Samenwerken aan regionale mobiliteit

Den Haag – In zijn reactie op de Nota Mobiliteit (Meer dynamiek, beter bereikbaar) heeft de Raad aangegeven zich zorgen te maken over de uitvoering van regionale plannen. In de regio worden veelbelovende plannen ontwikkeld. Verkeer en Waterstaat is vaak bij de totstandkoming van die plannen betrokken. De uitvoering van de plannen stagneert echter onder meer omdat het vaak niet lukt om tussen regio en rijk tot afspraken te komen.

In een overleg met minister Peijs van V&W, minister Dekker van VROM en staatssecretaris Van Gennip van EZ hebben de bewindspersonen ons gevraagd om concrete voorbeelden te noemen. Daarvoor hebben we een groot aantal gesprekken gevoerd, niet alleen in de regio maar ook met het Directoraat-Generaal voor het Personenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Op grond van deze verkenning doet de Raad in aanvulling op onze reactie op de Nota Mobiliteit een aantal aanbevelingen.

Centraal staat dat in de nationaal stedelijke netwerken het rijk een actieve rol zal moeten blijven spelen. Wij ondersteunen de aanpak van het ministerie van V&W bij de zogenoemde netwerkanalyses. Wel wijzen wij erop dat voor het welslagen van de gezamenlijke aanpak van de mobiliteitsproblematiek in het kader van die netwerkanalyses een bestuurlijk commitment van alle partijen essentieel is. Zo zullen de afspraken over het gezamenlijke maatregelenpakket één op één doorvertaald moeten worden in het MIT.

Wij hopen met deze aanvulling op onze reactie op deel 1 van de Nota Mobiliteit een bijdrage te leveren voor verdere concretisering van het beleid in deel 3 van deze nota. Bovendien hoopt de Raad een bijdrage te leveren aan de doorwerking van het beleid van de ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat door samenwerking in de regio.

Via de site van de Raad voor Verkeer en Waterstaat kun u de verkenning ‘Samenwerken aan regionale mobiliteit’ downloaden en bestellen, alsmede de reactie op de Nota Mobiliteit ‘Meer dynamiek, beter bereikbaar.’

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Raad voor Verkeer en Waterstaat