Botlekbrug. Foto: Ivo Ketelaar Fotografie

‘Industrieel, flexibel en demontabel werken is gezamenlijke verantwoordelijkheid’

De IFD-benadering (industrieel, flexibel en demontabel) van bijvoorbeeld bruggen en sluizen werkt vooral goed als de betrokken partijen samen de handschoen oppakken. Dan levert IFD voordelen op in onder meer ontwerp en realisatie, terwijl de nadelen beperkt blijven. Dat blijkt uit een pilot met een standaard ontwerp voor bedienbare bruggen en sluizen in Overijssel.



Daarover vertelde Erwin Stout van SPIE tijdens een webinar van Platform WOW. Daarin stond de vraag hoe IFD van meerwaarde kan zijn in de grond-, wegen- en waterbouw. In Overijssel werd de proef op de som genomen met een standaard ontwerp voor elektrische installaties, in dit geval bruggen en sluizen. Omdat in de provincie een project voor de rehabilitatie van deze kunstwerken loopt, werd dat als een mooie kans gezien om een standaard te ontwikkelen en toe te passen.

Meer dan standaard set eisen

De standaard werd door SPIE samen met de provincie Overijssel ontwikkeld. Die laatste wilde meer uniformiteit voor bruggen en sluizen in de breedste zin van het woord, dus voor ontwerp, uitvoering, beheer, gebruiker, techniek, veiligheid en bediening. Om een voorbeeld te geven: op één vaarweg is sprake van veel verschillende bedienlessenaars en daar is dus veel te winnen, niet in de laatste plaats voor de bedieners ervan.

“Het ontwerp dat wij hebben gemaakt is veel meer dan een standaard set eisen”, legt Stout uit. “Er is natuurlijk de Landelijke Bruggen- en Sluizenstandaard, maar die is vooral kaderstellend. Het E-ontwerp legt de kaders en technische bouwblokken vast, inclusief documentatie, en is in die zin een soort LBS plus. E-installaties hebben een kortere levensduur, dat maakt een makkelijk uitwisselbare standaard ook aantrekkelijk.”

Schrappen wat niet van toepassing is

In het standaard ontwerp is documentatie opgenomen inzake risicobeoordeling, functioneel ontwerp, het tekeningenpakket en nog veel meer. In de praktijk werkt het dan als volgt: met behulp van de zeer uitgebreide risicobeoordeling in de standaard, met daarin alle denkbare aspecten en scenario’s, wordt bij het object in kwestie geschrapt wat niet van toepassing is. “Ook in de meest simpele brug herken je de standaard terug”, aldus Stout.

De voordelen en nadelen van deze IFD-variant werden snel duidelijk omdat het standaard E-ontwerp ook meteen is toegepast. De voordelen zijn er vooral in ontwerp, realisatie, bediening en beheer. “Dat zie je terug in besparing tijdens engineering, herkenbaarheid van bijvoorbeeld systeemgedrag en de opties voor reserveonderdelen en hergebruik die in beeld komen.” 

Kanttekeningen zijn er volgens Stout ook. “Standaardisatie is in sommige gevallen innovatieremmend. En je moet scherp blijven op optimalisaties van de standaard. Het is geen document dat je op de plank legt, waarna het twintig jaar bruikbaar blijft.”

Industrieel versus flexibel

Er zitten ook wat ogenschijnlijke tegenstellingen aan het geheel. Bij industrieel werken denk je maximale standaardisatie, grootschaligheid en massaproductie. Flexibiliteit hangt juist samen met projectspecifieke oplossingen en werken in kleine oplagen. “IFD is dan ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid”, concludeert Erwin Stout. “De provincie Overijssel kan wel om een standaard vragen, maar als een volgende partij weer iets anders wil, schiet het niet erg op.”

Daarbij helpt het wel dat het standaard E-ontwerp ook in delen bruikbaar is. Dat is ook wat Overijssel van plan is: de standaard, of delen ervan, toepassen in toekomstige aanbestedingen van bruggen.

Lees ook:

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is de vaste redacteur van Infrasite. Daarnaast is hij hoofdredacteur Personenvervoer & Verkeer bij online vakbladuitgeverij ProMedia.