Kamervragen over bewegwijzering Zeeuws-Vlaanderen

Den Haag – Op 22 november 2007 heeft Minister Eurlings van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met de antwoorden op vragen van de leden Roemer en Cramer over bewegwijzering op de wegen in en richting Zeeuws-Vlaanderen.

Hieronder leest u de volledig brief 2007179757430 antwoord op kamervr.Roemer en Cramer over bewegwijzering. Kamerstuk | 2007-11-22.

Geachte voorzitter,

Hierbij doe ik u toekomen de antwoorden op de vragen van de leden Roemer en Cramer over bewegwijzering op de wegen in en richting Zeeuws-Vlaanderen.

  • 1. Klopt het dat er van het knooppunt Galder bij Breda, de Hogt bij Eindhoven en Kerensheide bij Geleen geen bewegwijzering aanwezig is richting Hulst of een andere gemeente in Zeeuws-Vlaanderen waardoor deze feitelijk is gericht op de Westerscheldetunnel terwijl routes richting Hulst via België tot 83 km korter en daarmee minder milieubelastend zijn(1)en(2)?

    1. Het klopt dat bij de knooppunten Galderen, De Hogt en Kerensheide niet verwezen wordt naar Hulst of een andere gemeente in Zeeuws-Vlaanderen. De bewegwijzeringsystematiek houdt rekening met de gelimiteerde perceptieve mogelijkheden van de weggebruiker, waardoor op stroomwegen in principe alleen de namen van langs of nabij die stroomweg gelegen grote plaatsen vermeld wordt, de zogenaamde hoofddoelen.

    (1) Zie ook eerdere vragen van het lid Roemer, Aanhangsel Handelingen nr. 238, vergaderjaar 2007-2008

    (2) Brief van ir. G.J.J. van Eeden aan de voorzitter van de vaste commissie Verkeer en Waterstaat, 24 augustus 2007, briefnummer VW07.471

  • 2. Deelt u de mening dat de verwijzing via het “volg route” systeem bij het knooppunt Markiezaat onvoldoende is voor deze verder van Zeeuws-Vlaanderen liggende knooppunten?

    2. Ik deel deze mening niet. Het servicebord met “volg route” naar Hulst is een aanvulling op de reguliere bewegwijzering. Met deze informatie kan de weggebruiker gericht een keuze maken welke route hij gaat nemen voor zover hij deze al niet gemaakt heeft bij aanvang van de reis.

  • 3. Vindt u de verwijzing bij het knooppunt Markiezaat voldoende gezien het feit dat deze niet verlicht is, het maar om één verwijzing gaat en kilometerafstanden ontbreken?

    3. Ja, ik vind de huidige verwijzing afdoende. Het geplaatste bewegwijzeringbord is uitgevoerd in reflecterend materiaal waardoor geen aanstraalverlichting nodig is. De verwijzing naar Hulst is bewust gekozen omdat dit een plaats is van enige omvang in het oostelijk deel van Zeeuws-Vlaanderen. Het toevoegen van een kilometerafstand op een servicebord met “volg route” is niet gebruikelijk.

  • 4. Bent u bekend met het feit dat in juli 2006 in verband met wegwerkzaamheden op de A2-E-25 op het knooppunt Kerensheide bij Geleen wel de 83 km kortere route via Vlaanderen is aangegeven? Wat is de reden dat deze route niet is opgenomen in het reguliere bewegwijzeringsysteem?

    4. De door u bedoelde tijdelijke aanduiding nabij knooppunt Kerensheide is geplaatst in verband met werkzaamheden nabij knooppunt De Stok (Roosendaal). Het verkeer vanuit Heerlen en Aachen met de bestemming Zeeland werd geadviseerd een andere route te nemen. In de reguliere bewegwijzeringsystematiek worden geen routes opgenomen. Het voorziet in het aanduiden van hoofd- en einddoelen die gelegen zijn aan de weg. In afslaande richting wordt het eerste doel links en rechts opgenomen eventueel aangevuld met een extra (dominant) doel van regionaal belang.

  • 5. Wat zijn uw overwegingen om geen verwijzingen naar gebieden op te nemen maar alleen naar plaatsnamen op de bewegwijzering? Hoe verhoudt dat zich met het feit dat attracties en ziekenhuizen ook op de borden worden aangegeven? Deelt u de mening dat een verwijzing naar Zeeuws-Vlaanderen voor mensen van buiten de regio veel duidelijker is dan de plaatsnaam Hulst?

