Stop-doorschakelingen

Werking stop/doorschakeling

Stop/doorschakelingen worden toegepast bij stations/haltes met een overweg direct na het station gezien vanuit de rijrichting van de trein. Het doel van de stop/doorschakeling is om ervoor te zorgen dat de overweg zo kort mogelijk gesloten is en de trein er zo min mogelijk last van heeft. De overwegbeveiliging wordt bediend door de trein zelf, door het activeren van een las in de spoorbaan. Voor treinen die niet stoppen op dat station wordt ‘door’ bediend en wordt een las ruim voor het station geactiveerd en voor treinen die stoppen wordt ‘stop’ bediend. In dat geval wordt de overweg pas geactiveerd als de trein het station binnenrijdt.

Wat steeds voorkomen moet worden is de situatie dat de overweg geactiveerd is en de reizigers zijn in- en uitgestapt, maar dat de trein niet kan vertrekken, omdat gewacht moet worden tot de gepubliceerde vertrektijd. Door geen speling in de dienstregeling op te nemen in het traject voorafgaand aan dit station wordt dit voorkomen.