeuille juist toe met 14%; van 4,2 maanden vorige maand tot 4,8 maanden nu. Hierdoor bleef de omvang van de orderportefeuille in de grond-, water- en wegenbouw op hetzelfde niveau als een maand eerder; 4,5 maanden. De orderportefeuille in de burgerlijke- en utiliteitsbouw groeide licht met 0,1 maand tot 7,3 maanden. Beide subsectoren hebben hier hun aandeel in. Voor zowel de woningbouw als de utiliteitsbouw geldt dat de orderportefeuille toenam met 0,1 maand. De omvang van de orderportefeuille in de b&u bleef de laatste twee maanden onveranderd ten opzichte van dezelfde periode een jaar geleden. De omvang van de orderportefeuille voor de totale bouwnijverheid is eveneens met 0,1 maand gegroeid en komt daarmee uit op 6,7 maanden.

De overige uitkomsten laten zien dat de bouwbedrijven eind oktober 2004 nog altijd negatief zijn in hun oordeel over de bouwconjunctuur. Toch is het oordeel over het algemeen positiever dan precies een jaar geleden. Eén op de vijf bedrijven in de gww ondervond stagnatie van het onderhanden werk als gevolg van het uitblijven van orders. Een jaar geleden gold dit nog voor ruim één derde van de gww-bedrijven. In de b&u is het aandeel bedrijven dat stagnatie ondervond door gebrek aan orders ongeveer hetzelfde gebleven (14% nu tegenover 15% een jaar geleden). In de b&u beoordeelt een kwart van de bedrijven het onderhanden werk als klein terwijl 12% dit als groot beoordeelt. In de gww wordt het onderhanden werk door één derde van de bedrijven als klein beoordeeld; vorig jaar gold dit voor ruim de helft van de gww-bedrijven.

Geen enkel gww-bedrijf verwacht dat het de komende maanden in personeelsomvang zal toenemen. Twee derde van deze bedrijven verwacht dat het aantal personeelsleden gelijk zal blijven terwijl één derde denkt dat het personeelsbestand zal inkrimpen. Toch is dit een positiever beeld dan een jaar geleden toen nog de helft van de gww-bedrijven een daling van het personeelsbestand verwachtte tegenover 2% dat een personeelstoename verwachtte. In de b&u is men minder negatief, zij het dat ook in deze sector per saldo meer bedrijven verwachten dat het aantal personeelsleden zal afnemen (10%) dan toenemen (9%). Vorig jaar bedroegen deze percentages nog 27% respectievelijk 3%.
Over de verwachte prijsontwikkelingen zijn de bouwbedrijven eind oktober per saldo positief. Dit geldt echter niet voor de gww-bedrijven. In deze sector verwachten meer bedrijven een daling van de afzetprijzen dan een stijging.

Deze gegevens blijken uit de conjunctuurmeting in de bouwnijverheid van oktober 2004 van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid. Deze meting wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Aan de conjunctuurmeting verlenen ruim 400 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien personeelsleden hun medewerking.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht EIB

Conjunctuurmeting bouwnijverheid oktober 2004 | Infrasite

Conjunctuurmeting bouwnijverheid oktober 2004

Amsterdam – Afname orderportefeuille in de wegenbouw; toename in de grond- en waterbouw

De omvang van de orderportefeuille in de wegenbouw is eind oktober 2004 met ruim 14% sterk afgenomen tot 4,1 maanden. In de grond- en waterbouw nam de orderportefeuille juist toe met 14%; van 4,2 maanden vorige maand tot 4,8 maanden nu. Hierdoor bleef de omvang van de orderportefeuille in de grond-, water- en wegenbouw op hetzelfde niveau als een maand eerder; 4,5 maanden. De orderportefeuille in de burgerlijke- en utiliteitsbouw groeide licht met 0,1 maand tot 7,3 maanden. Beide subsectoren hebben hier hun aandeel in. Voor zowel de woningbouw als de utiliteitsbouw geldt dat de orderportefeuille toenam met 0,1 maand. De omvang van de orderportefeuille in de b&u bleef de laatste twee maanden onveranderd ten opzichte van dezelfde periode een jaar geleden. De omvang van de orderportefeuille voor de totale bouwnijverheid is eveneens met 0,1 maand gegroeid en komt daarmee uit op 6,7 maanden.

De overige uitkomsten laten zien dat de bouwbedrijven eind oktober 2004 nog altijd negatief zijn in hun oordeel over de bouwconjunctuur. Toch is het oordeel over het algemeen positiever dan precies een jaar geleden. Eén op de vijf bedrijven in de gww ondervond stagnatie van het onderhanden werk als gevolg van het uitblijven van orders. Een jaar geleden gold dit nog voor ruim één derde van de gww-bedrijven. In de b&u is het aandeel bedrijven dat stagnatie ondervond door gebrek aan orders ongeveer hetzelfde gebleven (14% nu tegenover 15% een jaar geleden). In de b&u beoordeelt een kwart van de bedrijven het onderhanden werk als klein terwijl 12% dit als groot beoordeelt. In de gww wordt het onderhanden werk door één derde van de bedrijven als klein beoordeeld; vorig jaar gold dit voor ruim de helft van de gww-bedrijven.

Geen enkel gww-bedrijf verwacht dat het de komende maanden in personeelsomvang zal toenemen. Twee derde van deze bedrijven verwacht dat het aantal personeelsleden gelijk zal blijven terwijl één derde denkt dat het personeelsbestand zal inkrimpen. Toch is dit een positiever beeld dan een jaar geleden toen nog de helft van de gww-bedrijven een daling van het personeelsbestand verwachtte tegenover 2% dat een personeelstoename verwachtte. In de b&u is men minder negatief, zij het dat ook in deze sector per saldo meer bedrijven verwachten dat het aantal personeelsleden zal afnemen (10%) dan toenemen (9%). Vorig jaar bedroegen deze percentages nog 27% respectievelijk 3%.
Over de verwachte prijsontwikkelingen zijn de bouwbedrijven eind oktober per saldo positief. Dit geldt echter niet voor de gww-bedrijven. In deze sector verwachten meer bedrijven een daling van de afzetprijzen dan een stijging.

Deze gegevens blijken uit de conjunctuurmeting in de bouwnijverheid van oktober 2004 van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid. Deze meting wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Aan de conjunctuurmeting verlenen ruim 400 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien personeelsleden hun medewerking.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht EIB