    5. Ik deel de mening niet dat een verwijzing naar Zeeuws-Vlaanderen duidelijker is. De aanduiding Hulst bij Markiezaat sluit aan bij het beleid om plaatsnamen te noemen als richting waarop een weggebruiker zich kan oriënteren voor het oostelijk deel van Zeeuws-Vlaanderen. Aangezien de meest optimale route voor een weggebruiker afhankelijk is van zijn of haar uiteindelijke bestemming, is het niet zinvol om een gebied aan te duiden. Attracties en ziekenhuizen zijn objecten, gekoppeld aan een specifieke locatie, die gericht bewegwijzerd kunnen worden als daar vanuit het perspectief van verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid of milieu reden toe is. Voor deze objecten geldt altijd, dat zij zo lang mogelijk via de verwijzing van de betreffende plaatsnaam worden verwezen.

  • 6. Klopt het dat in 2006 bij Kerensheide wel de aanduiding “Zeeland” werd gebruikt? Zo ja, hoe verhoudt dat zich tot het door u genoemde beleid ten aanzien van verwijzing naar gebieden?

    6. In 2006 heeft bij Kerensheide een tijdelijk bord met een verwijzing naar Zeeland gestaan. Dit volg bord was geplaatst op de A76 komend uit de oostelijke richting Heerlen en Aachen in de kleurstelling zwart op geel en had tot doel het verkeer met bestemming Zeeland tijdelijk via een andere route te laten rijden. Bij wegwerkzaamheden kan het namelijk wenselijk zijn om verkeersstromen anders te leiden. Tijdens deze tijdelijk afwijkende situatie is er aan de weggebruiker extra informatie gegeven, omdat hij een andere route diende te nemen dan in de reguliere situatie gebruikelijk was.

  • 7. Deelt u de mening dat vanuit milieu-oogpunt en verkeersveiligheid op lokale wegen het wenselijk is om op het Nederlandse wegennet ook in grensgebieden de snelste route aan te geven op de bewegwijzering? Zo ja, bent u bereid de bewegwijzering naar Zeeuws-Vlaanderen aan te passen?

    7. In de richtlijn bewegwijzering zijn de aspecten milieu en verkeersveiligheid meegenomen. Op basis van de hiervoor genoemde argumenten én het feit dat Hulst middels een servicebord wordt verwezen zie ik geen reden om de bewegwijzering ter plaatse aan te passen.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Camiel Eurlings

Achtergrondinformatie (verzorgd door de redactie van Infrasite)
Kamervragen over bewegwijzering Zeeuws-Vlaanderen (11-10-2007)

Kamervragen over bewegwijzering Zeeuws-Vlaanderen | Infrasite

Kamervragen over bewegwijzering Zeeuws-Vlaanderen

Den Haag – Op 22 november 2007 heeft Minister Eurlings van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met de antwoorden op vragen van de leden Roemer en Cramer over bewegwijzering op de wegen in en richting Zeeuws-Vlaanderen.

Hieronder leest u de volledig brief 2007179757430 antwoord op kamervr.Roemer en Cramer over bewegwijzering. Kamerstuk | 2007-11-22.

Geachte voorzitter,

Hierbij doe ik u toekomen de antwoorden op de vragen van de leden Roemer en Cramer over bewegwijzering op de wegen in en richting Zeeuws-Vlaanderen.

  • 1. Klopt het dat er van het knooppunt Galder bij Breda, de Hogt bij Eindhoven en Kerensheide bij Geleen geen bewegwijzering aanwezig is richting Hulst of een andere gemeente in Zeeuws-Vlaanderen waardoor deze feitelijk is gericht op de Westerscheldetunnel terwijl routes richting Hulst via België tot 83 km korter en daarmee minder milieubelastend zijn(1)en(2)?

    1. Het klopt dat bij de knooppunten Galderen, De Hogt en Kerensheide niet verwezen wordt naar Hulst of een andere gemeente in Zeeuws-Vlaanderen. De bewegwijzeringsystematiek houdt rekening met de gelimiteerde perceptieve mogelijkheden van de weggebruiker, waardoor op stroomwegen in principe alleen de namen van langs of nabij die stroomweg gelegen grote plaatsen vermeld wordt, de zogenaamde hoofddoelen.

    (1) Zie ook eerdere vragen van het lid Roemer, Aanhangsel Handelingen nr. 238, vergaderjaar 2007-2008

    (2) Brief van ir. G.J.J. van Eeden aan de voorzitter van de vaste commissie Verkeer en Waterstaat, 24 augustus 2007, briefnummer VW07.471

  • 2. Deelt u de mening dat de verwijzing via het “volg route” systeem bij het knooppunt Markiezaat onvoldoende is voor deze verder van Zeeuws-Vlaanderen liggende knooppunten?

    2. Ik deel deze mening niet. Het servicebord met “volg route” naar Hulst is een aanvulling op de reguliere bewegwijzering. Met deze informatie kan de weggebruiker gericht een keuze maken welke route hij gaat nemen voor zover hij deze al niet gemaakt heeft bij aanvang van de reis.

