Kamervragen over bewegwijzering Zeeuws-Vlaanderen

Den Haag – Op 10 oktober 2007 heeft Minister Eurlings van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met de antwoorden op vragen van het lid Roemer over de bewegwijzering rond Zeeuws-Vlaanderen.

Hieronder leest u de volledig brief br.2007157655536 Antwoorden op vragen van het lid Roemer over de bewegwijzering rond Zeeuws-Vlaanderen. Kamerstuk | 2007-10-10.

Geachte voorzitter,

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op vragen van het lid Roemer over de bewegwijzering rond Zeeuws-Vlaanderen.

  • 1. Klopt het dat de door de ANWB geplaatste bewegwijzering op de Nederlandse wegen slechts rekening houdt met het Nederlandse wegennet(1)?

    1. Nee, dat is niet juist. Voor de rijkswegen geldt dat bij grensoverschrijdende routes het laatste hoofddoel (grote plaats die aan of nabij een rijksweg ligt) op Nederlands grondgebied wordt beschouwd als het einddoel van de desbetreffende route. Hierna wordt het laatste doel in Nederland en het eerste over de grens gelegen doel van enige importantie aangegeven. Hierbij wordt de continuïteit in acht genomen: de betreffende plaatsnaam moet ook in de bewijzering over de grens aangegeven zijn. Overigens wil ik opmerken dat niet de ANWB maar Rijkswaterstaat verantwoordelijk is voor de bewegwijzering langs rijkswegen.

    (1) Brief van ir. G.J.J. van Eeden aan de voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat, 24 augustus 2007, briefnummer VW07.471

  • 2. Klopt het dat dit er in Zeeuws-Vlaanderen toe leidt dat de Brabant-Vlaamse route via A4, R2 en E34 niet aangegeven wordt, terwijl dit veruit de meest gunstige route is vanuit een groot gedeelte van Nederland en België? Zo ja, wat is uw mening hierover? Zo neen, kunt u uw antwoord toelichten?

    2. In 2005 is op uitdrukkelijk verzoek van de regio de route naar de gemeente Hulst (gelegen in Zeeuws-Vlaanderen) via België verwezen bij het knooppunt Markiezaat. Er is bij het knooppunt gekozen voor een “volg route” systeem. De route naar Hulst vanaf knooppunt Markiezaat A4 is hierdoor ook bewegwijzerd via de A4, A12 (België) om vervolgens op de R2 en de N49 uit te komen, waar Hulst bewegwijzerd is op de aansluiting N403/N60.

    Het is juist dat het gebied Zeeuws-Vlaanderen niet is aangeduid op de A4. In het huidige beleid is er voor gekozen om geen verwijzing naar gebieden op te nemen, maar naar plaatsnamen. Op basis van dit gegeven, in combinatie met het voldoen aan het verzoek van de regio om de plaatsnaam Hulst aan te duiden, acht ik het niet noodzakelijk ook Zeeuws-Vlaanderen nog als zodanig aan te duiden.

  • 3. Klopt het dat door deze bewegwijzering onnodig veel weggebruikers voor hogere reiskosten worden gesteld, door zowel het omrijden als het onnodig tol betalen voor de Westerscheldetunnel? Zo ja, wat is uw mening hierover? Zo neen, kunt u uw antwoord toelichten?

    3. Op basis van de verwijzing van Hulst op de A4 nabij het knooppunt Markiezaat kan de weggebruiker zelf een keuze maken in de route naar Zeeuws-Vlaanderen. Ik zou hier aan willen toevoegen dat de weggebruiker ook op de R2 in België voor de Liefkeshoektunnel tol dient te betalen. Dit is ook als zodanig vermeld op de bewegwijzering nabij knooppunt Markiezaat.

  • 4. Bent u bereid in overleg te treden met de ANWB teneinde de goedkoopste en meest efficiënte route naar gebieden in Zeeuws-Vlaanderen op de wegwijzers aan te geven?

    4. Overleg met de ANWB acht ik gezien mijn antwoord op vraag 1 niet nodig.

  • 5. Bent u bereid om in meer grensgebieden onderzoek te verrichten teneinde dit probleem ook in andere gebieden in kaart te brengen?
    5. Er hebben mij tot op heden geen signalen bereikt dat de grensoverschrijdende bewegwijzering in grensgebieden een probleem vormt.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

Camiel Eurlings

Kamervragen over bewegwijzering Zeeuws-Vlaanderen | Infrasite

Kamervragen over bewegwijzering Zeeuws-Vlaanderen

Den Haag – Op 10 oktober 2007 heeft Minister Eurlings van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met de antwoorden op vragen van het lid Roemer over de bewegwijzering rond Zeeuws-Vlaanderen.

