Raad besluit over 55 miljard Europees onderzoeksgeld

Den Haag – Tijdens de Raad voor Concurrentievermogen in Brussel is een akkoord bereikt over
het 7e Kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling (KP7). Het Kaderprogramma
is het op twee na grootste fonds van de EU (na landbouw en cohesiebeleid) dat
voor Nederland op gebied van onderzoek en technologie interessante mogelijkheden
biedt voor kennisinstellingen, de industrie en het MKB. Met dit programma, dat
loopt van 2007 tot en met 2013, investeert Europa voor ¬ 55 miljard in onderzoek
en technologische ontwikkeling. De Raad werd het eens over de verdeling van deze
middelen en de condities waaronder aan het programma kan worden deelgenomen (`Regels
voor deelname´) . Voordat het Kaderprogramma daadwerkelijk van start kan gaan,
is eerst het Europees Parlement aan zet.

Het 7e Kaderprogramma borduurt voort op eerdere Kaderprogramma´s en maakt financiering
mogelijk van verschillende soorten onderzoeksprojecten, technologie-activiteiten
en beurzen voor onderzoekers. Een belangrijke rol is er voor samenwerkingsprojecten
van kennisinstellingen, universiteiten en bedrijfsleven uit diverse lidstaten.
Deze moeten zijn gericht op een aantal thema´s als ICT, energie, gezondheid, nano-technologie,
milieu en veiligheid. Hiervoor is ruim ¬ 32 miljard beschikbaar.

Een ander belangrijk onderdeel is de Europese Onderzoeksraad. Vergelijkbaar met NWO in Nederland, zal deze organisatie op basis van een strenge selectie grensverleggend
wetenschappelijk onderzoek financieren. De Europese Onderzoeksraad gaat met een
budget van ¬ 7,4 miljard van start. Met de lancering van de Onderzoeksraad wordt
een belangrijk doel van Nederland tijdens het eigen EU-voorzitterschap in 2004
gerealiseerd.

Daarnaast worden de succesvolle Marie Curie-onderzoeksbeurzen voortgezet
met meer aandacht voor onderzoekersloopbanen en publiek-private mobiliteit. Ook zal de EU de ontwikkeling van nieuwe onderzoeksinfrastructuren intensiever gaan
ondersteunen.

Het akkoord voorziet ook in de bijdrage van de EU aan de bouw van
de experimentele kernfusiereactor ITER.

Het kabinet benadrukte eerder al het belang van de mogelijkheden voor het bedrijfsleven
en met name het MKB om deel te nemen aan het Kaderprogramma. Zo is bereikt dat
15% van de ¬ 32 miljard voor samenwerkingsprojecten voor het MKB is. Nederland
heeft zich nadrukkelijk ingezet voor minder Europese bureaucratie bij de uitvoering
van het programma. Commissaris Potocnik zegde toe dat het terugdringen van administratieve
lasten centraal blijft staan bij de verdere uitwerking en uitvoering van het Kaderprogramma. Ook universiteiten zullen voortaan hun volledige kosten inzichtelijk moeten maken,
maar de Commissaris zal zich er voor inspannen dat dit niet leidt tot financiële
achteruitgang ten opzicht van voorgaande Kaderprogramma´s.

Verder benadrukte Nederland het belang van financiering van door het bedrijfsleven
zelf opgestelde onderzoeksagenda´s via `Joint Technology Initiatives´ (JTI). Dit
is een vorm van publiek-private onderzoekssamenwerking met een leidende rol voor
de industrie. De Europese Commissie geeft in de verdere invulling van het 7e Kaderprogramma
meer duidelijkheid wanneer en welke JTI´s gestart worden.

Nederland doet het traditioneel goed in het Kaderprogramma: de ontvangsten van
Nederland zijn hoger dan de Nederlandse bijdrage via de EU-begroting. De ambitie
is deze goede positie minimaal te continueren. Verwacht wordt dat het Kaderprogramma
de komende jaren de Europese Structuurfondsen zal passeren als het gaat om ontvangsten
uit Brussel.

Meer informatie
Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij Postbus 51, telefoon 0800-6463951, e-mail: ezinfo@postbus51.nl en bij Senter Novem / EGL-Liaison 070 3735250 of via www.egl.nl

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Ministerie Economische Zaken