Reactie VenW op artikel Trein niet schoner dan auto

Den Haag – Op 10 april 2007 heeft Minister Eurlings van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met daarin een reactie op het artikel "Trein niet schoner dan auto".

Hieronder leest u de volledig brief br.1391 reactie op artikel trein niet schoner dan auto | Kamerstuk | 2007-04-10.

Geachte voorzitter,

Naar aanleiding van het verzoek van de Vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat om een reactie op het artikel ”Trein niet schoner dan auto” in het dagblad De Pers van maandag 29 januari 2007 doe ik u hierbij mijn antwoord toekomen.

De Vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat verwijst bij haar verzoek naar het artikel “Trein niet schoner dan auto” dat op de website van De Telegraaf is gepubliceerd. Dit artikel is een verkorte interpretatie van twee artikelen in het dagblad De Pers van maandag 29 januari 2007, met als koppen “Ook proppen bij NS lost de files niet op” en “De trein is een niche-product”. In deze artikelen wordt een weergave gegeven van interviews met medewerkers van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM).

Reactie op het artikel
Ik wil me hier kortheidshalve beperken tot een reactie op het beeld dat deze artikelen oproept over openbaar vervoer. Mijns inziens is het beeld dat in de pers wordt neergezet onvoldoende genuanceerd. Hieronder noem ik een tweetal voorbeelden.

  • ‘De trein is een niche-product’
    De trein heeft inderdaad een beperkt aandeel in de totale mobiliteit, maar bij verplaatsingen tussen de vier grote steden (dat wil zeggen dat vertrek en aankomst in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag of Utrecht is) heeft de trein in de spits een groot marktaandeel.

    De trein heeft het grootste marktaandeel bij verplaatsingen van Rotterdam naar Utrecht en vice versa (68% in 2004) en het kleinste marktaandeel bij verplaatsingen tussen Amsterdam en Den Haag en vice versa (49%)1.

  • ‘Trein niet schoner dan auto’
    Het beeld dat de trein niet schoner is dan de auto, verdient wat mij betreft nuancering. Achter gemiddelde niveaus schuilt een grote verscheidenheid. De milieueffecten van auto’s en OV hangen sterk af van kenmerken van het voertuig (gewicht, type brandstof, roetfilter of niet), van de bezetting van het voertuig (leeg of vol) en van de plaats van de rit (stedelijk of niet stedelijk gebied). Mijn beleid is gericht op het bevorderen van schone en zuinige mobiliteit, zowel voor de auto als voor het openbaar vervoer.

Mocht u naar aanleiding van dit artikel vragen hebben met betrekking tot de positionering van het KiM, dan verwijs ik u naar de brief van mijn voorgangster hierover van 30 augustus 2006.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
Camiel Eurlings

Bronnenoverzicht, aangeleverd door het KiM
De KiM medewerkers hebben aangegeven dat hun uitspraken zijn gebaseerd op de volgende bronnen:

  • Marktaandeel auto en OV:
    • www.cbs.nl: Statline.
  • Milieuprestaties auto, trein en beperkte substitutie auto-OV:
    • Wee, B. van en P. Rietveld (2003), Openbaar vervoer: mythen en feiten, Arena, jaargang 9, september 2003, pp. 74-77;
    • Van Essen, H., O. Bello, J. Dings, R. van den Brink (2003), To shift or not to shift, that’s the question, CE Delft, RIVM Bilthoven;
    • J.A. Annema (2005), Effectiveness of the EU White paper: ‘European transport policy for 2010’, Report 773002028/2005, Milieu en Natuurplanbureau, Bilthoven;
    • CPB (2001), Mogelijkheden en beperkingen van overheidsinvesteringen: analyse ten behoeve van de Verkenning Economische Structuur, Werkdocument 12, Centraal Planbureau, Den Haag;
    • CPB/RIVM/RPB/SCP (2002), Selectief Investeren; ICES maatregelen tegen het licht, Centraal Planbureau, Den Haag.
  • Treinkaartjes dekken de kosten niet:
    • Overheidsinvesteringen in spoor en gebruiksvergoeding o.b.v. V&W begroting.

Achtergrondinformatie (verzorgd door de redactie van Infrasite)
Kamerbrief over Kennisinstituut Mobiliteitsbeleid (30-08-2006)
Portfoliopagina KiM op Infrasite