TLN, EVO, KNV: ‘Nieuwe regelgeving voor efficiënt vervoer nodig’

Zoetermeer – De Raad voor Verkeer en Waterstaat, de VROM-raad en de Algemene Energieraad hebben op 28 januari 2008 een advies uitgebracht aan de ministers Eurlings en Van der Hoeven over CO2-reductie in verkeer en vervoer. Transport en Logistiek Nederland (TLN), EVO en Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) stellen in een reactie hierop dat bedrijfsleven én kabinet nu aan zet zijn bij het verminderen van de CO2-uitstoot. Ondernemers door efficiënter en schoner te vervoeren, en het kabinet door regelgeving die efficiënter vervoer frustreert, aan te pakken.

Nederland moet rekening houden met het Europese beleid en niet een eigen systeem bedenken waar het gaat om betalen voor CO2-uitstoot. De Europese Commissie doet op dit moment onderzoek naar de uitgangspunten voor het berekenen van kosten die transport veroorzaakt, bijvoorbeeld door CO2-uitstoot en files. De resultaten van dit onderzoek worden verwacht in het voorjaar. Het Nederlandse kabinet moet rekening houden met de Europese uitgangspunten en ervoor zorgen dat een eventuele heffing transparant is en vastleggen dat de uitgangspunten van zo’n heffing gelijk zijn voor weg, water, spoor en lucht. Bovendien moeten de voorwaarden voor alle lidstaten onderling hetzelfde zijn, en moet de Europese Unie met andere economische machtsblokken duidelijke afspraken maken om er zeker van te zijn dat er geen concurrentienadeel optreedt ten opzichte van landen die geen milieumaatregelen nemen.

De CO2-uitstoot door het vrachtverkeer is de laatste decennia gestegen doordat mensen meer zijn gaan consumeren. Toch heeft de vrachtauto niet meer dan 3,5 procent aandeel in de totale Nederlandse uitstoot. Tot nu toe zijn er nauwelijks technische mogelijkheden geweest om de uitstoot te beperken: vrachtauto’s rijden op diesel – wat qua CO2 de meest efficiënte fossiele brandstof voor vrachtauto’s is – en de motoren zijn al zeer efficiënt gemaakt. Voor de toekomst geldt dat de vraag naar goederenvervoer bij alle modaliteiten zal blijven stijgen (tot 2020 met 40 procent). Dat maakt het haast onmogelijk om in de sector een absolute significante daling van de uitstoot te realiseren. Het bedrijfsleven doet veel om uitstoot zoveel mogelijk te beperken. Onder andere met programma’s voor brandstofbesparing, de verbetering van logistieke efficiency door bundeling, samenwerking en ICT maar ook door experimenten met alternatieve schone brandstoffen en zuiniger rijgedrag.

Efficiënter vervoer is in veel gevallen niet mogelijk omdat regelgeving dit frustreert. TLN, EVO en KNV roepen het kabinet op deze regels aan te pakken. Zo heeft de minister van Verkeer en Waterstaat aangegeven dat hij de toelating van ecocombi’s van 60 ton niet toestaat, terwijl proeven hebben aangetoond dat er bij transport van dezelfde hoeveelheid lading met ecocombi’s gemiddeld 33 procent brandstof kan worden bespaard. Grootschalige inzet van ecocombi’s in Nederland leidt tot een reductie van 3 tot 6 procent van de CO2-emissies door vrachtverkeer.

Ook moet het kabinet maatregelen nemen om de doorstroming van het vrachtverkeer te verbeteren door te zorgen voor meer wegcapaciteit en de invoering van kilometerbeprijzing voor al het verkeer conform het advies van Anders Betalen voor Mobiliteit. Dat moet gepaard gaan met een forse inzet op hoogwaardige openbaar vervoer verbindingen, zodat de particulier een snel en betrouwbaar alternatief heeft. Ook is het nodig om belemmeringen die extra verkeer opleveren op te heffen, zoals het verminderen van voertuigbeperkingen en verruimen van venstertijden waarbinnen steden bevoorraad mogen worden. Alleen dat laatste kan al 40 procent schelen. Nu nog moeten vrachtauto’s in de ochtendspits aansluiten, waardoor en meer voertuigen ingezet moeten worden, omdat zij na bijvoorbeeld elf uur de stad niet meer in mogen. Een stilstaande vrachtauto stoot aanzienlijk meer uit dan een rijdende. Ook pleiten de organisaties voor de inzet van ‘groen asfalt’: doelgroepstroken voor het zware verkeer zodat bussen, touringcars en vrachtauto’s op efficiënte wijze doorstromen. Tenslotte pleiten de organisaties voor het fiscaal stimuleren van alle schone alternatieve brandstoffen. Nu zijn deze grotendeels duurder dan de gewone brandstof.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: EVO