Bord 50 kilometer

Gemeenten bezorgd over kosten en handhaving van snelheidsverlaging

Ongeveer de helft van de Nederlandse gemeenten is van plan om op meer wegen de snelheid te verlagen van 50 naar 30 kilometer per uur. Maar alleen als er infrastructurele aanpassingen worden gedaan, levert zo’n snelheidsverlaging qua verkeersveiligheid resultaat op. Veel gemeenten hebben juist zorgen over de kosten hiervan. Ze zijn daarnaast ongerust over de handhaving. Dat blijkt uit onderzoek van ingenieursadviesbureau Sweco in samenwerking met Binnenlands Bestuur.

Sweco voerde een enquête uit onder gemeenten en maakte een uitgebreide data-analyse van alle 30 en 50 kilometerwegen in Nederland. De respondenten vertegenwoordigden minimaal 149 gemeenten. De lokale overheden die een voorkeur hebben voor de snelheidsverlaging geloven met name dat dit positief uitpakt voor de verkeersveiligheid en dat het kan zorgen voor minder ongevallen met fietsers en voetgangers. Ook het milieu plukt hier vruchten van.

Aan de andere kant wordt in 35 procent van de gemeenten nergens een snelheidsverlaging overwogen. Deze gemeenten dragen aan dat op de meeste wegen al niet harder dan 30 kilometer per uur mag worden gereden. Waar een hogere maximumsnelheid is toegestaan, is dat te rechtvaardigen vanwege de ontsluitingsfunctie en de doorstroming. Zij overwegen niet om deze snelheid te verlagen.

Noodzaak infrastructurele aanpassingen

De gemeenten zijn het er grotendeels over eens dat het niet voldoende is om de bordjes om te wisselen. Dit creëert schijnveiligheid en automobilisten zullen zich daar waarschijnlijk ook niet aan houden. Daarom zijn infrastructurele aanpassingen noodzakelijk, denkt 80 procent van de lokale overheden. Daarvan maakt weer de helft zich zorgen over de kosten die deze aanpassingen met zich meebrengen.

Nog eens ruim tweederde denkt dat controle en handhaving onmisbaar zijn voor het succesvol invoeren van deze snelheidsverlaging. De helft heeft echter twijfels bij de haalbaarheid van die handhaving – met name op plekken waar geen sprake is van een ‘geloofwaardige’ inrichting. Dit toont wel hoe essentieel het is om de juiste infrastructurele maatregelen te treffen, aldus Sweco. Gemeenten vrezen daarnaast dat op 30 kilometerwegen de aanrijtijden van hulpdiensten minder goed geborgd kunnen worden.

Potentiële wegen

Binnen de bebouwde kom is het lang niet altijd verstandig om de snelheid te verlagen, aldus Sweco. Dit geldt maar voor ongeveer 20 procent. Op de helft zijn geen grote infrastructurele ingrepen nodig om automobilisten te bewegen langzamer te rijden. Dit kan bereikt worden voor in totaal 175 miljoen euro. Bij de resterende 10 procent kan de snelheidsverlaging alleen worden bereikt door forse maatregelen. Dit zal naar schatting 950 miljoen euro kosten.

Als het qua doorstroming niet raadzaam is om de maximumsnelheid aan te passen, kan de meeste veiligheidswinst worden behaald door andere maatregelen. Sweco adviseert eerst te denken aan de aanleg van vrijliggende fietspaden. Nu ontbreken die nog bij 40 procent van de wegen waar automobilisten 50 kilometer per uur mogen. Sweco becijferde dat hiervoor zo’n 650 miljoen euro nodig is.

“De snelheid verlagen naar 30 kilometer per uur is een goed idee om de verkeersveiligheid te verbeteren maar moet wel goed worden uitgevoerd en dat is in veel gevallen kostbaar”, aldus Hans Drolenga, verkeersveiligheidsexpert en onderzoeker bij Sweco. “We zien nu al dat de inrichting van de huidige 30 kilometerwegen vaak niet op orde is, waardoor er alsnog veel te hard gereden wordt.” Op dit moment mogen automobilisten niet harder dan 30 kilometer per uur rijden op ongeveer 45.000 kilometer weg in Nederland. Dat is 70 procent van alle wegen. Daarvan is 40 procent te breed en nog eens de helft daarvan heeft asfaltverharding.

Hiërarchie in verkeersnetwerk

Er is vrijwel geen gemeente die op alle wegen 30 kilometer per uur als snelheidslimiet in wil voeren. De enquêteresultaten van Sweco sluiten aan op de Duurzaam Veilig visie, die in de verkeersbranche wordt gehanteerd. Een bepaalde hiërarchie in het verkeersnetwerk nodig, is het pleidooi hierin.

Binnen de bebouwde kom komen voornamelijk twee soorten wegen voor: gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen. Dat onderscheid valt weg als op alle wegen dezelfde snelheid gaat gelden. De positieve effecten die deze categorisering heeft op bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid verdwijnen. “De 50 kilometer-weg moet dus blijven bestaan, het is niet wenselijk om 30 kilometerwegen overal toe te passen.”

Auteur: Inge Jacobs