TLN: Goede visie, maar snellere uitvoering geboden

Zoetermeer – Transport en Logistiek Nederland (TLN) vindt dat de Nota Mobiliteit van minister Peijs goede intenties bevat. TLN deelt de visie van de minister dat een drastische verbetering van de infrastructuur een noodzakelijke voorwaarde is om tot een gezondmaking van de economie te komen. Maar gelet op de huidige, tekortschietende wegcapaciteit zou met die verbetering veel sneller een begin moeten worden gemaakt dan de regering in de planning tot 2020 voorziet. Daarnaast vraagt het uitgangspunt van een sterke decentralisatie van het mobiliteitsbeleid wel om een duidelijk nationaal kader.

TLN vindt dat de structurele aanpak van de files in de planperiode van de Nota te lang op zich laat wachten. Het is onaanvaardbaar dat het verkeer de komende tien, vijftien jaar blijft kampen met toenemende files en vertragingen. De Nederlandse economie kan dat niet hebben, omdat die nu al in een achterstandspositie verkeert. TLN dringt er daarom op aan procedures te versnellen en te zoeken naar mogelijkheden om binnen de planperiode de wegcapaciteit eerder te vergroten. Voor de periode 2011-2020 is ongeveer 80 miljard euro beschikbaar. Dat lijkt veel, maar dat is het niet, gezien de huidige achterstanden en de toekomstige mobiliteitsvraag. Minister Peijs weet dat ook. Zij mag daarom niet volstaan met de constatering dat er onvoldoende geld is om haar ambities te realiseren. De regering moet daarom meer geld reserveren voor infrastructuur. Daarnaast moet de minister – samen met het bedrijfsleven – actiever zoeken naar andere mogelijkheden, zoals PPS. TLN bepleit in dit verband een hervorming van het fiscale stelsel rond de auto aan heffingen – die in algemene middelen vloeien – naar betalen voor het gebruik van de weg. De opbrengsten uit het verkeer moeten dan wel worden gebruikt om de bereikbaarheid te verbeteren.

TLN steunt de filosofie rond decentralisatie, namelijk ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. Doordat verantwoordelijkheden en middelen in één hand komen zijn de andere overheden beter in staat effectief met de middelen om te gaan en de juiste prioriteiten te stellen. TLN wijst er wel nadrukkelijk op dat de rijksoverheid de plicht heeft om heldere nationale kaders te bieden waarbinnen provincies en gemeenten moeten opereren. TLN vindt dat een dergelijk kader ontbreekt voor het beleid over het vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierdoor ontstaat het gevaar van een slecht op elkaar afgestemde lappendeken van routes en vestigingslocaties voor vervoer en opslag van gevaarlijke stoffen.

TLN mist concreet beleid om de beoogde afstemming tussen ruimtelijk beleid en infrastructuur te realiseren. De nota spreekt terecht de ambitie uit om woningbouw en bedrijventerreinen daar te realiseren waar nog capaciteit op de weg beschikbaar is, maar biedt geen krachtig instrument om dit te realiseren. TLN pleit voor een Transporteffectrapportage bij ruimtelijke plannen van enig omvang.