Meer wegen en spoor veelal niet rendabel

rapport Kansrijk mobiliteitsbeleid

Het personen- en goederenvervoer blijft de komende decennia toenemen, maar minder dan voorheen. Uitbreiding van het wegennet is slechts rendabel als de files substantieel toenemen. Uitbreiding van het spoor verbetert de bereikbaarheid slechts beperkt, tegen hoge kosten. Gerichte investeringen, zoals verbeteringen in voor- en natransport bij stations, zijn effectiever en goedkoper. Ook prijsmaatregelen kunnen een bijdrage leveren aan het verminderen van files.

Deze conclusies trekken het CPB (Centraal Planbureau) en het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) in het 12-05-2016 verschenen rapport Kansrijk mobiliteitsbeleid. De planbureaus hebben de effecten van verschillende beleidsopties op het gebied van mobiliteit op een rij gezet. Onderzocht is of een beleidsmaatregel bijdraagt aan de maatschappelijke welvaart. Daarbij gaat het niet alleen om bereikbaarheid en economische groei; ook de gevolgen voor onder andere milieu en verkeersveiligheid zijn meegenomen.

Noodzaak van aanleg en verbreding hoofdwegen neemt af
Veel projecten zijn alleen rendabel als de verkeersdrukte nog sterk toeneemt. Waar en wanneer het verkeer nog verder zal toenemen, is onzeker. Projecten die onrendabel kunnen uitvallen als de mobiliteit minder groeit dan verwacht, kunnen daarom vaak beter niet in één keer worden aangelegd maar gefaseerd. Dat maakt het ook mogelijk de plannen tussentijds aan te passen of te heroverwegen.

Congestieheffing kan files effectief tegengaan
Prijsmaatregelen kunnen effectief zijn om files te verminderen. Een kilometerheffing op alle wegen en op elk moment van de dag vermindert de files en de milieulast van het verkeer. De afname van de mobiliteit heeft echter ook aanzienlijke nadelige gevolgen voor bijvoorbeeld de arbeidsmarkt, omdat mensen minder bereid zijn om te reizen voor een baan. Een effectievere manier om files te verminderen is een congestieheffing: alleen heffing op drukke momenten op bepaalde wegen. Daarbij moet voor automobilisten wel helder zijn waar en wanneer de heffing geldt.

Investering in voor- en natransport bij treinstations
Uitbreiding van het openbaar vervoer heeft slechts in beperkte mate tot gevolg dat automobilisten hun auto laten staan. Het betekent vooral dat bestaande gebruikers vaker en verder gaan reizen. Van milieuwinst is meestal geen sprake. Het verbeteren van voor- en natransport bij treinstations met bijvoorbeeld fietsvoorzieningen is effectiever en aanmerkelijk goedkoper dan kostbare uitbreiding van het spoorwegnet. Ook selectieve, kleinschalige investeringen voor bus, tram of metro geven soms betere resultaten.

Ruimtelijke maatregelen kunnen bereikbaarheid verbeteren
Er zijn meer manieren om bereikbaarheid te verbeteren. Ook door nieuwe woon- en werklocaties in of aan bestaande steden te bouwen, kunnen de reisafstanden en daardoor reistijden korter worden.

Terugdringen CO2-uitstoot steeds belangrijker
De klimaatafspraken om de opwarming van de aarde te beperken vereisen een overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. Om auto’s zuiniger te maken en de CO2-uitstoot te beperken is effectief Europees beleid nodig. Nederland kan zelf al op kortere termijn een extra bijdrage leveren door de mobiliteit te beperken of zuinige en elektrische auto´s extra fiscaal te stimuleren, maar de kosten voor de overheid zijn hoog.

Groei Schiphol
Regelgeving om overlast voor omwonenden te voorkomen, beperkt de mogelijkheid tot groei van Schiphol. Bij een hoge groei zou in 2030 een kwart van de reizigers en een derde van het vrachtvervoer niet terecht kunnen op Schiphol. In dat geval zullen reizigers en vervoerders waarschijnlijk uitwijken naar andere luchthavens of andere vervoerswijzen. Door het toestaan van meer vluchten neemt per saldo de welvaart toe, maar omwonenden zullen meer hinder krijgen. Compensatie en maatregelen om de negatieve effecten te beperken, kunnen het leed voor de omwonenden verzachten.

U kunt het rapport downloaden via de publicatiepagina www.pbl.nl/publicaties/kansrijk-mobiliteitsbeleid

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)