Bestuurlijke lus voorkomt nodeloze vertraging

Den Haag – De ministerraad heeft er op voorstel van minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat mee ingestemd om de rechter in een aantal gevallen de mogelijkheid te bieden een zogenoemde tussenuitspraak te doen bij geschillen rond grote infrastructurele projecten. De Tracéwet en de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden hiertoe aangepast. Als de rechter tot het oordeel komt dat een bestreden besluit gebreken vertoont, kan hij een tussenuitspraak doen en het bestuursorgaan in staat stellen de geconstateerde gebreken weg te nemen. Het bestuursorgaan kan dan het eerder genomen besluit nader motiveren of aanpassen voordat de rechter tot zijn einduitspraak komt.

Met deze zogenoemde ‘bestuurlijke lus’ kan worden voorkomen dat grote infrastructurele projecten, zoals de aanleg van wegen, nodeloos vertraging oplopen. Tegen besluiten over dergelijke projecten wordt vaak beroep aangetekend. De rechter is overigens niet verplicht om een tussenuitspraak te doen. De toepassing van de bestuurlijke lus moet naar de mening van de rechter wel een oplossing kunnen bieden om te komen tot definitieve geschilbeslechting. De wetswijziging heeft alleen betrekking op de beroepsprocedure voor tracébesluiten, bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen uit de Wro.

Dit voorstel tot wetswijziging is een eerste stap in het robuuster maken van de wetgeving zodat deze minder gevoelig is voor juridische procedures en de daaruit voortvloeiende vertraging. De commissie Elverding zal volgend jaar adviseren over een bredere aanpak in dit kader.

De ministerraad heeft ermee ingestemd dat het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State zal worden gezonden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden pas openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Ministerraad