Station Assen (foto: NS)

Noord-Nederland: 220.000 extra huizen in ruil voor spoorinvesteringen

De provincies Drenthe, Flevoland, Friesland en Groningen kunnen in ruil voor 9,5 miljard euro aan investeringen in spoorverbindingen een kwart van de nationale woningbouwopgave voor hun rekening nemen. Naast de aanleg van de veelbesproken Lelylijn vraagt grootschalige woningbouw om de Nedersaksenlijn en verbeteringen van bestaand spoor.

Dat schrijven de vier provincies in het gezamenlijke plan ‘Bouwstenen voor het Deltaplan’, dat is opgesteld met de gemeenten Assen, Emmen, Groningen en Leeuwarden. Hierin richten zij zich tot de Tweede Kamer en het toekomstige kabinet. De Kamer stemde eind vorig jaar in met de uitwerking van het ‘Deltaplan voor en van het Noorden’, dat moet bijdragen aan het toekomstig groeivermogen van Nederland.

De provincies zien mogelijkheden voor de bouw van circa 220.000 extra woningen, bovenop de al bestaande plannen voor 100.000 huizen. Het gaat om 45.000 woningen in Drenthe, 80.000 in Flevoland, 45.000 in Friesland en 50.000 in Groningen.

Drie investeringen

Grootschalige woningbouw kan niet los worden gezien van een samenhangend pakket van drie investeringen in het spoornetwerk, staat uitgelegd in het plan. De belangrijkste is de Lelylijn, de snelle treinverbinding tussen de Randstad en Groningen, waarvoor naar schatting 6,5 miljard euro nodig is. Om de regionale bereikbaarheid te verbeteren, wordt gepleit voor de aanleg van de Nedersaksenlijn tussen Enschede en Groningen, die ook een verbinding vormt met het Duitse spoornetwerk. Dit betreft een investering van 1 miljard euro.

Het verbeteren van de bereikbaarheid op korte termijn vraagt volgens het plan om een investering van 2 miljard euro in het bestaande spoor tussen Amsterdam-Almere-Zwolle-Groningen/Leeuwarden en Emmen-Zwolle. Dit moet hoogfrequente en versnelde treinen mogelijk maken, waardoor bijvoorbeeld de reistijd tussen de Randstad en Assen met twintig minuten afneemt. Verder benadrukt het plan het belang van ruimte op het spoor tussen Lelystad en Amsterdam om de bereikbaarheid van Almere en Lelystad en daarmee van heel Noord-Nederland te garanderen, onder andere door de aanleg van de IJmeerlijn.

Het verbeteren van bestaand spoor zou al in de komende vier jaar moeten gebeuren, direct gevolgd door de start van de bouw van de Lelylijn en Nedersaksenlijn. Op die manier worden de investeringen over een lange periode uitgesmeerd, waarbij het gros pas rond 2030 wordt gerealiseerd.

Hoog rendement

De eenmalige totale kosten van 9,5 miljard euro zijn ‘niet gering’, erkennen de provincies, maar zouden ruimschoots worden overtroffen door de baten. “Als de economische potentie van Noordelijk Nederland ten volle kan worden benut, dan groeit de waarde van de regionale productie van goederen en diensten met zo’n 24 miljard euro per jaar. Niet alleen Noordelijk Nederland profiteert van deze economische groei, maar ook Nederland als geheel.”

Zowel de Lelylijn als Nedersaksenlijn maakten deel uit van verkiezingsprogramma’s van veel politieke partijen. Er werd recent voor de Lelylijn zonder succes een aanvraag gedaan voor een bijdrage uit het Nationaal Groeifonds. Het voorstel kan in een volgende ronde na verdere uitwerking en aanvulling wel opnieuw worden ingediend.

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Dylan Metselaar

Dylan Metselaar is vaste redacteur van OVPro.nl en schrijft voor verschillende andere vakbladen van ProMedia Group, waaronder Infrasite.nl.