Archeologie vast agendapunt bij infrastructurele werken

Rijkswaterstaat en de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) scherpen afspraken aan over archeologie. De nieuwe werkwijze is vastgelegd in het convenant over archeologisch onderzoek en vondsten bij de uitvoering van infrastructurele werken, dat op woensdag 7 november 2007 is ondertekend door Directeur-generaal Judith van Kranendonk van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en Directeur-generaal Bert Keijts van Rijkswaterstaat.

Met dit nieuwe convenant is de implementatie binnen Rijkswaterstaat van Europese afspraken uit het Verdrag van Malta (1992) een feit. De geheimen die bodem en ook water soms prijsgeven zijn van groot belang voor kennis en beter begrip over onze geschiedenis. Met deze verbeterende samenwerking bekrachtigen Rijkswaterstaat en RACM het belang van zorgvuldige omgang met en behoud van archeologisch erfgoed.

Vroegtijdige inventarisatie, planning en besluiten
Het convenant is gebaseerd op het uitgangspunt dat behoud van archeologische waarden voorop staat en betaald wordt door degene die de bodem verstoort. De initiatiefnemer van werken is dus zowel in archeologisch als in financieel opzicht verantwoordelijk voor een goede aanpak. De huidige afspraken tussen Rijkswaterstaat en RACM beschrijven maatregelen voor vroegtijdige inventarisatie, planning en besluitvorming. Al in het voortraject van Rijkswaterstaat-werken wordt geïnventariseerd welke archeologische waarde het werkterrein heeft en hoe daarmee omgegaan wordt. Vondsten en sporen worden zoveel mogelijk in de bodem bewaard, maar als dat niet mogelijk blijkt, wordt de informatie door opgraven veilig gesteld. In elk projectbudget is een percentage archeologiekosten gereserveerd, vergelijkbaar met de percentageregeling voor publieke kunst bij bouwprojecten van het rijk. Ook marktpartijen die betrokken zijn bij de uitvoering van werken krijgen te maken met de uitwerking van de nieuwe afspraken. De vernieuwde werkwijze is gericht op het voorkomen van vertraging en onverwachte kosten, maar bovenal op het waarborgen van een goede omgang met aanwezige archeologische waarden.

Het Verdrag van Malta
Al in 1987 sloten Rijkswaterstaat en de huidige RACM, toen bekend onder de naam Rijksinstituut voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, een convenant over archeologisch onderzoek en vondsten bij werken. Bekrachtiging van het Maltees verdrag in 1998 door Nederland heeft geleid tot aanpassing van de Monumentenwet uit 1988. Per 1 september 2007 is die wet gewijzigd door de nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg. Aanpassing van het inmiddels verouderde convenant uit 1987 liep parallel aan de ontwikkeling van de nieuwe wetgeving. Rijkswaterstaat en de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumentenzorg zijn trots dat de geactualiseerde samenwerkingsafspraken in het vernieuwde archeologieconvenant beter bijdragen aan zorgvuldige omgang met archeologisch erfgoed in infrastructurele werken.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Rijkswaterstaat Dienst Verkeer en Scheepvaart

Archeologie vast agendapunt bij infrastructurele werken | Infrasite

Archeologie vast agendapunt bij infrastructurele werken

Rijkswaterstaat en de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) scherpen afspraken aan over archeologie. De nieuwe werkwijze is vastgelegd in het convenant over archeologisch onderzoek en vondsten bij de uitvoering van infrastructurele werken, dat op woensdag 7 november 2007 is ondertekend door Directeur-generaal Judith van Kranendonk van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en Directeur-generaal Bert Keijts van Rijkswaterstaat.

Met dit nieuwe convenant is de implementatie binnen Rijkswaterstaat van Europese afspraken uit het Verdrag van Malta (1992) een feit. De geheimen die bodem en ook water soms prijsgeven zijn van groot belang voor kennis en beter begrip over onze geschiedenis. Met deze verbeterende samenwerking bekrachtigen Rijkswaterstaat en RACM het belang van zorgvuldige omgang met en behoud van archeologisch erfgoed.

Vroegtijdige inventarisatie, planning en besluiten
Het convenant is gebaseerd op het uitgangspunt dat behoud van archeologische waarden voorop staat en betaald wordt door degene die de bodem verstoort. De initiatiefnemer van werken is dus zowel in archeologisch als in financieel opzicht verantwoordelijk voor een goede aanpak. De huidige afspraken tussen Rijkswaterstaat en RACM beschrijven maatregelen voor vroegtijdige inventarisatie, planning en besluitvorming. Al in het voortraject van Rijkswaterstaat-werken wordt geïnventariseerd welke archeologische waarde het werkterrein heeft en hoe daarmee omgegaan wordt. Vondsten en sporen worden zoveel mogelijk in de bodem bewaard, maar als dat niet mogelijk blijkt, wordt de informatie door opgraven veilig gesteld. In elk projectbudget is een percentage archeologiekosten gereserveerd, vergelijkbaar met de percentageregeling voor publieke kunst bij bouwprojecten van het rijk. Ook marktpartijen die betrokken zijn bij de uitvoering van werken krijgen te maken met de uitwerking van de nieuwe afspraken. De vernieuwde werkwijze is gericht op het voorkomen van vertraging en onverwachte kosten, maar bovenal op het waarborgen van een goede omgang met aanwezige archeologische waarden.

Het Verdrag van Malta
Al in 1987 sloten Rijkswaterstaat en de huidige RACM, toen bekend onder de naam Rijksinstituut voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, een convenant over archeologisch onderzoek en vondsten bij werken. Bekrachtiging van het Maltees verdrag in 1998 door Nederland heeft geleid tot aanpassing van de Monumentenwet uit 1988. Per 1 september 2007 is die wet gewijzigd door de nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg. Aanpassing van het inmiddels verouderde convenant uit 1987 liep parallel aan de ontwikkeling van de nieuwe wetgeving. Rijkswaterstaat en de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumentenzorg zijn trots dat de geactualiseerde samenwerkingsafspraken in het vernieuwde archeologieconvenant beter bijdragen aan zorgvuldige omgang met archeologisch erfgoed in infrastructurele werken.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Rijkswaterstaat Dienst Verkeer en Scheepvaart