Europees Parlement neemt derde spoorwegpakket aan

Brussel, België – Het Europees Parlement neemt het derde spoorwegpakket aan. Dit bestaat uit de liberalisering van het passagiersvervoer, de invoering van een rijbewijs voor machinisten en het verlenen van compensatie aan passagiers bij vertragingen. Het Parlement verwerpt het voorstel voor de invoering van compensatie bij vertragingen in het goederenvervoer.

Liberalisering spoorinfrastructuur voor het passagiersvervoer
Het Parlement neemt een amendement aan op het voorstel van de Commissie om spoorwegondernemingen uiterlijk op 1 januari 2010 het recht te geven op toegang tot de infrastructuur van alle lidstaten voor de exploitatie van het internationale passagiersvervoer. Het Parlement vindt dat er een echte binnenmarkt voor spoordiensten moet komen. Het EP bepaalt daarom, dat spoorwegondernemingen toegang tot de spoorinfrastructuur in alle lidstaten krijgen en wel uiterlijk per 1 januari 2008 voor het internationale passagiersvervoer (waaronder ook begrepen het reizen in een internationale trein tussen twee stations binnen een lidstaat). Uiterlijk per 1 januari 2010 moeten de spoornetten voor het nationale passagiersvervoer worden opengesteld. Bovendien krijgen de lidstaten de vrijheid hun netten eerder open te stellen. Voorts bepaalt het Parlement dat contracten voor de toegang tot de spoorinfrastructuur in beginsel een looptijd van vijf jaar krijgen. Voor dienstverlening waarvoor omvangrijke en langdurige investeringen nodig zijn, kunnen de contracten een looptijd hebben van tien jaar. In uitzonderingsgevallen wordt een nog langere looptijd mogelijk.

Het voorstel voor een richtlijn is onderdeel van het zogenaamde ‘derde spoorwegpakket’. Centraal in dat pakket staan het bereiken van een evenwichtiger relatie tussen de vervoersdragers (het marktaandeel van het spoor in het vervoer is in de loop der jaren sterk gedaald), het nieuw leven inblazen van het spoorvervoer door stimulering van concurrentie en de creatie van een echte interne markt voor het spoorvervoer. Onder het tweede spoorwegpakket, dat in de vorige legislatuur is behandeld, is reeds een niet-discriminerende toegang tot het vrachtvervoer per spoor vastgesteld en wel per 1 januari 2006 voor het internationale vrachtvervoer en per 1 januari 2007 voor het overige vrachtvervoer.

Rijbewijs voor treinbestuurders en overig treinpersoneel
De Europese Commissie heeft voorgesteld om de certificering van treinbestuurders in twee etappes in te voeren: tussen 2008 en 2010 voor treinbestuurders op grensoverschrijdende trajecten en tussen 2010 en 2015 voor de overige treinbestuurders. Het Parlement vindt het een beter idee om het tijdpad voor certificering aan te doen sluiten bij het tijdpad voor de openstelling van het Europese spoor voor concurrentie. Het EP bepaalt dan ook, dat met ingang van 1 januari 2007 certificering wordt ingevoerd voor treinbestuurders in het gehele goederenvervoer alsmede voor bestuurders van passagierstreinen die worden geëxploiteerd in het kader van grensoverschrijdende samenwerking tussen ondernemingen. Met ingang van 1 januari 2010 moeten dan de overige bestuurders gecertificeerd worden. Verder bepaalt het Parlement dat het Europese Spoorwegagentschap vóór 1 januari 2009 een onderzoek instelt naar de profielen en taken van overig treinpersoneel (zoals conducteurs). Aan de hand van dit onderzoek dient het Agentschap eventueel certificering van het overig treinpersoneel voor te stellen. Het EP merkt nog op, dat voor het op peil houden van de algemene vakkennis en van de kennis van verkeersregels en veiligheidsvoorschriften een jaarlijkse scholing vereist is.

Het voorstel voor een richtlijn voorziet in een certificeringsregeling op twee niveaus voor alle treinbestuurders en het overige bij de besturing van de trein betrokken personeel op het gehele Europese spoorwegnet. Het is de bedoeling één enkel certificeringsmodel in te voeren. Het eerste niveau betreft de afgifte, door de bevoegde instanties van de lidstaten, van een rijbewijs op basis van geharmoniseerde medische, taalkundige en beroepscriteria. De bevoegde autoriteit kan bepaalde van deze taken delegeren aan met name de spoorwegondernemingen. Het tweede niveau betreft een geharmoniseerde verklaring voor de specifieke infrastructuur en het specifieke rollend materieel waarvan treinbestuurders gebruik mogen maken. De verklaring wordt afgegeven door de spoorwegondernemingen.