  • 3. Vindt u de verwijzing bij het knooppunt Markiezaat voldoende gezien het feit dat deze niet verlicht is, het maar om één verwijzing gaat en kilometerafstanden ontbreken?

    3. Ja, ik vind de huidige verwijzing afdoende. Het geplaatste bewegwijzeringbord is uitgevoerd in reflecterend materiaal waardoor geen aanstraalverlichting nodig is. De verwijzing naar Hulst is bewust gekozen omdat dit een plaats is van enige omvang in het oostelijk deel van Zeeuws-Vlaanderen. Het toevoegen van een kilometerafstand op een servicebord met “volg route” is niet gebruikelijk.

  • 4. Bent u bekend met het feit dat in juli 2006 in verband met wegwerkzaamheden op de A2-E-25 op het knooppunt Kerensheide bij Geleen wel de 83 km kortere route via Vlaanderen is aangegeven? Wat is de reden dat deze route niet is opgenomen in het reguliere bewegwijzeringsysteem?

    4. De door u bedoelde tijdelijke aanduiding nabij knooppunt Kerensheide is geplaatst in verband met werkzaamheden nabij knooppunt De Stok (Roosendaal). Het verkeer vanuit Heerlen en Aachen met de bestemming Zeeland werd geadviseerd een andere route te nemen. In de reguliere bewegwijzeringsystematiek worden geen routes opgenomen. Het voorziet in het aanduiden van hoofd- en einddoelen die gelegen zijn aan de weg. In afslaande richting wordt het eerste doel links en rechts opgenomen eventueel aangevuld met een extra (dominant) doel van regionaal belang.

  • 5. Wat zijn uw overwegingen om geen verwijzingen naar gebieden op te nemen maar alleen naar plaatsnamen op de bewegwijzering? Hoe verhoudt dat zich met het feit dat attracties en ziekenhuizen ook op de borden worden aangegeven? Deelt u de mening dat een verwijzing naar Zeeuws-Vlaanderen voor mensen van buiten de regio veel duidelijker is dan de plaatsnaam Hulst?

    5. Ik deel de mening niet dat een verwijzing naar Zeeuws-Vlaanderen duidelijker is. De aanduiding Hulst bij Markiezaat sluit aan bij het beleid om plaatsnamen te noemen als richting waarop een weggebruiker zich kan oriënteren voor het oostelijk deel van Zeeuws-Vlaanderen. Aangezien de meest optimale route voor een weggebruiker afhankelijk is van zijn of haar uiteindelijke bestemming, is het niet zinvol om een gebied aan te duiden. Attracties en ziekenhuizen zijn objecten, gekoppeld aan een specifieke locatie, die gericht bewegwijzerd kunnen worden als daar vanuit het perspectief van verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid of milieu reden toe is. Voor deze objecten geldt altijd, dat zij zo lang mogelijk via de verwijzing van de betreffende plaatsnaam worden verwezen.

  • 6. Klopt het dat in 2006 bij Kerensheide wel de aanduiding “Zeeland” werd gebruikt? Zo ja, hoe verhoudt dat zich tot het door u genoemde beleid ten aanzien van verwijzing naar gebieden?

    6. In 2006 heeft bij Kerensheide een tijdelijk bord met een verwijzing naar Zeeland gestaan. Dit volg bord was geplaatst op de A76 komend uit de oostelijke richting Heerlen en Aachen in de kleurstelling zwart op geel en had tot doel het verkeer met bestemming Zeeland tijdelijk via een andere route te laten rijden. Bij wegwerkzaamheden kan het namelijk wenselijk zijn om verkeersstromen anders te leiden. Tijdens deze tijdelijk afwijkende situatie is er aan de weggebruiker extra informatie gegeven, omdat hij een andere route diende te nemen dan in de reguliere situatie gebruikelijk was.

  • 7. Deelt u de mening dat vanuit milieu-oogpunt en verkeersveiligheid op lokale wegen het wenselijk is om op het Nederlandse wegennet ook in grensgebieden de snelste route aan te geven op de bewegwijzering? Zo ja, bent u bereid de bewegwijzering naar Zeeuws-Vlaanderen aan te passen?

    7. In de richtlijn bewegwijzering zijn de aspecten milieu en verkeersveiligheid meegenomen. Op basis van de hiervoor genoemde argumenten én het feit dat Hulst middels een servicebord wordt verwezen zie ik geen reden om de bewegwijzering ter plaatse aan te passen.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Camiel Eurlings

Achtergrondinformatie (verzorgd door de redactie van Infrasite)
Kamervragen over bewegwijzering Zeeuws-Vlaanderen (11-10-2007)