Hieronder leest u de volledig brief br.2007157655536 Antwoorden op vragen van het lid Roemer over de bewegwijzering rond Zeeuws-Vlaanderen. Kamerstuk | 2007-10-10.

Geachte voorzitter,

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op vragen van het lid Roemer over de bewegwijzering rond Zeeuws-Vlaanderen.

  • 1. Klopt het dat de door de ANWB geplaatste bewegwijzering op de Nederlandse wegen slechts rekening houdt met het Nederlandse wegennet(1)?

    1. Nee, dat is niet juist. Voor de rijkswegen geldt dat bij grensoverschrijdende routes het laatste hoofddoel (grote plaats die aan of nabij een rijksweg ligt) op Nederlands grondgebied wordt beschouwd als het einddoel van de desbetreffende route. Hierna wordt het laatste doel in Nederland en het eerste over de grens gelegen doel van enige importantie aangegeven. Hierbij wordt de continuïteit in acht genomen: de betreffende plaatsnaam moet ook in de bewijzering over de grens aangegeven zijn. Overigens wil ik opmerken dat niet de ANWB maar Rijkswaterstaat verantwoordelijk is voor de bewegwijzering langs rijkswegen.

    (1) Brief van ir. G.J.J. van Eeden aan de voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat, 24 augustus 2007, briefnummer VW07.471

  • 2. Klopt het dat dit er in Zeeuws-Vlaanderen toe leidt dat de Brabant-Vlaamse route via A4, R2 en E34 niet aangegeven wordt, terwijl dit veruit de meest gunstige route is vanuit een groot gedeelte van Nederland en België? Zo ja, wat is uw mening hierover? Zo neen, kunt u uw antwoord toelichten?

    2. In 2005 is op uitdrukkelijk verzoek van de regio de route naar de gemeente Hulst (gelegen in Zeeuws-Vlaanderen) via België verwezen bij het knooppunt Markiezaat. Er is bij het knooppunt gekozen voor een “volg route” systeem. De route naar Hulst vanaf knooppunt Markiezaat A4 is hierdoor ook bewegwijzerd via de A4, A12 (België) om vervolgens op de R2 en de N49 uit te komen, waar Hulst bewegwijzerd is op de aansluiting N403/N60.

    Het is juist dat het gebied Zeeuws-Vlaanderen niet is aangeduid op de A4. In het huidige beleid is er voor gekozen om geen verwijzing naar gebieden op te nemen, maar naar plaatsnamen. Op basis van dit gegeven, in combinatie met het voldoen aan het verzoek van de regio om de plaatsnaam Hulst aan te duiden, acht ik het niet noodzakelijk ook Zeeuws-Vlaanderen nog als zodanig aan te duiden.

  • 3. Klopt het dat door deze bewegwijzering onnodig veel weggebruikers voor hogere reiskosten worden gesteld, door zowel het omrijden als het onnodig tol betalen voor de Westerscheldetunnel? Zo ja, wat is uw mening hierover? Zo neen, kunt u uw antwoord toelichten?

    3. Op basis van de verwijzing van Hulst op de A4 nabij het knooppunt Markiezaat kan de weggebruiker zelf een keuze maken in de route naar Zeeuws-Vlaanderen. Ik zou hier aan willen toevoegen dat de weggebruiker ook op de R2 in België voor de Liefkeshoektunnel tol dient te betalen. Dit is ook als zodanig vermeld op de bewegwijzering nabij knooppunt Markiezaat.

  • 4. Bent u bereid in overleg te treden met de ANWB teneinde de goedkoopste en meest efficiënte route naar gebieden in Zeeuws-Vlaanderen op de wegwijzers aan te geven?

    4. Overleg met de ANWB acht ik gezien mijn antwoord op vraag 1 niet nodig.

  • 5. Bent u bereid om in meer grensgebieden onderzoek te verrichten teneinde dit probleem ook in andere gebieden in kaart te brengen?
    5. Er hebben mij tot op heden geen signalen bereikt dat de grensoverschrijdende bewegwijzering in grensgebieden een probleem vormt.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

Camiel Eurlings