Compensatie voor treinpassagiers bij vertragingen
Het Parlement bepaalt dat de verordening betreffende de rechten en verplichtingen van treinreizigers ook geldt voor het nationale treinverkeer. Anders ontstaat de vreemde situatie dat twee personen die met dezelfde trein reizen, onder verschillende regelingen vallen. Het EP verwijst naar de bescherming van de rechten van passagiers en de regeling voor de aansprakelijkheid bij ongevallen in de luchtvaart, waar ook geen onderscheid wordt gemaakt tussen nationale en internationale reizen.

Reizigers die geconfronteerd worden met vertragingen, kunnen de spoorwegonderneming om schadevergoeding verzoeken. In haar voorstel introduceert de Europese Commissie het recht op schadevergoeding bij een vertraging vanaf dertig minuten (dit is reeds praktijk in Nederland). Het Parlement vindt verplichte schadevergoeding pas wenselijk vanaf één uur vertraging. Spoorwegondernemingen mogen deze drempel wel verlagen en verder gaan dan de verordening voorschrijft. Het EP definieert de minimale schadevergoeding bij vertraging als volgt:
– 25% van de prijs van het treinkaartje in geval van een vertraging van 60 minuten of meer;
– 50% in geval van een vertraging van 120 minuten of meer;
– 75% in geval van een vertraging van 180 minuten of meer.

De schadevergoeding moet worden uitbetaald binnen één maand na de indiening van het verzoek om schadevergoeding. De vergoeding kan in bonnen en/of andere diensten worden uitbetaald, maar dient op verzoek van de reiziger in geld uitbetaald te worden. Bovendien bepaalt het Parlement dat ook houders van een abonnement recht hebben op schadevergoeding bij vertraging. Deze kan worden uitbetaald in de vorm van vrij reizen, prijsverminderingen en verlenging van de geldigheidsduur van het abonnement.

Voorts bepaalt het EP, dat de spoorwegondernemingen het in principe mogelijk moeten maken, vervoerbewijzen in de trein aan te kopen. Dit geldt met name indien de reiziger niet in staat is zijn vervoerbewijs te kopen op het station van vertrek vanwege gesloten loketten, defecte automaten, afwezigheid van loketten of automaten, of de afwezigheid van toegankelijke loketten of automaten in het geval van een reiziger met beperkte mobiliteit. Daarnaast bepaalt het EP dat spoorwegondernemingen en stationsbeheerders de bereikbaarheid van stations, perrons en treinen voor mensen die beperkt mobiel zijn, geleidelijk moeten verbeteren. Ook moet er tijdens de opleiding van spoorweg- en stationspersoneel aandacht worden besteed aan de belangrijkste problemen waarmee gehandicapten te kampen hebben wanneer zij met de trein reizen.

De Europese Commissie constateert een afname van het marktaandeel van internationale treindiensten, met name als gevolg van de concurrentie van goedkope luchtvaartmaatschappijen. Ze acht het, mede gezien klachten van consumenten, noodzakelijk de kwaliteit van de dienstverlening in het spoorvervoer te verbeteren door een verordening die rechten toekent aan de reiziger. Deze gaan op sommige punten verder dan wat is afgesproken binnen de Intergouvernementele Organisatie voor het Internationale Spoorwegvervoer (het COTIF-verdrag). Om zoveel mogelijk te voorkomen dat spoorwegondernemingen met verschillende regelingen van doen krijgen, brengt het Parlement de verordening meer in lijn met het internationale verdrag en verduidelijkt het EP dat de verordening uitvoering geeft aan bepaalde bepalingen van het verdrag en een aantal aanvullende bepalingen bevat.

Het voorstel van de Commissie bevat onder meer regels over de beschikbaarheid van informatie, het sluiten van de vervoersovereenkomst, de aansprakelijkheid van spoorwegondernemingen, schadevergoeding aan de reiziger, vergoedingen in geval van vertraging, het vervoer van personen met verminderde mobiliteit, de kwaliteit van de vervoersdienst en de afhandeling van klachten.

Parlement verwerpt plan om goederenvervoerders compensatie te laten betalen bij vertraging
Het Parlement verwerpt het voorstel van de Commissie dat bepaalt dat goederenvervoerders op het spoor compensatie moeten betalen indien zij de goederen niet tijdig en op betrouwbare wijze afleveren. Volgens het EP zal het invoeren van verplichte compensatie de kosten van het vrachtvervoer per spoor onnodig doen stijgen en de concurrentie met het wegvervoer bemoeilijken. Bovendien vindt Het Parlement dat de huidige internationale regels strikt genoeg zijn. Het EP zegt dat het belangrijker is nadruk te leggen op vereenvoudiging van de markttoegang voor nieuwe spoorwegondernemingen. Het verslag wordt terugverwezen naar de transportcommissie.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Europees Parlement