Milieueffectrapport planstudie Ring Utrecht vrij voor consultatie

Samenwerkingsverband VERDER maakt het Milieu Effect Rapport (MER) 1e fase van de planstudie Ring Utrecht openbaar. In dat onderzoek heeft Rijkswaterstaat, namens de samenwerkingspartners, verschillende alternatieven om de mobiliteit rond Utrecht te verbeteren en de daarbij behorende milieueffecten op de omgeving op hoofdlijnen met elkaar vergeleken. Aanvullend op de planstudie start binnenkort een onderzoek naar mogelijkheden voor extra openbaar vervoer in de regio.

In het MER 1e fase is gekeken naar de verkeerskundige oplossingen voor de bereikbaarheid van de regio. Het rapport beschrijft de effecten op het milieu en de ruimte en er is een afweging van techniek en kosten gemaakt. De komende periode kunnen omwonenden en belanghebbenden reageren op het onderzoek. VERDER organiseert hiervoor diverse bijeenkomsten. De reacties worden opgenomen in een verslag en aangeboden aan de Commissie m.e.r.

Op basis van dit onderzoeksrapport, verslagen van de bijeenkomsten, behandeling in de Utrechtse gemeenteraad, Provinciale Staten en advies van de Commissie m.e.r. wordt het voorkeursalternatief voor nadere studie vastgesteld. Het Ministerie van VROM en V&W, Provincie Utrecht en Gemeente Utrecht maken die keus naar verwachting in het najaar van 2010. Hiermee wordt de eerste fase van de planstudie Ring Utrecht afgerond.

Weg én OV

De planstudie Ring Utrecht is één van de maatregelen uit het VERDER-pakket. Dit pakket wordt uitgevoerd voor de verbetering van de bereikbaarheid en de mobiliteit in de regio Midden-Nederland. Binnen het VERDER-pakket wordt ook gewerkt aan verbeteringen op het gebied van Openbaar Vervoer, de fiets en bereikbaarheid door verkeers- en mobiliteitsmanagement. Rijk en regio hebben afgesproken in een nieuwe studie aanvullende kansrijke maatregelen voor Openbaar Vervoer te onderzoeken.

MER 1e fase

In het MER 1e fase is onderzoek gedaan naar de verkeerskundige oplossingen van de verschillende alternatieven: alternatieven waarbij de huidige wegen worden verbreed, alternatieven voor nieuwe wegen en alternatieven door middel van de verbeteringen van het Openbaar Vervoer. Op 3 november 2009 hebben rijk en regio aangegeven dat ze, op basis van de voorlopige resultaten uit het MER 1e fase, het meest zien in het Oost-alternatief. Dit alternatief houdt in een verbreding van de A12, een opwaardering van de Noordelijke Randweg Utrecht (N230) en een uitbreiding van de A27 aan de oostkant van de stad Utrecht met een overkapping (in de vorm van een ‘natuurdak’) van de A27 ter hoogte van Amelisweerd. Uit het afgeronde MER 1e fase blijkt dat het Oost-alternatief de knelpunten op de Ring Utrecht het meest effectief aanpakt. Een besluit over het voorkeursalternatief wordt genomen als de uitkomsten van de consultatiefase bekend zijn.

Vervolgfase

Na afronding van het MER 1e fase start het MER 2e fase. Hierin wordt het Voorkeursalternatief tot in detail uitgewerkt en afgewogen tegen het meest milieuvriendelijke alternatief. Belangrijk aandachtspunt in deze fase is te bepalen welke maatregelen nodig zijn om nadelige effecten te beperken of te compenseren. Deze concrete uitwerking van het Voorkeursalternatief leidt tot een Ontwerp-tracébesluit. Hierop is inspraak mogelijk. Als het Tracébesluit definitief is, start de uitvoering van het project.

VERDER

VERDER, Mobiliteit in Midden-Nederland werkt aan de doorstroming en bereikbaarheid van de regio Midden-Nederland, nu en in de toekomst. Samenwerken is van belang, aangezien het verkeer niet ophoudt bij stads- en provinciegrenzen. De deelnemers van VERDER zijn: Provincie Utrecht, Rijkswaterstaat Utrecht, Bestuur Regio Utrecht, Bureau Regio Amersfoort, Gewest Gooi- en Vechtstreek, Regio Utrecht West, Regio Utrecht Zuidoost en de gemeenten Amersfoort, Hilversum en Utrecht.

Meer informatie over de planstudie Ring Utrecht en VERDER is te vinden op www.ikgaverder.nl. Hier kunt u de documenten downloaden. En daar leest u binnenkort wanneer en waar de bijeenkomsten voor belanghebbenden en omwonenden worden georganiseerd.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W)