Rechter, rechtbank. Foto: iStock / Wavebreakmedia

ProRail moest 85 miljoen betalen aan PGO-aannemers na arbitragezaak

Prorail heeft in 2021 in totaal 85 miljoen euro moeten betalen aan Asset Rail, Strukton Rail, BAM Rail en VolkerRail als gevolg van een rechtszaak die de spooraannemers hadden aangespannen. Dat blijkt uit het ProRail-jaarverslag van 2021.

ProRail ontbond in 2015 vier onderhoudscontracten met de aannemers, omdat de spoorbeheerder die tegen de regels in onderhands had verlengd. Omdat de aannemers en ProRail het niet met elkaar eens waren over de hoogte van de bij de opzegging van de PGO-pilotcontracten te betalen vergoeding, startte zij een arbitragezaak. Het voordeel van een arbitragezaak is dat het sneller gaat en dat de arbiters in het bouw- en aanbestedingsrecht gespecialiseerd zijn.

PGO 3.0

ProRail heeft in 2013 samen met de spooraannemers een PGO 3.0-convenant ondertekend om afspraken te maken over de omzetting van alle onderhoudscontracten naar PGO 3.0. Het einddoel was dat in 2018 Nederland verdeeld is over twintig PGO-onderhoudsgebieden en dat alle contracten zijn omgezet naar PGO 3.0.

Omdat PGO voor alle vier in Nederland toegelaten spooraannemers een nieuwe manier van werken betekende, is aan iedere aannemer één pilotgebied onderhands gegund. Het idee erachter was dat op deze manier ervaring kon worden opgedaan met het werken volgens de nieuwe contractvorm. ProRail besloot vanwege een overgangsperiode om deze pilotcontracten onderhands gunnen voor een looptijd van tien jaar, in plaats van de eerder beoogde drieënhalf jaar.

Dat zou betekenen dat de spoorbeheerder tot 2024 aan dezelfde spooraannemers zou vastzitten, terwijl was afgesproken dat in 2018 alles openbaar aanbesteed zou zijn. PWC, dat een onderzoek instelde naar de onderhandse verlenging, stelde vast dat ProRail door de onderhandse gunning niet meer aan de aanbestedingswet voldeed.

Onderzoek naar juridische aspecten

Onderzoeksbureau Stibbe onderzocht daarna de juridische aspecten in deze zaak. In een Kamerbrief meldde toenmalig staatssecretaris Van Veldhoven dat uit de analyse van Stibbe bleek dat de spooraannemers ‘niet-marktconforme vergoedingen hebben ontvangen voor de door hen verrichte werkzaamheden’. “Als dit uiteindelijk zou worden bevestigd, zou dit betekenen dat ProRail recht heeft op terugbetaling van het te veel betaalde”, aldus Stibbe.

Tegelijkertijd was het volgens Stibbe ook mogelijk dat ProRail de aannemers een vergoeding verschuldigd is vanwege de ‘voortijdige beëindiging’ van deze contracten. “De vaststelling dat deze contracten niet-marktconform zijn, kan echter ertoe leiden dat een dergelijke beëindigingsvergoeding zelfs staatssteun behelst.”

Omdat het om een arbitragezaak gaat, is de uitspraak en de onderbouwing niet openbaar. Maar omdat ProRail in het jaarverslag over 2021 heeft opgenomen dat de spoorbeheerder 85 miljoen euro heeft moeten uitkeren aan de spooraannemers is vast te stellen dat de aannemers in het gelijk zijn gesteld. Het is een flinke tegenvaller voor ProRail, want in de exploitatiebijdragen was slechts 30 miljoen euro voor deze contracten opgenomen.

Bekijk hier de jaarrekening.

Lees ook:

Onderwerpen: ,

Auteur: Marieke van Gompel

Bron: SpoorPro.nl