Aanleg weg in nieuwe woonwijk

Productie infrasector neemt in 2021 met 2 procent af

De productie van de Nederlandse infrasector is in 2020 met 1 procent gestegen, maar zal volgend jaar met zo’n 2 procent afnemen. Enerzijds door minder investeringen als gevolg van de coronacrisis, maar ook de stikstof- en PFAS-problematiek blijft de productie beperken. Wel blijven de orderboeken goed gevuld, stelt ING Economisch Bureau.

In de prognose voor 2021 houdt deze organisatie wel een slag om de arm. Het afgelopen jaar is op zijn zachtst gezegd nogal onvoorspelbaar gebleken en die onzekerheid is met de jaarwisseling niet ineens verdwenen. “In het begin van 2020 kon de infrasector nog licht groeien. Dit kwam door de verruiming van de PFAS-norm en door projecten die, door minder verkeer als gevolg van de eerste lockdown, sneller werden uitgevoerd.” Die norm ging eind 2019 naar 0,8 microgram per kilo, wat in de zomer van 2020 verder is opgetrokken naar 1,4.

Niet altijd mogelijk

Maar de genoemde verruiming van de norm lost niet alle problemen op, legt het bedrijf uit. “De aanhoudende PFAS- en stikstofproblematiek zal de komende jaren een drukkend effect blijven hebben op de infraproductie. Daarnaast zal ook de coronacrisis voor minder productie zorgen. De centrale overheid stuurt wel aan op het naar voren halen van projecten maar dat is niet altijd mogelijk.”

Gemeenten zijn immers ook grote opdrachtgevers van infrawerken en zij hebben door de coronacrisis te maken met minder inkomsten uit onder andere parkeergelden en toeristenbelasting. Anderzijds zijn de uitgaven hoger. Hierdoor is de kans groot dat zij infrawerken uitstellen. ING Economisch Bureau verwacht daarom dat in 2021 de productie in de infrasector daalt met 2 procent. Dit is de eerste volumedaling na vijf jaar van groei.

Buizen- en kabelleggers profiteren

In het eerste kwartaal van 2020 groeiden de investeringen in infrastructuur nog met ruim 3 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Maar in het tweede kwartaal volgde een ongeveer even grote krimp. Dat het de eerste maanden van 2020 nog redelijk goed ging komt volgens ING waarschijnlijk door een inhaaleffect door de verruiming van de PFAS-norm. Zo konden projecten die in 2019 in de wachtkamer zaten begin 2020 alsnog worden uitgevoerd. Vooral buizen- en kabelleggers en de natte waterbouw haalden hierdoor in 2020 flink hogere omzetten.

Het vertrouwen van infrabedrijven is na een dieptepunt deze zomer aan de beterende hand, maar nog steeds negatief. De eerdere afname in 2019 kwam vooral door de stikstof- en PFAS-problematiek. Vanaf maart 2020 komt daar nog de uitbraak van de coronacrisis bij. Vanaf juli is er herstel van het vertrouwen. De verruiming van de PFAS-norm is dan ook zeker positief, stelt ING Economisch Bureau. Verder steeg de orderintake weer licht sinds de zomer, bij zowel wegenbouwers als in de grond- en waterbouw.

Auteur: Vincent Krabbendam