Bovenleiding

De bovenleiding in Nederland bestaat uit een of twee rijdraden, waar de Stroomafnemer de stroom aan onttrekt. De rijdraden zijn met hangdraden aan de draagkabel opgehangen.

Om de stroomafnemer gelijkmatig te laten afslijten, wordt de rijdraad zigzag boven het spoor gespannen.

Boven een recht stuk spoor in Nederland is die verschuiving telkens 33 of 20 centimeter (afhankelijk van het bovenleidingsysteem) ten opzichte van hart spoor.

Met beweegbare afspanningen aan begin en aan het eind van een bovenleidingsectie (lengte van een sectie ca. 1500 meter) wordt het uitzetten of krimpen van de rijdraden door temperatuur wisselingen opgevangen. Hierdoor blijft de trekkracht in de rijdraad constant.

Op deze manier is ook bij hoge snelheden een goed contact tussen stroomafnemer en rijdraad mogelijk.

Op Baanvakken waar sneller dan 140 km/h mag worden gereden, is het noodzakelijk dat ook de Draagkabel beweegbaar wordt afgespannen.

Dit is in een paar regels dus de bovenleiding. Maar de techniek achter de bovenleiding is niet in een paar regels te vangen, daar zijn boeken over vol geschreven.

Systemen in Nederland

In Nederland kunnen we bovenleiding bouwen volgens 8 systemen.

  • B1 Dit het meest voorkomende systeem ook wel vast of klassiek systeem genoemd.
  • B2 Het vaste systeem voorbereid voor 25 kV.
  • B3 Het eerste beweegbare systeem in Nederland.
  • B4 Een beweegbaar systeem voorbereid voor 25 kV.
  • B5 Een beweegbaar 25 kV systeem gebouwd op de Betuweroute.
  • B6 Een beweegbaar 25 kV systeem voor hoge snelheden (waarschijnlijk wordt het nu gebouwde systeem op de HSL het B6 systeem)
  • B7 Dit is het B4 systeem als het is omgebouwd naar 25 kV
  • B8 Een vast 25 kV systeem

Externe link

Energievoorziening.info

Eerste versie van artikel geschreven door: Theo v Dam